Kunst per gerucht in het telematische tijdperk

Volgens de Engelsman John Thackara, directeur van het nieuwe Vormgevingsinstituut in Amsterdam, ligt de toekomst van design niet in de zoveelste leuke vaas of gekke stoel, maar in het bemiddelen tussen mens en techniek. Het eerste door het instituut georganiseerde evenement van het instituut, het tweedaagse symposium Doors of Perception dat dit weekeinde werd gehouden, ging dan ook over telecommunicatie, computers en media, onze omgang ermee en de ingrijpende veranderingen die zij teweeg zullen brengen.

Doors of Perception, dat vanwege de grote belangstelling was overgeplaatst van het Stedelijk Museum naar de RAI, werd een brede internationale ontmoeting met sprekers en bezoekers uit Europa, Japan en Amerika. Naast advocaten-, architectuur-, landschaps- en industriële en grafische ontwerpbureaus waren er ook delegaties van de ministeries van WVC en Economische Zaken, Philips (vijftien man), TNO (zeven) en het Royal College of Art in Londen (zeventien). Tussen de spreekbeurten door traden kunstenaars op: de Japanner Atau Tanaka, die de activiteit van zijn spieren en hersenen in muziek omzet, en de Nederlander Arthur Elsenaar, die met de spieren van zijn gezicht en lichaam reageert op radar-impulsen vanuit het publiek.

“Aan de digital goldrush wordt jaarlijks zeventig miljard dollar besteed,” verklaart Thackara. “Van wasmachines tot auto's, van tv's tot badkamers, onze omgeving wordt in toenemende mate door computers beheerst. Er is steeds meer ruwe informatie beschikbaar, maar die moet in bruikbare kennis worden omgezet. Het wordt de taak van de vormgever om die interactie mogelijk te maken.”

In het verspreiden van de nieuwe ontwikkelingen spelen tijdschriften, op het ouderwetse medium papier, een belangrijke rol. Het Nederlandse tijdschrift Mediamatic was dan ook mede-organisator van Doors of Perception. Hoofdredacteur Willem Velthoven vertelt bevlogen over de culturele dimensie van telematische tijdperk: “Tot voor kort moest de ontwerper nieuwe oplossingen voor oude problemen bedenken. Nu zijn er allemaal nieuwe problemen om op te lossen. Hij kan niet meer volstaan met het bedenken van objecten, het gaat er nu om de aansluiting te creëren tussen het object en de gebruiker. De laptop-computer ziet er nu nog uit als variant op de negentiende-eeuwse tikmachine. Een vertrouwde vormgeving helpt mensen wennen aan nieuwe technologie, maar er komen nieuwe functies waarvoor nog helemaal geen vormen zijn. Het is aan de ontwerper om de technologie een plaats te geven binnen onze culturele traditie.”

De waarschuwing dat hij tegen een volkomen leek praat, kan Louis Rosetto, hoofdredacteur van het jonge Amerikaanse tijdschrift Wired, niet deren. “Jij gebruikt toch ook een tekstverwerker en de giromaat? Een van de grootste consumenten van computers is de auto-industrie, maar in de auto merk je daar niets van. Wij worden door steeds meer technologie omringd, maar die valt steeds minder op.”

Dank zij de uitnodiging om op Doors of Perception het woord te voeren is Rossetto weer even 'thuis': hij woonde tussen 1982 en 1991 in Amsterdam. Hier is ook zijn belangstelling gewekt voor computers toen hij in opdracht van een vertaalbureau een tijdschrift opzette, eerst Language Technology en later Electric Word geheten, dat in 65 landen werd verkocht. In januari van dit jaar richtte hij in San Francisco het uitbundig vormgegeven blad Wired op, dat al een oplage van ruim 100.000 heeft en in twintig landen wordt verspreid. “Begin jaren tachtig ontdekte ik dat er een kleine internationale gemeenschap bestond van mensen die het zeer geavanceerde gereedschap van de computer gebruikten om allerlei problemen op te lossen, van hele banale tot en met de meest esoterische. En ondertussen waren ze de wereld aan het veranderen. Dit zijn ook de interessantste en machtigste mensen op aarde nu. Ze zijn veel constructiever bezig dan de meeste politici.”

Hij haalt de 'drie golven' aan van futuroloog Alvin Toffler, die in het november-nummer van Wired wordt geïnterviewd: eerst de overgang van de jacht naar de landbouw, daarna naar de industrialisatie en nu de infiltratie van de electronische technologie. “Er ontstaat een nieuw organisme, een wired world, waarin mensen meer thuis zullen werken en minder tijd en energie en delfstoffen kwijt zijn aan forensen. Het leven in de global village zal meer lijken op dat van mijn grootouders op hun boerderij, een naadloos geheel van werk en leven.”

Het éénrichtingsverkeer in de media - 'van één naar velen' - wordt steeds meer een uitwisselen 'van velen naar velen'. “In Amerika waren vijf jaar geleden nog maar tien procent van alle computers met elkaar verbonden; over een paar jaar zal dat 65 procent zijn. Deze veranderingen betekenen de democratisering van informatie: ideeën zullen zich sneller en vrijer verspreiden.” In zijn toespraak gisteren lanceerde Rossetto het idee van kunst per gerucht: “Het is denkbaar dat muziek in de toekomst geen vaststaande partituur meer is, maar een reeks digitaal opgeslagen fragmenten waar de componist naar believe telkens opnieuw uit kiest. Net als een gerucht wordt het muziekstuk doorgegeven en verandert het steeds onderweg. Een kunstwerk heeft dan geen auteur meer in de traditionele zin.” Over de vraag of de aanstormende veranderingen goed of slecht zijn, velt Rossetto geen oordeel: “Orkanen hebben geen moraal.”

    • Tracy Metz