KMA blijft gehecht aan ceremonieel; De nieuwe lichting van de KMA

Dit weekend leverde de Koninklijke Militaire Academie in Breda een nieuwe jaargang officieren voor de land- en luchtmacht af. De krijgsmacht krimpt in en bezuinigt, maar het prestige van de KMA'ers neemt toe. Want na veertig jaar wachtlopen langs de Muur kan de officier nu elk moment worden opgeroepen om ergens ter wereld een brandhaard te doven. KMA-gouverneur P.H.M. Messerschmidt: “We zijn kennelijk niet alleen houwdegens die elkaar met een glas sherry in de hand vertellen hoe goed we wel niet zijn.”

Op het plein voor het kasteel dankt gouverneur P.H.M. Messerschmidt Sinte Barbara, patrones van de artillisten, voor het heldere weer en spreekt hij de kersverse afgestudeerden bemoedigend toe. Tijdens de ceremoniële bullenparade van de Koninklijke Militaire Academie in Breda krijgen dit jaar 108 strak in het gelid staande cadetten hun diploma uitgereikt; 82 vertrekken naar de Landmacht en 26 naar de Luchtmacht.

Op de achtergrond blauwbekkende familieleden met fotocamera's, hoogleraren in wapperende toga en hoge gasten, onder wie de chef van de defensiestaf generaal A.K. van der Vlis. “Leiding geven betekent beslissingen nemen, verantwoording dragen en risico's aanvaarden”, schalt Messerschmidts stem door de geluidsinstallatie. “Besef bij alles wat u doet of nalaat te doen, dat er naar u zal worden gekeken. Win het vertrouwen, sta open voor vragen en neem uw medewerkers serieus. Wees rechtvaardig en eis wat verantwoord geëist mag en moet worden. Sta geen intimidatie toe en accepteer geen enkele vorm van discriminatie.”

De bullenparade is één van de vele zorgvuldig gekoesterde tradities van de bijna 165 jaar oude KMA. Maar hoe vertrouwd het beeld bij het kasteel van Breda ook mag zijn, op de kasseien staat een generatie officieren die een andere taak wacht dan de voorgangers. “Het Warschaupact is ingestort, de nadruk ligt niet meer op het tegenhouden van een boze vijand achter een van te voren geplande lijn”, constateert Messerschmidt, generaal-majoor der artillerie de dag voor de parade.

Hij is pas een jaar gouverneur van de KMA, daarvoor was hij commandant van de Eerste Divisie in Schaarsbergen. Tot voor vier jaar was de wereldkaart nog overzichtelijk, nu is het een wirwar van brandhaarden die men niet, zoals vroeger, kan negeren omdat het beveiligen van de Navo-grens alle aandacht verdient. De krijgsmacht moet leren denken in termen van 'crisisbeheersing', peace keeping en peace enforcement en in één adem professionaliseren, inkrimpen en moderniseren. Mobiele, snel inzetbare eenheden zijn de toekomst van de logge Nederlandse krijgsmacht; lean and mean is het parool.

Messerschmidt: “De landmacht wordt om politieke redenen, ik zeg dat constaterenderwijs, bijna gehalveerd. Het parate deel gaat op in een legerkorps met de Duitsers. Daar overheen komt dan nog dat we ons in korte tijd moeten voorbereiden op de overgang naar een beroepsleger. Dat is voor de krijgsmacht de grootste reorganisatie van de laatste honderd jaar. En dus kan het niet anders dan dat dit zijn weerslag heeft op de opleiding van de KMA.”

De gouverneur schraapt zijn keel en monstert zijn bezoeker. Deze jaren zijn niet de gemakkelijkste voor de sinds 24 november 1828 in het kasteel van Breda gevestigde militaire academie. De school heeft onder invloed van de gewijzigde internationale verhoudingen de nodige veren moeten laten. Zo komen in de komende jaren tachtig van de driehonderdtachtig functies te vervallen, hetgeen ook gedwongen ontslagen betekent. En het aantal cadetten is fors teruggebracht. De organisatie, berekend op honderd nieuwe cadetten per jaar, kon vorig jaar slechts zeventig eerstejaars plaatsen. Dit jaar werden er zestig toegelaten, volgend jaar zijn dat er vermoedelijk weer tachtig à negentig. Kan het instituut onder de nieuwe verhoudingen officieren blijven opleiden in een sfeer van beschaving, saamhorigheid en kameraadschap, de idealen van de KMA?

Ogenschijnlijk is er weinig veranderd. Na de uitreiking der diploma's worden geheel volgens protocol de bijzondere prijzen overhandigd. Opvallend is die van de Koninklijke Vereniging ter beoefening van de Krijgswetenschap, toegekend aan tweede luitenant Roy H.G.M. Sillen van het wapen der genie wegens zijn scriptie 'Vernieling van Grote Objecten'. De titel zal volgens de jury misschien wat wenkbrauwen doen fronsen, maar het gaat om een onderzoek dat de krijgsmacht van alle tijden betreft “van Hannibal tot Montgomery en Schwarzkopf”.

Uit het juryrapport: “Er zijn tenslotte situaties in het leven waarbij vernielen juist de voorwaarde biedt om te kunnen leven. Als militairen leren wij met die paradox te leven. U levert met uw studie geen technisch verhaal over springladingen en dergelijke, maar een besluitvormingsmodel voor militaire commandanten om vast te stellen of ter bereiking van een militair doel een vernieling van een groot bouw- of kunstwerk als een brug, een tunnel, een dijk of een klooster, inderdaad opweegt tegen het beoogde resultaat.”

De Academie-medaille werd overhandigd aan cadet-vaandrig Vincent B. Egbers van het wapen der infanterie wegens de uitstekende wijze waarop hij als Voorzitter van de Senaat leiding had gegeven aan het cadettencorps, belangrijk nu het aantal studenten terugloopt en de cadet steeds vaker zal moeten woekeren met zijn tijd om het verenigingsleven bloeiend te houden.

Aansluitend dan de uitreiking van het Gouden Horloge voor de best geslaagde cadet, waarvoor dit jaar twee cadetten in aanmerking kwamen. Cadet-vaandrig Els Rooijmans van het dienstvak der geneeskundige dienst kreeg het Gouden Horloge, in damesuitvoering. “Ze is in staat tegenslagen op bewonderenswaardige wijze te verwerken. Haar gemiddelde studieresultaten zijn goed te noemen. Kortom een voorbeeldig cadet”, aldus de gouverneur.

Een tweede Gouden Horloge ging naar tweede luitenant Chris Sievers van het wapen der cavalerie, “vanaf het begin van zijn opleiding in positieve zin opgevallen door zijn leiderskwaliteiten, doorzettingsvermogen en inzet”. “Door zijn weloverwogen en voorbeeldig gedrag wordt hij door de gehele KMA-gemeeschap gerespecteerd en gewaardeerd”, aldus de gouverneur, die aankondigt dat hun beider namen worden bijgeschreven op een erelijst, gehecht aan een zilveren Uzi-geweer, in 1968 ter beschikking gesteld door Prins Bernhard.

Aan de KMA studeren nu driehonderdvijftig cadetten. Om ook in de toekomst een behoorlijk aantal cadetten binnen de muren van het kasteel te kunnen vormen èn om de verscheidenheid aan opleidingen te vergroten, streeft de KMA naar een fusie met de officiersopleiding voor de Landmacht elders in Breda en die voor de Luchtmacht in Woensdrecht, zodat ook gegadigden met een HAVO-diploma kunnen worden bediend. De gesprekken hierover zijn nog gaande.

De sinds 1992 volgens modulair systeem opgezette, op wetenschappelijke leest geschoeide opleiding zal zich ook meer richten op de verbreding van de inzetmogelijkheden van de officieren. Eindbestemming is immers niet automatisch de Noordwest-Duitse laagvlakte; de toekomstige officier kan plotseling naar Bosnië, Angola of Cambodja worden gezonden. Messerschmidt: “We zullen nog meer dan voorheen de nadruk moeten leggen op onverwachte situaties. Dat betekent meer toegepaste wetenschap. Geen wetenschap meer ten dienste van de wetenschap. We geven alleen nog de wiskunde die nodig is om bijvoorbeeld tot de oplossing van een logistiek probleem te komen.”

Maar de basisfilosofie blijft toch de “meerwaarde” van de verstrengeling tussen militaire opleiding, wetenschappelijke studie en onderzoek en persoons- en groepsvorming die mede dank zij het internaatsleven “als een rode draad” door de opleiding loopt. “Het internaat”, aldus de gouverneur twee maanden geleden in zijn Jaarrede over de door de cadetten zelf als knellend èn leerzaam omschreven instelling, “biedt in beginsel een vruchtbare voedingsbodem voor het bijbrengen van vormen en normen over rechten en plichten die gezamelijk worden gedragen. (...) In ieder geval zou de Nederlandse samenleving aan het bestaan van de KMA de garantie moeten kunnen ontlenen dat de Nederlandse officier onder kritieke omstandigheden handelt volgens een erecode waardoor de beschaving niet door de vingers glipt.” Hieraan moeten volgens Messerschmidt ook docenten meer dan vroeger een steentje bijdragen; persoonlijke begeleiding is een 'must' om een officier af te leveren wiens 'gereedschapskist' niet alleen gevuld is met baco's, bijlen en koevoeten.

De cadetten zelf maken zich weinig zorgen over hun toekomst, hoewel ze geen garantie op een baan in de krijgsmacht meer hebben en alleen zijn verzekerd van een startfunctie van twee jaar. “Er is nog genoeg te doen”, zegt Mireille Grosveld, die vrijdag haar bul behaalde en een 'startfunctie' heeft gekregen bij een paraat bataljon van de geneeskundige dienst waar volgens haar veel nieuwe functies bijkomen. Ook Huub Smeets die over twee maanden hoopt af te studeren zegt “gunstige toekomstperspectieven” te hebben bij een nu nog paraat maar straks mobilisabel te stellen eenheid binnen het Korps Commandotroepen waaraan een eenheid wordt toegevoegd. En tweede luitenant Chris Sievers, winnaar van het Gouden Horloge: “Ik ben van plan om als ik wat meer tijd heb er iets bij te studeren, zodat ik iets achter de hand heb als het zou ophouden. Maar in principe blijf ik officier tot ik gepensioneerd word.”

Als de samenleving verandert, zegt gouverneur Messerschmidt, veranderen wij ook. Sinds 1979 studeren er vrouwen aan de academie - vrouwelijke cadetten schijnen onder elkaar veel vileiner af te rekenen dan mannelijke - en sinds kort allochtonen. Ter gelegenheid van de Diësviering wordt binnenkort bovendien weer een 'Mars door de stad' gehouden, een oude traditie die in de jaren zeventig was afgeschaft.

Met name de vredesmissies in Cambodja en het voormalige Joegoslavië lijken het aanzien van de krijgsmacht te hebben verbeterd, beamen de cadetten en de leiding. Van een duidelijke kentering is geen sprake, maar toch: “Het zijn kennelijk niet alleen maar de houwdegens die met een glas sherry in de hand tegen elkaar kunnen vertellen hoe goed ze wel niet zijn”, zo vat gouverneur Messerschmidt de omslag in de publieke denken samen. De plaatsvervanger van de gouverneur, de algemeen assessor kolonel C.J.M. de Veer, sluit zich hierbij aan: “In de bloeitijd van de protestbeweging had ik weleens het gevoel dat ik maar beter niet kon vertellen dat ik op de Koninklijke Militaire Academie zat. Daar wordt nu positiever over gedacht”. En Messerschmidt: “Er zijn periodes geweest waarin KMA'ers met de nek werden aangekeken of als beroepsmoordenaar nageschreeuwd werden, met name ten tijde van de discussie over de kruisraketten was dat heel markant. Nu durf ik rustig met een uniform in Amsterdam te lopen.”

Hoe nu verder met de KMA? Op de drukke receptie in de grote zaal van het kasteel heft de hoogste baas van Defensie, generaal A.K. van der Vlis, het glas op zijn zoon die zojuist zijn bul in ontvangst heeft genomen. Hoe ziet hij de toekomst van de KMA? De viersterrengeneraal denkt even na en zegt: “De KMA bestaat nog tweehonderd jaar. Hoezeer de verhoudingen zich ook wijzigen, een instituut als dit zal altijd nodig blijven.”