Kleine school is 'de klos' in Achtkarspelen

De Kamercommissie Onderwijs vergadert vandaag over een wet waardoor kleine basisscholen dreigen te verdwijnen. In het Friese Achtkarspelen staan vijf van de tien openbare scholen op het punt van sluiting.

ACHTKARSPELEN, 1 NOV. De wind staat dwars op de Stroobosser trekvaart. Daar buigt een oude boer over zijn fiets, de klompen stevig op de trappers, zijn ellebogen steunend op een triathlonstuur. Over het asfalt kunnen geen twee auto's elkaar passeren. Binnenkort moeten hierlangs kinderen van zeven, acht, negen jaar zich van Gerkesklooster naar Buitenpost worstelen. Kinderen die nu naar de openbare school 't Koppel gaan in hun eigen dorp, moeten straks een kilometer of vijf fietsen naar de dichtstbijzijnde basisschool.

'Straks' is wanneer de wet Toerusting en Bereikbaarheid van kracht wordt. Vandaag vergadert de Kamercommissie Onderwijs over dit beleidsplan, dat een nieuw stelsel bevat van normen voor de stichting en opheffing van basisscholen. Scholen moeten voldoen aan een norm gebaseerd op het aantal kinderen tussen de vier en twaalf jaar, gedeeld door de oppervlakte van de gemeente. Voor Achtkarspelen is de norm 82. Elke basisschool met een lager leerlingtal moet in principe verdwijnen.

Het systeem heeft alle aantrekkelijkheid van de eenvoud en lijkt eerlijk genoeg. Tot nog toe werd het bestaansrecht van een school uiteindelijk bepaald door de provincie. Die stelde vast of een school levensvatbaar of belangrijk genoeg was, om te behouden. “In de praktijk”, zegt H. Schols, “kwam het erop neer dat je elke school met meer dan 23 leerlingen - het wettelijk minimum - wel kon openhouden.”

Schols, hoofd onderwijs van Achtkarspelen, en wethouder H. Pol zijn verantwoordelijk voor het openbaar onderwijs in de gemeente. Zij moeten straks toezien hoe van de tien openbare basisscholen in Achtkarspelen er vijf verdwijnen. Drie ervan in de noordoosthoek, waar geen openbare school blijft. Achtkarspelen heeft pech. Buurgemeente Tytsjerksteradeel, waar bijna evenveel kinderen wonen, heeft een opheffingsnorm van 62 en Weststellingwerf, waar bijna duizend basisschool-kinderen minder wonen, heeft een norm van 36. Daar werkt het plattelandskarakter in het voordeel. Tytsjerksteradeel met zijn veenplassen en Weststellingwerf met de heide zijn uitgestrekter en dat drukt de norm. “Dat zit scheef”, vinden de wethouder en zijn ambtenaar.

Bovendien vragen ze zich af of niet te licht wordt gedacht over de besparing van 200 miljoen die de wet moet opleveren. Een deel van het geld moet worden besteed aan wachtgelden van leerkrachten die weg moeten. “Dat kost al 100 miljoen”, menen Pol en Schols. En dan hebben zij in Den Haag volgens de Friezen nog niet gedacht aan de leegstandskosten van die gesloten schoolgebouwen. Dat komt ten laste van de gemeente. “Wij in Achtkarspelen moeten straks drie miljoen voor de lege gebouwen betalen”, aldus Pol.

Maar de 'hete strijd' heeft niets opgeleverd. Minister Ritzen voelt er niets voor uitzonderingen te maken op de nieuwe wet. Er is al een fijnmazig vangnet die de klappen moet opgevangen. Een school met te weinig maar niet minder dan vijftig leerlingen, kan blijven indien ze de enige school is van de richting binnen vijf kilometer in de omtrek. Daarnaast is er de mogelijkheid voor 'sterke', grote scholen hun zwakke broeders op sleeptouw te nemen. Als de scholen die onder één bestuur vallen gemiddeld tienzesde maal de opheffingsnorm halen, mogen al die scholen blijven bestaan.

Bovendien is er de mogelijkheid scholen te behouden als nevenvestiging van onbedreigde scholen. Ook daarvoor gelden ingewikkelde regels, gebaseerd op afstand en 'kleur' van de school. Maar de noordoost-hoek van Achtkarspelen heeft er niets aan, Pol en Schols hebben alles geprobeerd. Inclusief samenwerken met de bijzondere scholen, in Achtkarspelen vrijwel uitsluitend protestants-christelijke. De scholen met de bijbel zijn er sterker dan de openbare. “De protestants-christelijke Johan Looijenga in Surhuizum heeft alleen in het hoogste leerjaar al meer leerlingen dan de hele openbare school telt”, zegt Pol. Hij kijkt wanhopig, want voor een sterke school is er geen enkele reden tot samenwerking.

Dat klopt. “Zouden wij om pakweg tien leerlingen onze identiteit moeten verspelen”, vraagt voorzitter T.E. Nicolay van het bestuur van de Johan Looijenga. Hij rekent voor: de openbare Maskelyn in Surhuizum heeft 26 leerlingen. Als hij samenwerkt met de openbaren, haakt een handvol zeer principieel christelijke ouders af. De principieel niet-christelijke ouders sturen hun kinderen liever zes kilometer verderop naar Harkema. Dan hadden ze op de openbare school hun boontjes maar beter moeten doppen, vindt Nicolay, want op zijn school zitten kinderen van niet kerkelijke ouders. “Zij vinden de openbare school te klein. Als ik de baas van die school was, ging ik de deuren langs om kinderen te werven.”

    • Bas Blokker