JAAP BLOEMBERGEN

Foto: De marathon van San Sebastian die afgelopen weekeinde op het programma stond, stamt uit de Griekse oudheid. Net als de olympische marathon van 1928 in Amsterdam, die op bovenstaande foto weergegeven is. In 490 voor Christus zou de Griekse soldaat Pheidippides van het nietige Marathon (een venkelveld) naar Athene, gerend zijn om zijn veldheer Miltiades de overwinning op de Perzen te melden. Dat de loper misschien wel een andere naam droeg, dat hij slechts een dikke 34 kilometer aflegde, het doet niets af aan de betekenis van de zegetocht.

In 1896 stond de marathon op het programma van de eerste Olympische Spelen. De Franse filoloog Michel Bréal had zijn landgenoot Pierre de Coubertin (grondlegger van de Spelen) attent gemaakt op de historische betekenis van de marathon. Ruim 22 eeuwen na dato werd de afstand Marathon-Athene opnieuw afgelegd. Winnaar was de lokale held Spiros Louis. Hij leerde afzien als waterdrager van zijn vader. Louis werd in 1900 opgevolgd door de Fransman Michel Théato. Die bleek als bakkersknecht het best bestand tegen de verzengende hitte van Parijs.

Momenteel beheersen de Afrikaanse lopers de marathon. Bij de Spelen van St. Louis in 1904 waren twee donkere atleten van een Zuidafrikaanse zoeloestam in het voorste gelid te vinden. Een van hen, Lentauw, raakte zijn goede uitgangspositie kwijt doordat een racistische toeschouwer zijn hond aanspoorde de nigger in de kuiten te bijten.

Heroïsche verhalen over vallen en opstaan. Zoals de Italiaan Dorando Pietri die zich vier jaar later in Londen onsterfelijk maakte. Hij kwam als eerste over de streep, maar wel uitgeput en voortgesleept door omstanders. De held Pietri werd gediskwalificeerd, Johnny Hayes staat in de boeken als de winnaar.

De Tsjech Emil Zatopek was de eerste atleet die op een toernooi na de vijf en de tien kilometer ook de olympische marathon won. In Helsinki 1952. Lasse Virèn wilde dit record evenaren in Montreal. Ondanks liters rendiermelk slaagde de Fin niet. Hij werd vijfde op de marathon. Zatopeks wereldrecord van '52 werd pas acht jaar later bij de Spelen van Rome verbeterd door de Ethiopiër Abebe Bikila. Hij startte als ieder ander, maar finishte blootsvoets. In Tokio won Abebe weer, een prestatie die de Oostduitser Waldemar Cierpinski in Montreal en Moskou zou evenaren. De tweede zege van Abebe ging gepaard met het Japanse drama van Kokichi Tsuburaya. De nationale favoriet eindigde in Tokio als derde, en zinde op revanche in Mexico. In 1967 scheurde hij zijn achillees, een blessure die zijn olympische droom uiteen deed spatten. De Japanner pleegde even later zelfmoord. Op een achtergelaten briefje stond: 'Ik kan niet meer lopen'