In Oostburg

De trein naar Vlissingen, de boot naar Breskens en de bus naar Sluis, dat wil zeggen eerst naar Oostburg met lijn 2, daarna verder met lijn 4.

De zondag heerst in Oostburg als een plaag, de straten zijn verlaten en de huizen lijken leeg. Er is een halte bij de Albert Heijn. We stappen uit. We wachten af en na verloop van tijd: daar komt hij aan. We stappen in. We wachten af en na verloop van nog wat tijd: daar komt er nog één aan.

Drie bussen dus. Hier komen bussen uit de hele Zeeuwse kosmos bij elkaar en ik herinner mij als kind, de huiver van het streekvervoer, het raadsel van een voorgeschreven route en de vastgestelde tijd. En sterker nog: het ritueel van overstappende chauffeurs. Een man die gaat. Hij neemt zijn tas met thermoskan en brood met kaas. Hij kijkt ons even aan en zegt gedag. Een man die komt. Ook hij een tas met thermoskan en brood met kaas. Opnieuw een goedemiddag allemaal en weldra kun je nooit meer zeggen dat je nooit in Oostburg bent geweest.

Dan Sluis, het oude vestingwerk. Daar lopen we, wij tweeën en de hond, het landschap in. De dijkjes bochtig en de singels kaal. Het bijna beige van de omgeploegde akkers. Het blauwe van de lucht, het stugge van de wind. Er waait alvast een vleugje winter mee.

Uiteindelijk de broze ruimte van het Zwin.

Cadzand, een geur van zee en dat was alles voor vandaag.

    • Koos van Zomeren