Het winnen van de Grote Prijs van Nederland is voor popmusici vaak een doodklap; Glorieus amateurbandje is nog niet professioneel

Voorronden Grote Prijs 1993: 5/11 Patronaat, Haarlem; 6/11 Willem II, Den Bosch; 12/11 Luxor, Arnhem; 13/11 LVC, Leiden; 14/11 Melkweg, Amsterdam (14.30 en 21.30). Halve Finales: 26/11 Nighttown, Rotterdam; 27/11 Tivoli, Utrecht; 28/11 Oosterpoort, Groningen. Finale: 11/12 Paradiso, Amsterdam.

AMSTERDAM, 1 NOV. “Eerst stopten de danseressen, daarna de drummer. Uiteindelijk waren we nog met zijn drieën. Van twaalf man uitgedund tot drie. De naam werd ook steeds korter. We begonnen als Doc Aerobics Lobo Probe. Toen werd het Lobo Probe. We eindigden als 'L'.” De Grote Prijs van Nederland van 1992 werd gewonnen door Doc Aerobics Lobo Probe, een groep die speciaal voor de gelegenheid was opgericht, en binnen enkele maanden na de finale niet meer bestond. In 1991 ging de prijs naar Super & The Allstars die een half jaar later werd ontbonden. Van de Grote Prijs-winnaars van de jaren daarvoor werd, behalve van de Kampense groep La Lupa, nooit meer iets vernomen.

Sinds 1983 staat bij beginnende Nederlandse bands ieder jaar de periode van eind september tot half december in het teken van de 'Grote Prijs'. Voor deze competitie van amateurgroepen worden door het hele land voorrondes gehouden. Van de ongeveer honderdtwintig bands die hier aan meedoen, gaan er vierentwintig naar de halve finales. Voor de finale in Paradiso plaatsen zich vervolgens zes groepen. De uiteindelijke winnaar krijgt als prijs 5.000 gulden. twee dagen opnametijd in de studio van de Stichting Popmuziek Nederland en een optreden op de Noorderslag, het Groningse festival voor Nederlandse bands dat in januari wordt gehouden.

Het Grote Prijs-parcours wordt omgeven door publiciteit. Het muziekblad Oor, de NCRV-radio, en sommige jaren ook tv-programma's, besteden aandacht aan de winnaars van de voorrondes, aan de finalisten en de winnende groep. Maar als de ontknoping eenmaal geweest is wordt het stil rond de 'Grote Prijs Winnaar'. Inmiddels is nu dan ook het idee ontstaan dat het winnen van de competitie de doodklap is voor een carrière.

Verschillende Nederlandse groepen die nu in het clubcircuit of met platen succesvol zijn, hebben ooit meegedaan aan de Grote Prijs. Ze zijn in een voorronde gestrand of verdienden een laatste plaats bij de finale: Loïs Lane, Tröckener Kecks, The Cords of Gotcha!, bijvoorbeeld. Dat uitgerekend de winnaars het niet redden komt door 'de druk', zo verklaren de betrokkenen. De groepen krijgen een hausse aan publiciteit over zich heen en moeten vervolgens voldoen aan allerlei hoge verwachtingen.

Het misverstand dat hierbij een rol speelt is dat de winnaar van wat eigenlijk een amateurfestijn is, later wordt beoordeeld naar professionele maatstaven: kunnen ze een volledig optreden verzorgen, in plaats van alleen twintig minuten zoals bij de finale? Hoe is de podiumpresentatie? En is er al een platenmaatschappij in de groep geïnteresseerd?

Winston Scholsberg, drummer en bandleider van Super & The Allstars die met reggae de Prijs won in 1991, zegt: “Mijn band was er helemaal niet klaar voor. Je moet stabiel zijn en goed weten wat je aan elkaar hebt. Er kwamen bij ons wel platenmaatschappijen langs, maar omdat het tussen ons onderling niet lekker lag, is het nooit iets geworden.”

Wat de prijs afgezien van de publiciteit oplevert, de studiotijd en het optreden op de Noorderslag, hielp ook al niet. Scholsberg: “We stonden daar in de studio met een ons onbekende technicus, daar kwam dus nauwelijks iets uit.” Michiel Marsman, Justin Billinger en Oscar Postma van Doc Aerobics Lobo Probe hadden als ervaring: “Op de Noorderslag werden we neergesabeld. Niemand van het publiek daar zit natuurlijk te wachten op 'de winnaar van de Grote Prijs'. Want als volslagen beginner sta je dan ineens tussen allerlei Nederlandse kopstukken.”

Bij de Grote Prijs-organisatie wordt op het moment overwogen hoe de groepen meer rendement zouden kunnen halen uit de overwinning. Zo zouden ze bijvoorbeeld met subsidie van de SPN een hele cd kunnen maken, in plaats van slechts twee dagen opnemen in de studio. Want platenmaatschappijen zijn niet per definitie geneigd een band een contract aan te bieden omdát ze de Prijs gewonnen hebben. Pieter de Wit, die bij Sony Music als A&R-manager verantwoordelijk is voor het tekenen van nieuwe bands, gaat niet eens kijken bij de finale. De Wit: “Ik hecht geen enkele waarde aan die competitie. Bovendien kan ik de groepen niet beoordelen op de twintig minuten die ze op zo'n avond spelen.”

Maar volgens medeoprichter van de Grote Prijs en jurylid Fer Abrahams is voor een beginnende groep veel optreden belangrijker dan een plaat opnemen. Abrahams: “Een groep moet live ervaring opdoen en een publiek opbouwen. Als uiteindelijk die plaat dan uitkomt is er tenminste een following. En bij de verschillende rondes van de Grote Prijd komen altijd programmeurs van zalen kijken om nieuw talent te boeken.”

Jurylid Mark Stakenburg meent over de resultaten van de Grote Prijs: “Het maakt toch helemaal niet uit dat niemand ooit meer wat van de winnaars hoort! Het gaat om de vorm, om het wedstrijdelement. Daar komen de mensen naar kijken, want bij iedere voorronde of halve finale wint er weer iemand. Zo krijg je tenminste een zaal vol. Meedoen aan de Grote Prijs is een eerste doel dat een band zich kan stellen. Dat is makkelijker bereikbaar dan meteen een plaat maken of zoiets.”

Serge Bredewold is bassist van La Lupa, de enige winnaar die na een paar jaar nog intact is. Bredewold: “Toen wij in 1990 de Prijs wonnen, hadden we net vijf keer opgetreden. We waren een hobby-bandje. Maar door de Grote Prijs zijn we allemaal verder gegaan met muziek. Na de finale hadden we wel het gevoel dat we moesten bewijzen dat we de winnaars waardig waren. Eerst oefenden we altijd heel ontspannen, met een kratje bier erbij en een joint. Dat was na de Grote Prijs afgelopen. We hebben dat jaar wel honderd keer gespeeld. Iedereen wilde ons hebben.”

Doc Aerobics Lobo Probe, het door conservatoriumstudenten bedachte houseproject, heeft aan de Grote Prijs het gebruik van studioruimte overgehouden bij een groot geluidsverhuurbedrijf. Justin Billinger: “Wij maken nu jingles, houseplaten, filmmuziek, tunes voor bij reclames. Zes dagen per week zitten we in de studio. Dat we door dit bedrijf zijn binnengehaald is het gevolg van de publiciteit rond de Grote Prijs. Dus al is onze band niets geworden, we zijn er als producenten wel verder mee gekomen.”

Volgens Fer Abrahams moeten groepen de Prijs in de eerste plaats zien als manier om naamsbekendheid te krijgen. “In de jaren tachtig was er nog veel weerzin tegen het competitie-element - 'Als popartiest doe je dat niet'. Maar tegenwoordig zijn muzikanten opportunistischer geworden en denken ze gewoon aan de publiciteit die het oplevert.”

Daarom doet Marlous Vermeulen, alias Julia P. Hersheimer, dit jaar weer mee. “Twee jaar geleden heb ik het ook gedaan en toen lag ik er bij de voorronde al uit. Toen dacht ik: dat nooit meer. Maar om te zorgen dat mensen mijn naam leren kennen en om optredens te krijgen heb ik me toch maar weer ingeschreven.” Vermeulen vindt de mythe dat het met de winnaar nooit meer wat wordt maar onzin. “Als ik zou winnen dan zal ik de eerste zijn van wie ze nog wel wat gaan horen.”