Het geheim van Azië

EEN SUCCES zoals zich nooit eerder heeft voorgedaan in de geschiedenis ontrolt zich voor de ogen van de wereld in Azië. Aanhoudende groei en drastische vermindering van de armoede in het meest bevolkingrijke continent van de 'Derde wereld' zetten gevestigde denkbeelden over ontwikkeling op hun kop. Deze stille revolutie beperkt zich niet tot Japan en de vier tijgers, maar spreidt zich uit naar een steeds groter gebied. Na Thailand en Maleisië volgen Indonesië, het Indiase subcontinent en vooral China. Ook al zal het welvaartspeil nog decennia lager liggen dan in het Westen, tegen de eeuwwisseling zal de helft van de wereldbevolking zich als geduchte concurrent en koopkrachtige consument manifesteren. Niet langer bepaalt het Westen de gang van zaken, maar de opkomende landen van Azië.

DE WERELDBANK heeft onlangs een studie uitgebracht waarin het geheim van het Aziatische ontwikkelingsmodel wordt ontrafeld. Het rapport komt tot de ontnuchterende vaststelling dat het succes van Azië weinig met magie en veel met gezond economisch beleid te maken heeft. Ondernemerschap is vrij. De overheid laat de markt zijn gang gaan op het gebied van arbeid, kapitaal en goederen, maar zorgt wel voor investeringen in onderwijs (in het bijzonder lager onderwijs en onderwijs voor meisjes), voor gerichte kredietverlening, exportbevordering en voor een stabiel macro-economisch klimaat. Lage inflatie, een gezonde munt en 'good governance' (zoals de Wereldbank het noemt) vormen de fundamenten voor ontwikkeling. Op al deze punten falen Afrika en een aantal landen in Latijns Amerika.

Tegen de achtergrond van een hechte familiestructuur en culturele identiteit slagen de Aziatische landen er in om een klimaat te scheppen waarin de combinatie van arbeid, menselijk en fysiek kapitaal een maximaal resultaat oplevert. Een jonge bevolking, succesvolle bevolkingspolitiek, hoge eigen besparingen, enorme investeringen in machines en infrastructuur en een mentaliteit van risicodragend ondernemerschap maken de uitgangspositie van Azië vergelijkbaar met die van Europa aan het begin van zijn kapitalistische expansie. De Wereldbank stelt vast dat het een kans van één op tienduizend is dat de decennia aanhoudende groei in zoveel landen tegelijk op statistisch toeval zou berusten.

DE RIJKE LANDEN in de oude wereld reageren in volstrekte verwarring. De modernisering van Azië zou moeten worden verwelkomd als het grootste ontwikkelingssucces dat ooit is behaald. Maar in het traditionele ontwikkelingsbeleid - zie de jongste nota van minister Pronk, 'Een wereld in geschil' - wordt Azië's succes volkomen genegeerd. Op andere terreinen wordt Azië uitsluitend gezien als een bedreiging en niet als een nieuwe afzetmarkt. De opwellende roep om protectionisme in West-Europa ter bescherming van industrietakken die aan Aziatische concurrentie blootstaan, is daarvan de uitdrukking.

Het is natuurlijk wennen als Westerse bedrijven hun administratie of het maken van computerprogramma's uitbesteden aan lage-lonenlanden zoals India of China. En het vergt aanpassingen bij Westerse ondernemingen als de concurrentie van Indonesische of Thaise bedrijven in hoogwaardige produkten op gang komt. Het ontwikkelingsbeeld van straatarme, grondstof exporterende Derde-wereldlanden en rijke industrielanden die hulp geven en kennis en goederen exporteren, is op zijn kop gezet.

Concurrentie, open markten en handel vormen de motor van de welvaartsgroei. De opkomst van Azië betekent daarom niet alleen een fenomenaal ontwikkelingssucces, maar ook een fenomenale economische kans voor het Westen. Want de komende jaren moet voor honderden miljarden worden geïnvesteerd in de uitbreiding van de infrastructuur. Tegelijkertijd voegt zich een steeds koopkrachtiger Aziatische bevolking op de internationale markt voor consumentengoederen. Als het Westen zou menen dat Azië autarkisch, dat wil zeggen zonder importen, aan deze vraag kan voldoen, is dat niet alleen een ontkenning van de spreiding van economische groei, maar meer nog een uiting van verslagenheid nog voordat de veldslag geleverd is.

DE OPKOMST en neergang van economische stelsels loopt als een brede lijn door de wereldgeschiedenis. Afscherming biedt geen garantie voor behoud van welvaart als zich nieuwe concurrenten aanmelden. Het succes van de modernisering in Azië moet in West-Europa dan ook worden gebruikt als spiegel om de eigen sociaal-economische arrangementen kritisch te bekijken. Dan leidt de opkomst van Azië tot de revitalisering van Europa.