Het Europa van 'Maastricht' heeft nog geen naam

BRUSSEL, 1 NOV. Hoe moet eigenlijk Europa heten nu het Verdrag van Maastricht vandaag in werking is getreden? De Europese Unie, de Europese Gemeenschap of Gemeenschappen, de Europese politieke en monetaire unie of misschien toch anders? Het is een keuze die nog jaren in de krantekoppen zal figureren. Wordt het EU, EG of EPMU?

Bij de Europese Raad van Brussel, afgelopen vrijdag, zei premier Major dat hij het zou laten bij de 'European Community'. President Mitterrand had het over de 'l'Union Européenne'. De Belgische minister Claes kondigde aan voortaan van 'Europese Unie' te zullen spreken. Hij zei zondag zelfs dat iedereen dat zou moeten doen. Het verschil is makkelijk te proeven. Zij die niets van Brussel willen weten, houden alles bij het oude. Zij die Maastricht omarmen, tasten naar een nieuw merk, een label, een nieuw begin.

Het is een heuse open vraag. Het Verdrag van Maastricht gebruikt beide termen door elkaar, met als gevolg dat niemand in Brussel weet waar zich aan te houden. Bruno de Thomas, de woordvoerder van voorzitter Delors, erkende vorige week woensdag “in verlegenheid” te zijn. De ministers van buitenlandse zaken hadden beloofd er dinsdag in Luxemburg een afspraak over te maken. Dan zou vandaag, op de dag dat Maastricht officieel in werking treedt, tenminste het nieuwe tijdperk gemarkeerd kunnen worden met een nieuwe merknaam. Per 1 november gaat de aloude EG immers een nieuwe fase in; zij gaat deeluitmaken van de Europese Unie van Maastricht. De heren van buitenlandse zaken “kwamen er echter niet aan toe”, zo heette het laf. Volgende week maandag, 8 november proberen ze het weer.

Voor de juridisch geïnteresseerden het volgende. Het Verdrag van Maastricht heet voluit “het Verdrag betreffende de Europese Unie” en omvat de oude EEG en de nieuwe 'samenwerkingsvormen'. Het is een verdrag in spagaat: aan de ene kant het EG-Europa, waarin landen elkaar in de ministerraad kunnen wegstemmen en zich voor EG-rechters en EG-parlementariërs moeten verantwoorden. En aan de andere kant het oude Europa van de ad hoc samenwerking, de tijdelijke allianties. Dat is de traditionele wereld van de verdragen tussen staten, waarin de partners gelijkwaardig zijn en veto-recht hebben. Maastricht kent daarvoor aparte 'pijlers', waarin op deze manier beleidsafspraken worden gemaakt op het terrein van defensie, justitie en buitenlandse beleid.

Het Verdrag van Maastricht over de Europese Unie is niet meer dan een grootscheepse wijziging van het oprichtingsverdrag van de EG, het Verdrag van Rome uit 1957. Resultaat is dat in één verdrag zowel de EG als de EU voorkomen; de Europese Commissie werkt voor allebei. Volgens het verdrag is de Commissie bij voorbeeld het 'dagelijks bestuur van de EG' als het gaat om handel, maar tegelijk ook 'dagelijks bestuur van de EU' in defensie- of justitiezaken. Als EG-bestuur mag de Commissie wetsvoorstellen doen, als EU-bestuur vooral beleidsvoorstellen.

De Commissie weet intussen zeker dat de Europese Unie 'geen rechtspersoonlijkheid' bezit. Het is geen internationale organisatie, zoals de EG, maar veelmeer een 'politiek kader', waarin de EG is opgenomen. Zo zou de Europese Unie geen verdragen kunnen sluiten, wat de EG wel kan. Wie voor deze juridische variëteit, dit hybride Europea een goede naam weet, mag het zeggen.

    • Folkert Jensma