Een idool op de glijbaan

Het Duitse volk heeft de hoop opgegeven. Bijna tachtig procent van de bevolking gelooft niet dat Boris Becker ooit nog nummer één zal op worden op de wereldranglijst van het tennis, zeventig procent is ervan overtuigd dat hij niet in topconditie verkeert en zestig procent heeft het gevoel dat hij niet meer voor zijn beroep leeft.

In de media wordt al afscheid van hem genomen. “Dank je Boris voor negen prachtige jaren”, schreef Sport-Bild. En in het Zwitserse sportblad Sport wordt het vrouwentijdschrift Petra geciteerd dat vaststelde: “Hij ziet er intussen niet alleen uit als Vincent van Gogh, hij kijkt al net zo gestoord uit zijn ogen als de geniale schilder, die zich zoals bekend een oor afsneed.”

Zijn huwelijk en zijn aanstaande vaderschap veroorzaken de menswording van een idool. De deskundigen die werden geraadpleegd hebben er zo hun ideeën over. Professor Wassilios Fthenakis kwam (in Sport) met de opmerkelijkste is: “Van alle toekomstige vaders vertoont 65 procent zwangerschapsklachten: vermoeidheid, nervositeit en zelfs rugpijn.”

Hij is al door langenoot Michael Stich gepasseerd op de wereldranglijst, staat nog vierde, maar als het een beetje tegenzit kan hij de komende drie weken zelfs uit de top tien zakken en daarmee een plaats verspelen in de strijd om het wereldkampioenschap, de ATP-finales, die eind november in Frankfurt worden gehouden. Vorig jaar verjoeg hij in de sjieke Festhalle voor eigen publiek de twijfels die er destijds waren gerezen. Het zou een dieptepunt in zijn loopbaan zijn wanneer hij nu voor het eerst sinds 1985 de eindstrijd niet eens haalt en het kan nog veel treuriger worden als hij inderdaad het 'zwangerschapsverlof' neemt dat hij heeft aangekondigd. “Het gezin zal de haven zijn die ik altijd heb gezocht en zeker een invloed hebben op mijn leven als tennisprof”, zei hij erover. Inactiviteit betekent in de tegenwoordige tennissport een glijbaan naar lagere regionen, een duikvlucht naar een lage klassering op de wereldranglijst. Voor Becker is becijferd dat hij in februari wel eens onder de grens van de eerste dertig zou kunnen komen. Zo roemloos wil Becker niet eindigen, die vernedering wil hij ook zijn slinkende supportersschare niet aan doen. Voortleven als de jongste Wimbledon-winnaar die tien jaar na die triomf bij elk toernooi al na een partijtje zijn rackets kon inpakken en vertrekken, zo'n carrière-einde wil hij zien te voorkomen. Ten koste van alles? Dat laatste gaat Becker net iets te ver.