Bewapeningswedloop in de Oriënt; Amerikaans 'wiel met spaken' moet stabiliserende rol in Azië vervullen

Het uiten van edele verontwaardiging en het behartigen van eigen belangen sluiten in de internationale politiek soms naadloos op elkaar aan. De Franse premier Balladur leverde onlangs de onderbouwing van deze onderstelling toen hij de geruchtmakende Chinese kernproef 'bestrafte' met de aankondiging marinewapens naar Taiwan te zullen exporteren ter waarde van 4,6 miljard gulden.

Dit is weer een van de vele wapenleveranties waardoor er in Azië sinds een aantal jaren sprake is van een bewapeningswedloop. Terwijl dit werelddeel in 1981 vijftien procent van de mondiale defensieuitgaven (met uitzondering van de Verenigde Staten en Sovjet-Unie) voor zijn rekening nam, was dit in 1991 gestegen tot 25 procent. Wat mondiale importen aan wapenleveranties betreft gaat Azië met 35 procent zelfs aan kop. Verontrustend is dat het vooral gaat om schepen, vliegtuigen en ballistische raketten die voor inzet over lange afstand geschikt zijn. Welke verklaringen zijn er voor deze militaire opbouw? De Verenigde Staten en Europa reduceren immers de laatste jaren op forse wijze in hun militaire personeel, materieel en defensiebudgetten.

Allereerst bestaan er nog steeds oude rivaliteiten tussen China en Japan, Korea en Japan en de voormalige Sovjet-Unie en Japan. Bovendien is er in landen als China en Noord-Korea sprake van een instabiele binnenlandse situatie. Tegen deze achtergrond speelt de economische groei in Azië een belangrijke rol ter verklaring van de stijgende defensiebudgetten. Dit in samenhang met het feit dat de wapens die de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie aan een aantal Aziatische landen in de jaren vijftig leverden aan vervanging toe waren. De spectaculaire economische groei doet velen spreken van 'het Aziatische wonder'. Zo steeg de afgelopen 25 jaar het inkomen per hoofd van de bevolking van Japan, Zuid-Korea, Taiwan, Singapore, Hong Kong, Maleisië en Thailand met bijna 6 procent per jaar. Vooral de grote handelsoverschotten maken het deze landen mogelijk geavanceerde wapensystemen te kopen. Veel daarvan zijn ten gevolge van het einde van de Koude Oorlog als overtollig materieel tegen dumpprijzen verkrijgbaar. Daarnaast maakt een compensatieovereenkomst het mogelijk dat sommige landen de nodige technologische kennis in huis halen voor de opbouw van een eigen nationale wapenindustrie. Dit geldt in het bijzonder voor China, Zuid-Korea en Japan. Deze landen zijn hierdoor op hun beurt ook wapenexporteurs geworden. China sloot bij voorbeeld in de periode 1987-1990 contracten af voor wapenleveranties ter waarde van 18 miljard gulden.

Een andere reden voor de wapenwedloop vormen de vele potentiële conflicten in Azië. Op het Koreaanse schiereiland bevinden zich aan weerszijden van de bestandslijn in totaal 1,8 miljoen militairen. De sterk gemilitariseerde Noordkoreaanse samenleving besteedt liefst 22 procent van haar BNP aan defensie. Het streven van dit land naar eigen nucleaire wapens in samenhang met het bezit van chemische wapens en ballistische raketten baren vooral Zuid-Korea grote zorgen.

Een andere bron van conflicten zijn de Paracel- en Spratly-eilanden. China, Taiwan, de Philipijnen, Brunei, Vietnam, Maleisië en Indonesië eisen geheel of gedeeltelijk de soevereiniteit over deze eilanden op. Dit vooral wegens het feit dat uit geologisch onderzoek blijkt dat dit gebied rijk is aan olie en mineralen. China heeft zelfs aangekondigd zijn aanspraken desnoods met geweld te verdedigen. Het geschil om deze eilanden is een van de redenen dat de marines van deze landen een capaciteit opbouwen die hun in staat stelt ver van de eigen kust te opereren.

Ook de invloed van het militair apparaat is in een aantal landen een verklaring voor het stijgen van de defensieuitgaven. Zo groeide in China het defensiebudget in de afgelopen jaren met gemiddeld meer dan twaalf procent per jaar. Dit voornamelijk ten gevolge van de rol die het Volksbevrijdingsleger speelde bij het neerslaan van de pro-democratische demonstratie in Peking in juni 1989.

Ten slotte speelt ook de status die een land aan een moderne krijgsmacht ontleent een belangrijke rol. Het verwerven van geavanceerde militaire technologie kan bovendien een belangrijke bijdrage leveren aan de modernisering van de economie.

Ondanks het voorgaande en het ontbreken van wapenbeheersing is er toch in Azië sprake van een relatief vreedzame situatie. Deze valt vooral toe te schrijven aan het zogeheten 'wiel met spaken-concept', waarin de Verenigde Staten een paciferende rol vervullen. Kenmerkend voor de Pacific-regio zijn immers de talrijke bilaterale verdragen waarin de Verenigde Staten het middelpunt vormen met de Amerikaans-Japanse relatie als steunpunt op de achtergrond. Anders gezegd: bij gebrek aan regionale structuren zoals in Europa (NAVO, EG, CVSE) vervullen de Verenigde Staten met hun militaire presentie in de Pacific een belangrijke stabiliserende rol. De belangrijkste pijlers waarop deze rust zijn de zevende vloot in Hawaii (27.000 man), en de 35.000 Amerikaanse militairen in Zuid-Korea en 47.000 in Japan. De vorige maand gepubliceerde defensieplannen van de Amerikaanse minister van defensie Aspin maken duidelijk dat de Verenigde Staten van plan zijn deze presentie voor het overgrote deel te handhaven. Dit ondanks het feit dat de Russische dreiging in deze regio voor een belangrijk deel is weggevallen.

Uiteraard spelen voor de Verenigde Staten economische belangen hierbij een grote rol. De export van de Verenigde Staten naar Azië bedraagt 120 miljard dollar en staat garant voor 2,3 miljoen arbeidsplaatsen. De prognose dat de West-Pacific rondom de eeuwwisseling ongeveer een derde van het mondiale BNP voor zijn rekening neemt betekent dat ook de bescherming van de handel een belangrijk motief is voor het handhaven van een substantiële Amerikaanse militaire aanwezigheid. Minister van buitenlandse zaken Warren Christopher spreekt zelfs over 'voorrang voor Azië' in het nieuwe Amerikaanse beleid. Zo streeft de regering Clinton - in ieder geval in zijn verklaringen - naar een 'nieuwe Pacific-gemeenschap'. Zij ondersteunt dan ook de oprichting van een op de CVSE lijkend 'Aziatisch regionaal veiligheidsforum'. De vooruitzichten hierop zijn echter weinig rooskleurig. Kortom: de Amerikaanse militaire presentie blijft vooralsnog de belangrijkste waarborg voor stabiliteit in deze regio.

    • C. Homan