'Zelfs als ik weg zou willen van Haïti, dan kan dat niet'

LEOGANE, 30 OKT. Aan de horizon is in de Baai van Goâve één van de Amerikaanse fregatten zichtbaar die deelneemt aan Operation Restore Democracy, de door de Verenigde Naties ingestelde maritieme blokkade tegen Haïti. Een paar kilometer verderop, over de grote weg die langs het strand van Ça-Ira (''t Zal wel gaan') loopt, racen open pick up-trucks met een bemanning van zwaarbewapende geuniformeerde politie en attachés. De inwoners van Leogane, een kustplaatsje zo'n dertig kilometer ten zuidwesten van Port-au-Prince, zitten letterlijk tussen twee vuren.

“Waarom is Aristide nog niet terug? Clinton heeft het Haïtiaanse volk verraden”, zegt een oude man op het strand van Ça-Ira. Hij stelt zich voor als de zestigjarige Mimi Wes, een weduwnaar met vijf kinderen en van beroep botenbouwer. Als één van de weinigen in Leogane heeft de 60-jarige Wes geen plannen om zijn land te verlaten als de verdreven president Jean-Bertrand Aristide vandaag inderdaad niet naar zijn land terugkeert, hetgeen inmiddels vrijwel zeker is. Wes wijst naar het fregat aan de horizon. “Zelfs als ik weg zou willen, dan kan dat niet”.

De teleurstelling in Haïti over het uitstel - afstel menen sceptici - van de terugkeer van de democratie naar het land in de persoon van de nog steeds zeer geliefde president Aristide is groot. Maar de angst voor de terreur van het Haïtiaanse militaire regime, met name de politie en hun civiele hulppolitie (attachés) is groter. “Als Aristide niet terugkomt, gaan we er allemaal aan”, zegt Wes en maakt een theatraal gebaar alsof hij met een machinegeweer een groep mensen neermaait.

Op het strand van Ça-Ira liggen zes boten, waarvan er nog drie in aanbouw zijn. Ze zijn eigenlijk bedoeld voor het transport van kolen, voor de visserij of voor de kustvaart naar het aan de overkant gelegen eiland Goâve. Maar, zoals één van de botenbouwers zegt, “als het hier misgaat, dan worden de boten gebruikt om er mee naar Florida te gaan”.

Toch realiseren de Haïtianen zich goed, dat vluchten per boot nu vrijwel onmogelijk is. In de wateren rond Haïti liggen dertien schepen van een internationale zeemacht die de sancties van de Verenigde Naties tegen het militaire regime handen en voeten moeten geven. Donderdag nog verhinderde de blokkade dat een scheepslading van vijftig militaire voertuigen bestemd voor Haïti zijn weg vond naar de haven van Port-au-Prince.

De maritime blokkade zorgt er - in samenwerking met de Amerikaanse kustwacht - ook voor dat er geen bootvluchtelingen de andere kant op gaan. Operatie 'Able Manner', zoals het cordon sanitaire wordt genoemd, gaat gewoon door, ondanks de staat van bijna-oorlog waarin de relaties tussen de Amerikaanse regering en de Haïtiaanse militaire machtshebbers zijn beland. Woensdag bracht een schip van de Amerikaanse kustwacht vijftien bootvluchtelingen terug naar Port-au-Prince, donderdag was dat een groep van 28 Haïtianen.

Hoewel de meeste ondervraagde Haïtianen te kennen geven te willen vluchten voor het repressieve regime in hun land, zegt de Nederlandse Linda Polman, schrijfster van een recent verschenen boek over bootvluchtelingen, dat “honderd procent economische motieven heeft”. Volgens de auteur zijn alle activisten van Aristide's Lavalas-beweging inmiddels òf ondergedoken òf in het buitenland en lopen de overige Haïtianen allen een even grote kans het slachtoffer te worden van de gewelddadige willekeur van attachés of andere individuen.

Audelin Julien, een 21-jarige student die ook op het strand van Ça-Ira rondloopt, geeft er blijk van de ontwikkelingen rond zijn land op de voet te volgen. “Dante Caputo (de speciale VN-afgezant voor Haïti) heeft gezegd dat als Aristide niet de 30ste oktober terugkomt, het de 5de of 10de november wordt. We wachten tot 10 november en dan gaan we allemaal met de kleine boten naar Florida”.

Tijd is een vrijwel niet-bestaand begrip in de Haïtiaanse samenleving, maar de datum 30 oktober heeft inmiddels een haast mystieke betekenis gekregen. De borlette, de Haïtiaanse lotto, weigert de 30 aan te nemen. Dertigjarigen zeggen dat ze 'tussen de 29 en 31' zijn. De oude Mimi Wes op het strand van Ça-Ira zegt verbitterd: “Clinton had ons de dertigste beloofd”. Hij gelooft er zelf ook niet echt meer in.

    • Reinoud Roscam Abbing