Zeewier

Twee weken geleden hield de Veerstichting haar veertiende congres in de Pieterskerk te Leiden. Voor wie dat niet weet, de Veerstichting is een door studenten opgericht en voortreffelijk bestuurd instituut dat eenmaal per jaar zo'n tweedaagse bijeenkomst organiseert. Het onderwerp is meestal actueel en breed. Ditmaal ging het over de toenemende complexiteit in ons bedrijfsleven en onze samenleving. De sprekers zijn in het algemeen goed bekend, internationaal georienteerd en veelal geneigd of uitgenodigd tot het belichten van de meer esoterische aspecten van het onderwerp. Studenten en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven ontmoeten er elkaar. Boze tongen, die beweren dat er sprake is van een verkapte arbeidsmarkt hebben misschien geen ongelijk, maar daar is de kwaliteit van het congres niet minder om.

Hoewel wij het congres en de Veerstichting aldus gaarne eenieder aanbevelen, is dat niet de hoofddoelstelling van dit stukje. Ons gaat het in dit geval om het belang van het gebodene voor management. Interessant waren vooral de toespraken en discussies, waarin werd ingegaan op de manieren waarop organisaties en hun bestuurders dienen te reageren op de grotere complexiteit. Geheel volgens de traditie van de Veerstichting, bewandelen sprekers en deelnemers daarbij niet de platgetreden paden. Businessunits en divisiestructuren kwamen niet ter sprake. Wel de vraag hoe internationale hotelketens omgaan met de groeiende berg wasgoed in dit milieubewuste tijdperk. En de vraag waarom hiërarchie in organisatie überhaupt nog nodig is. In de werkgroep waar ik deel van uitmaakte, werd voorts gezocht naar het postmoderne alternatief voor de huidige fallocratische dominantie in organisatie. De chaostheorie kwam vanzelfsprekend ook aan bod.

Voor het beantwoorden van de gestelde vragen werd inspiratie gezocht onder andere in Oosterse religies en in de écriture feminine, een samenvattende term voor het gedachtengoed van enkele Franse vrouwelijke filosofen. Ik zou u overigens niet precies kunnen uitleggen waar het over gaat.

Niet bekend

Mocht u uit bovenstaande weergave de indruk krijgen dat ik geneigd ben dit soort ideeën mild hoofdschuddend te verwijzen naar het rijk der fabelen, vergist u zich. Integendeel, ik heb nieuwe hoop geput uit deze bijeenkomst. Mijn optimisme betreft twee zaken.

Ten eerste de inhoud. Ondanks de vaak bizarre formuleringen en standpunten zijn wezenlijke zaken aan de orde. Het wasgoedprobleem is een metafoor voor de maatschappelijke inbedding van bedrijven. Het streven naar afschaffing van hiërarchie verwijst naar de noodzaak vertrouwen te hebben in het verantwoordelijkheidsgevoel van werknemers. En de écriture feminine vraagt de aandacht voor de onderbenutting van de vrouwelijke kwaliteiten bij het leiden van organisaties.

De tweede reden tot optimisme is de reactie van de deelnemers: managers uit bedrijfsleven en overheid bleken gefascineerd door het gebodene en namen enthousiast deel aan de discussies. En toen ik dat zo zag, dacht ik: misschien is het tijdperk van de no-nonsens-manager, het type dat in de jaren tachtig zo populair was, eindelijk voorbij.

Mannen die zich graag tooiden met erenamen zoals hands-on-leider en Macher, die alles buiten de bedrijfseconomische orde soft en onzin vonden, die tijdens gesprekken veel op hun horloge keken, en die alle boeken van Iacocca gelezen hebben.

Deze tot voor kort veel voorkomende eendimensionaal denkende functionaris was ervan overtuigd dat de economische voorspoed van de jaren tachtig aan zijn handelend optreden te danken was. Het tegendeel was waar; hij heeft zijn positie dankzij het gunstige tij langer kunnen rekken. Veel bedrijven hebben geleden onder dit soort managers. Zij maken van gunstige omstandigheden onvoldoende gebruik om de cultuur en de maatschappelijke legitimiteit van organisaties te versterken, om goede medewerkers te binden en te ontwikkelen en de organisatie te moderniseren. In slechte tijden vergeten zij dat saneren gezond maken betekent en meer inhoudt dan personeelsreductie. Goede managers daarentegen vervullen de noodzakelijke voorwaarden voor het nemen van goede lange-termijnbeslissingen. Zij zijn aandachtig, luisteren, inspireren en nemen de tijd om na te denken niet alleen over winstgevendheid, hoe noodzakelijk ook, maar ook over andere zaken. Zaken die nu al jaren door de Veerstichting aan de orde worden gesteld. En dat is een grote verdienste.

    • Kees Intven
    • Organisatie-Adviseur bij Bureau Berenschot
    • Dit