Toplocatie voor het derde leven

Toen ik indertijd in mijn eerste stadhouderloze tijdperk was geraakt, heb ik mij, op het moment dat er een nieuwe gade in zicht kwam, op allerlei onderdelen laten nakijken. Met een gescheiden man is het immers net als met een gebruikte auto; hij kan nog zo leuk ogen, je blijft altijd bezorgd voor eventuele verborgen gebreken. Bij het voorzichtige inrijden waren die trouwens al aan het licht gekomen. Opvallende bijziendheid, licht snurken in de nacht, 's morgens een niet geheel frisse adem en dan niet precies horen wat hem bij de ochtendboterham met een heldere Brabantse stem gemeld werd.

De op haar verzoek geraadpleegde specialisten vonden de toestand niet alarmerend: twee maal per jaar een doorsmeerbeurt voor het oor, wat vaker tanden poetsen en het tweede huwelijk kon, wat hun betreft, gesloten worden.

Maar inmiddels is het tweede stadhouderloze tijdperk aangebroken en heeft het verborgen gebreken probleem opnieuw de kop opgestoken. Je hebt flink wat meer kilometers gelopen en jonge vrouwen rekenen hardvochtig uit hoeveel jaar je nog vitaal in een relatie kunt functioneren. Zo kwam het niet geheel vlekkeloos afwassen van koffiekopjes me op een afspraak met de oogarts te staan. Ach, meende deze, als het zicht te slecht wordt kunnen we altijd de lenzen vervangen, daar hoef je je geen zorgen over te maken. De oorarts - lieve woordjes kwamen slechts via één oor verstaanbaar door - was minder positief, het leek hem verstandig maar eens over te gaan tot verwijding van de linker gehoorgang. Met boor, beitel en mes, zoals hij mij schetste.

En zo belandde ik, ter voorbereiding van mijn derde leven, in de Boerhaavekliniek, waar na een zorgvuldige controle werd vastgesteld dat het hier ging om een 'rustige, gezonde man', die de ingreep ongetwijfeld zou overleven. Toen ik uit het raam van mijn kamer keek, besefte ik dat de verjonging van mijn oor plaatsvond op een toplocatie, want ik had een riant uitzicht op de torens van het Rijksmuseum. Kort tevoren had ik een reportage gezien in een woontijdschrift, zo'n glossy waarin je kunt zien dat andere mensen altijd in mooiere huizen wonen dan jij. Daarin werden appartementen getoond op een 'toplocatie' en die keken net als ik uit op de torens van het Rijksmuseum.

Die locatie was ook zo fantastisch omdat ze op loopafstand lag van het Stedelijk Museum, het Van Goghmuseum, het Concertgebouw, het Vondelpark en het Leidse Plein. Kortom een ideale plek voor een ziekenhuis. Goed bereikbaar met openbaar vervoer, een bewaakte parkeerplaats op 50 meter en lekker, voor of na het bezoekuur, even naar een van de musea, of 's avonds naar een concert of de stad in. Zo heb ik, voor mijn oor eraf ging, nog even de afscheidscollectie van Wim Beeren gezien en toen ik weer weg mocht, heb ik met twee goed functionerende oren Van Gogh gedaan. Ik ben weer geschikt voor een nieuw samenleven, want afgezien van een aangeboren oostindische doofheid, hoor ik weer goed.