Nieuwe bijstandswet laat op zich wachten

DEN HAAG, 30 OKT. Anderhalf jaar geleden diende het kabinet een wetsvoorstel in dat tot een nieuwe Algemene Bijstandswet had moeten leiden. Sindsdien zijn er vele alarmerende waarnemingen over fraude en misbruik gedaan, leek er in de politiek soms een wedloop in verontwaardiging daarover te ontstaan, sneuvelde hier en daar een wethouder met te soepele opvattingen over royaal gebruik van uitkeringen en raakte het kabinet zijn staatssecretaris voor sociale zaken kwijt. Maar wat er verder ook gebeurde, er kwam geen nieuwe bijstandswet.

Inmiddels staat vast dat de parlementaire behandeling van een de wet die tot een beter en minder fraudegevoelig systeem van sociale bijstand had moeten leiden, niet onder het huidige kabinet voltooid zal worden. Als het meezit, heeft Nederland pas in 1995 een nieuwe Algemene Bijstandswet, ter vervanging van de wet die sinds 1965 bestaat en voor het laatst in 1972 ingrijpend werd gewijzigd.

Afgelopen week presenteerde een Tweede-Kamercommissie onder leiding van de fractiesecretaris van het CDA, A. Doelman-Pel, haar bevindingen in het rapport 'Rechten en plichten'. Dat was anderhalve maand nadat een onderzoekscommissie, die werkt in opdracht van de bewindslieden van sociale zaken en onder leiding stond van dr. A. van der Zwan, had vastgesteld dat er veel mis is met de uitvoering van de bijstandswet en een kleine twee maanden na een akkoord tussen de nieuwe staatssecretaris van sociale zaken, J. Wallage, en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om die uitvoering te verbeteren.

Na zoveel onderzoek is het moment nabij dat de politici keuzes zullen moeten maken. Maar daarbij doemt een probleem op. De analyses en aanbevelingen uit de verschillende rapportages stemmen in een aantal opzichten overeenstemmen, maar op het essentiele punt van de decentralisatie verschillen ze aanzienlijk. Het gaat daarbij om de vraag of de centrale overheid bevoegdheden in de uitvoering van de bijstandswet moet over te hevelen naar de gemeenten en dus op de koop toe te nemen dat er op het gebied van rechten en plichten plaatselijk bepaalde verschillen kunnen ontstaan.

Zowel Doelman-Pel c.s. als Wallage en de VNG willen in veel gevallen de echte alleenstaande een uitkering op het niveau van het sociaal minimum geven. Maar er bestaat een essentieel verschil van mening over de vraag wie daarover zeggenschap heeft. In het akkoord tussen Wallage en de VNG is sprake van een aanzienlijke verschuiving van verantwoordelijkheden naar de gemeentelijke sociale diensten. Dat komt tot uitdrukking in een basisuitkering van 50 procent van het minimumloon voor alleenstaanden, met een toeslag die tot 70 procent kan oplopen. Voorwaarde is dat de betrokkene kan aantonen inderdaad alleen te wonen en voldoet aan eisen die de sociale dienst hem mag stellen om via sollicitatie of scholing aan het werk te komen. Maar de meerderheid in de Commissie-Doelman-Pel neemt de 70 procent als basisuitkering waarop de alleenstaande recht heeft als hij kan aantonen inderdaad alleenstaand te zijn. Voor de gemeentelijke sociale dienst rest daarbij weinig eigen beleidsruimte. De Tweede-Kamercommissie vertrouwt de sociale diensten deze beslissing eigenlijk niet toe en zal in die opvatting ongetwijfeld gesterkt zijn door het soms vernietigende oordeel van Van der Zwan over de wijze waarop de sociale diensten zich van hun taak kwijten.

Naar verwachting komt het kabinet nog voor Kerstmis met een nieuw voorstel voor de Bijstandswet. Daarin zal vooral het akkoord tussen Wallage en de VNG de toon bepalen. De posities van de regeringsfracties PvdA en CDA zijn daarbij opmerkelijk. Uit de zuinige reactie van de CDA-fractie op het rapport-Doelman-Pel blijkt allerminst instemming met de lijn van de fractiesecretaris. De vraag is of de meer op bestuurlijke reorganisatie gerichte vleugel - waartoe fractieleider Brinkman behoort - het van de centralistisch denkende specialisten op het gebied van sociale zekerheid - zoals Doelman-Pel - zal winnen. Dat speelt ook bij de PvdA, een fractie die het presteerde om zowel met het VNG-akkoord als met het rapport-Doelman-Pel grotendeels in te stemmen. Zoveel adhesie lijkt op het mijden van een keuze.