KLEINE EG-STATEN

Het EMI (Europees Monetair Instituut) komt niet in Amsterdam. Het 'slotoffensief' (NRC Handelsblad, 15 oktober) en de roep om een 'veto' maken in Brussel even weinig indruk als destijds een eigen Nederlands ontwerp voor een Europese Unie. Opnieuw heeft Nederland zijn invloed overschat. Het moet leren, tegenover de grotere staten gezamenlijk met andere kleine staten op te treden. Die gelegenheid doet zich meteen voor: de komende uitbreiding van de EG.

De EG-Commissie heeft nu zeventien leden. De vijf grote staten (Spanje telt hier als 'groot') leveren er elk twee, de zeven kleine staten elk één. Met de toetreding van Noorwegen, Zweden, Finland en Oostenrijk zou de Commissie 21 leden krijgen. Dat wordt te veel gevonden (NRC Handelsblad, 21 oktober). Dan moeten de kleine staten gezamenlijk voet bij stuk houden: laat de groten elk één zetel inleveren. Zestien staten, zestien zetels. Een meerderheid van 11-5 voor de kleinen. Met een 'offensief' daarvoor moet niet, zoals bij het EMI, tot het laatste ogenblik worden gewacht. Het moet spoedig gebeuren, want de uitbreiding is bedoeld voor 1995.

In de EG-Raad tellen de stemmen van de lidstaten nu tezamen voor 76. Een gekwalificeerde meerderheid is 54. De vier grootste tellen voor 10, Spanje voor 8, Nederland, België, Portugal en Griekenland voor 5. (Nederland, groter dan deze laatste drie, zou aanspraak kunnen maken op 6 punten.) Noorwegen en Finland kunnen, net als Denemarken, voor 3 tellen en Zweden en Oostenrijk minstens voor 4. Het totaal wordt dan 90, met voor de gezamenlijke kleine staten, als ook Spanje hier als 'klein' telt, 50. Dat is nog geen tweederde meerderheid. De kleine staten moeten geen genoegen nemen met een ongunstiger stemmenverhouding. En ook volgende uitbreidingen moeten op deze voet blijven plaatsvinden, totdat de kleine staten een ruime meerderheid verwerven. Dat bepaalt de gewenste omvang van de Europese Unie.

Belangrijk is dat Nederland de Benelux-samenwerking versterkt. Naast een Scandinavisch blokje van 17 punten is een Benelux-blokje 12 punten waard. Het kan als voorbeeld dienen voor een Alpenblokje van Zwitserland, Liechtenstein, Oostenrijk en Slovenië, voor een Middeneuropees blokje van Tsjechië, Slowakije en Hongarije en ook voor een Balkanblokje. Ook Kroaten en Serviërs zullen eens moeten gaan samenwerken.