In de rij voor een visum

Als 's morgens om acht uur het Nederlands visakantoor in Rabat opengaat staan er tussen de vijftig en tachtig mensen te wachten. In de zomermaanden zijn het er soms tweehonderd, dan wordt de politie nog wel eens gevraagd om de orde te handhaven. De aanvragers worden een voor een door de draaideur gelaten en dat gaat niet altijd goed: Marokkanen hebben een slechte traditie waar het de vorming van een gedisciplineerde rij betreft. En dan zijn er de teleurgestelden die zich aan de deur vastklampen en op hoge toon de consul te spreken vragen.

Aan de loketten worden de mensen te woord gestaan door Marokkaanse medewerkers die controleren of de dossiers compleet zijn. Bewijzen van solvabiliteit, garantstellingen door personen of instanties in Nederland, ze worden allemaal gevraagd om één criterium te kunnen beoordelen: vestigingsgevaar. Solvabiliteit van bijvoorbeeld werknemers moet aangetoond worden met het laatste loonstrookje, de sociale verzekeringskaart en afrekeningen, toestemming om op vakantie te gaan of het land te verlaten (bij overheidsbeambten), en bankafschriften van de laatste drie maanden. Bovendien moet iemand in Nederland zich voor 10.000 gulden garant stellen, bijvoorbeeld in geval van ziekte.

Er is één Nederlander die per dag alle dossiers beoordeelt. Hij maakt lange dagen. Enkele worden nauwelijks ingekeken: dat zijn de dossiers van degenen die al meerdere visa in hun paspoort hebben staan en die de maximale verblijfsduur (een tot drie maanden) nooit hebben overschreden. Het zijn meestal handelaren, die in Nederland zoiets als een auto komen kopen.

Bij anderen is het moeilijker. Zo is er iemand die een uitnodiging van een zeer solvabele zwager heeft (diens Nederlandse loonstroken zitten bij het dossier). Maar waar is het bewijs dat de zwager met de zus van de aanvrager is getrouwd? Er volgt een aantekening dat een kopie van de Nederlandse verblijfsvergunning van de zus nog overlegd moet worden. Dan is er een scholier van 18 die naar zijn oom wil ('dat is al verdacht: midden in het schooljaar met vakantie''). Zijn bankafschriften tonen een flink saldo, maar het bedrag is er in twee keer opgezet, en verder gebeurt er niks op de rekening ('het is nogal gemakkelijk om van familie even wat geld te lenen''). 'Vestigingsgevaar' wordt er in code in de computer getikt. Visum geweigerd.

Het controleren van de solvabiliteit heeft enige ontwikkeling doorgemaakt. Bekend is het verhaal van het consulaat in Pakistan (maar anderen hebben het over Tanger, waar tot voor kort ook visa werden afgegeven) over de 1000 dollar die iedere gegadigde moest kunnen laten zien. Dat bleek nooit een probleem, totdat iemand op het idee kwam de nummers te controleren, en dus bleek dat er iemand voor de ingang dezelfde dollars telkens verhuurde. Daarna zijn het reischeques geworden, en weer wat later bankafschriften. En uit die afschriften moet ook blijken dat de rekening echt gebruikt wordt.

Een vrouw wil naar haar broer. 'Naaister' geeft ze op als beroep ('Ja, dat zal wel, dat ben je hier nogal gauw''). Bankafschrift: in een keer een bedrag op de rekening. Als het een verder familielid betrof was het visum direct geweigerd, maar nu het om een broer gaat, wordt het voorgelegd aan Justitie in Den Haag. Het consulaat kan zelfstandig visa verlenen of weigeren. In twijfelgevallen wordt de aanvraag doorgestuurd naar Nederland, waar men de garantsteller om nadere inlichtingen kan vragen.

Een garantstelling wordt door de gemeente gecontroleerd. In België moet de garantsteller zijn solvabiliteit kunnen aantonen; in Nederland wordt alleen de echtheid van de handtekening nagegaan. Mede daarom heeft Nederland bij andere Europese landen de naam al te plooibaar te zijn. Maar het consulaat vraagt wegens die gemeentelijke coulantie naast de verklaring ook bankafschriften van de garantstellers. Soms zijn dat gewone Nederlanders die op vakantie zo'n leuke tijd hebben gehad met hun gids dat ze wel iets terug willen doen. 'Wat heeft u met mijn bankrekening te maken?'', vragen deze Nederlanders dan verontwaardigd - het is even wennen om aan de kant van niet-ingezetenen te staan.

Precieze aantallen over de per jaar verstrekte visa zijn niet te krijgen, maar ruwweg moet het om ongeveer tien- tot vijftienduizend mensen gaan. Een onbekend aantal daarvan overschrijdt de maximale verblijfsduur: als die na terugkeer nog eens een visum aanvragen maken ze weinig kans. Maar er zijn ook velen, en dat neemt de laatste jaren toe zeggen sommigen die het kunnen weten, die beslist niet armlastig zijn en eenvoudig een kijkje willen nemen in Nederland. Ook veel van de Marokkanen die hier werk zoeken doen dat uit nieuwsgierigheid. Net als Europese jongeren die de wereld willen zien en al werkend hun reis betalen.

Naast de visa worden er ook MVV's (Machtigingen Voorlopig Verblijf) uitgegeven. Hier gaat het om gezinshereniging en gezinsvorming. In de jaren tachtig waren dat er 3500 per jaar, de laatste tijd iets minder dan 3000. Een machtiging kan meerdere personen betreffen.

Zowel visa als machtigingen worden vaak onrechtmatig verkregen. Het departement van Justitie gaat van goeder trouw uit - het tegendeel moet aangetoond worden. Het consulaat heeft de indruk dat een omgekeerde redenatie meer met de Marokkaanse praktijk in overeenstemming zou zijn. Eenvoudige malversaties als eigenhandig ingevulde bankafschriften zijn nog wel te constateren ('Banken gebruiken altijd afkortingen''), en ontroerend zijn ook de nagetekende stempels. Maar in Marokko is alles te koop, tot en met originele familieboekjes waarin het kindertal danig is uitgebreid.

De vraag is echter of dergelijke malversaties niet als een bewijs van draagkracht aangemerkt moeten worden. Zo goedkoop zijn de Marokkaanse overheidsdienaren tenslotte niet. Een andere kwestie is het verschil in de opvattingen over rechtvaardigheid. Na hun achttiende komen Marokkanen voor de Nederlandse overheid bijvoorbeeld niet meer in aanmerking voor gezinshereniging - ze zijn dan tenslotte meerderjarig. In Marokko bestaat zoiets niet. Voor vrouwen zeker niet: die moeten, willen ze het land kunnen verlaten, schriftelijk toestemming hebben van vader of echtgenoot, ongeacht hun leeftijd. Maar ook mannen kunnen maar moeilijk vatten waarom ze op dertigjarige leeftijd niet naar hun vader in Nederland mogen. Ze blijven tenslotte altijd de afhankelijke zoon, hoe oud ze ook zijn.