HUIZINGA

In Bommeljé's interessante stuk over Huizinga in de Boekenbijlage van 23 oktober staat één opmerking die om een reactie vraagt. Hij schrijft: 'Velen zullen het echter betreurd hebben dat hij (Huizinga) in 1940, na de Duitse inval, bijna sprakeloos bleef en slechts repte van plicht, moed, geduld en vertrouwen.''

Dat er toen velen van Huizinga meer hebben verwacht, betwijfel ik. Er was aanvankelijk, in de reactie op een onbekende situatie waarop men volkomen onvoorbereid was, veel naïviteit, maar Huizinga was niet naïef. Hij zal zeker beseft hebben, dat op elke actie uiteraard een tegenactie van de bezetter zou volgen en hij was zich bewust van de beperkingen die zijn lichamelijke toestand hem oplegde.

Toen Telders in het najaar van 1940 voorstelde om als protest tegen de maatregelen tegen de joden collectief ontslag te nemen, mits een zeker minimum daartoe bereid zou worden gevonden, verontschuldigde Huizinga, toen bijna 68, zich op grond van zijn slechte gezondheid - dezelfde reden, waarom hij later uit het kamp zou worden ontslagen.

Het is niet reëel te veronderstellen dat iemand zich in omstandigheden waarin naar de woorden van een bekend jurist, 'we veel te slikken en weinig te eten zouden krijgen'', openlijk had kunnen uitspreken zonder onmiddellijke gevolgen voor zijn persoon. Alleen in de kerken kon voor de goede verstaander - en dat was toen iedereen - meer gezegd worden.

    • F.B.J. Kuiper