Het klassement is super, de beker werelds

ROTTERDAM, 30 OKT. Het moet allemaal groter zijn, indrukwekkender overkomen en vooral om astronomische prijzengelden gaan. Er is tegenwoordig geen sport meer zonder een wereldbeker, een superklassement of een aan elkaar gekoppelde wedstrijdenreeks die tot competitie is verheven. Een grand-slam in de paardensport als overtreffende trap van de wereldbeker, daarnaast een PJA Tour, een Champions League in het Europese voetbal en in eigen land een Pickwick Run Classics of een crossklassement. Wildgroei van nieuwe initiatieven die vooral een doel gemeen hebben: meer geld genereren voor de sport.

Wereld- of continentale kampioenschappen waren jarenlang de traditionele hoogtepunten in elke sport waar alleen de Olympische Spelen bovenuit torenden als een onneembare burcht. Maar onder die Spelen borrelt het. Daar lijken sportbestuurders elkaar te willen overtroeven met vondsten die hun tak het aanzien moet verschaffen dat er aan ontbreekt, die sponsors de indruk moet verschaffen dat er iets heel bijzonders aan de hand is, het publiek een rad voor de ogen draaien. In hun onstuitbare drift tot vernieuwing maken sportbonden hun wedstrijdencycli zo onoverzichtelijk dat de consument het nauwelijks meer kan bijhouden.

Een wereldbekerklassement bij het veldrijden naast een Super Prestige klassement. Terwijl die sport nauwelijks serieus wordt genomen en een ongewisse toekomst wacht nu de mountainbike, bij uitstek geschikt voor het rijden door het open veld, de heuvels en de zompige akkers, als competitievorm in opmars is. Maar zelfs de wereldbeker voor het professionele wielrennen heeft de geïnteresseerde opgezadeld met een weinigzeggende rangschikking. De beoogde facelift van de wielersport heeft het niet opgeleverd, onbeduidende winnaars van grote wedstrijden zorgden eerder voor een gevoel van ontgoocheling dan van opwinding. Bovendien gaat het er in de wielersport om wie de Tour de France wint of wereldkampioen wordt en niet wie aan het einde van het seizoen de meeste punten bij elkaar heeft gefietst.

Het wordt er met al die klassementen niet duidelijker op. “En verwarring is nooit goed voor de sport”, zegt Frank van den Wall Bake van het sportmarketingbureau Trefpunt, wiens beroep het is sporten en sportevenementen aan het publiek, de media en de sponsors te slijten. Volgens hem zijn de overwegingen om tot een superliga of wereldbekercyclus te komen voor zestig procent van commerciële aard. Een sportieve noodzaak is niet altijd aantoonbaar, al wordt het creëren van een hoger niveau competitiesport wel als een argument gebruikt.

Dat was ook het geval bij de UEFA, de Europese Voetbal Unie, die voor de Europa Cup voor landskampioenen vorig jaar een zogenoemde Champions League introduceerde. Na een afvalsysteem blijven er acht clubs over die in twee poules een hele competitie spelen, de winnaars van elke poule treffen elkaar in de finale. Een systeem dat dit jaar al weer is aangepast, zodat er nu eerst nog kruisfinales moeten worden gehouden door de beste twee van elke poule. Dat systeem, beweert de UEFA, is eerlijker en voorkomt dat een kwalitatief sterk elftal in het vroegere knock-out systeem door een mindere wedstrijd uit het toernooi werd gestoten. Het verrassingselement ingeleverd. Waar het bij de Champions League vooral om gaat is geld. Het bereiken van die slotronde is een doel op zich geworden. Trainers en bestuursleden van clubs die dat bereiken spreken niet meer in doelpunten, maar in Zwitserse francs. De premie voor het bereiken van die League bedraagt al 3,2 miljoen gulden. Per behaald punt wordt nog eens 500.000 gulden uitgekeerd.

De paardensport is helemaal een kermis geworden nu de Zwitser Max Ammann, het brein achter de wereldbeker springen, die sinds 1978 wordt gehouden, de geboorte van een grand slam aankondigde. Vier concoursen met geldpremies die variëren van ruim een ton tot meer dan een miljoen gulden voor de winnaar van alle Grand Slams. En als sportief extraatje het recht voor de eerste vijf ruiters van het eindklassement dat van die vier grand slams wordt opgemaakt, zich direct plaatsen voor de finale van de wereldbeker. De strijd om die beker is weer een competitie in continentale liga's. Daarnaast is inmiddels een Tour van de Profesional showJumping Association (PJA) ontstaan: wedstrijden volgens het knock-out systeem, waardoor een concours hippique één winnaar krijgt.

Joep Bartels, directeur van BCM Zuidgroep (zeven bedrijven die zich bezig houden met het uitgeven van hippische tijdschriftenn en het sportmanagement op het gebied van de paardensport) noemt het “een op zichzelf leuk idee. Maar als dat initiatief naast de Volvo wereldbeker gaat lopen krijg je twee highlights in een zelfde periode en begrijpt niemand er meer iets van. Daarvan zijn legio voorbeelden in sporten die veel groter zijn dan de paardesport: je had vroeger twee tennisranglijsten, de bokswereld kent drie bonden en drie verschillende wereldkampioenen in dezelfde gewichtsklasse. Dat is ongeveer het slechtste wat je qua media-exposure kunt hebben.” Daarom is er nu een afspraak gemaakt dat de wereldbekerwedstrijden naar de winter gaan en in de zomer ruimte komt voor andere initiatieven. Een bestaande competitie die ruimte maakt voor een ander. Ruimhartigheid of angst voor overkill en daarmee gepaard gaand verlies aan exposure?

Bartels is zelf initiatiefnemer van een wereldbeker dressuur en zijn onderneming zette zelfstandig een wereldranglijst op, een door het jaar heen lopende ranglijst zoals de ATP die bij het tennis maakt. De resultaten van alle dressuurwedstrijden ter wereld worden in de computer ingevoerd en via een ingewikkelde sleutel tot punten omgerekend. Ingewikkeld voor de doorsnee paardesportliefhebber? “Je kunt ook naar een wedstrijd kijken zonder dat je dat allemaal weet. Mensen die naar een voetbalwedstrijd uit de Champions League kijken vragen zich misschien niet eens af hoe het precies werkt. Die zien gewoon zo'n wedstrijd.”

Door de bundeling van losse wedstrijden wordt het wereldbonden gemakkelijker die als een pakket aan te bieden aan televisiemaatschappijen. Dat 'het produkt' voetbal daar geen probleem mee heeft staat wel vast. En ook de paardensport heeft een jarenlange traditie, evenals het skiën. In navolging van die initiatieven zijn andere, kleinere sporten zich over dat model gaan ontfermen. Zoals de poging van de volleybalbond om met een World League meer gewicht aan landenontmoetingen te geven. Het is een onmogelijke opzet, waarbij de teams de hele wereld overvliegen. En hoe klein die wereld door de moderne massacommunicatiemiddelen ook mag zijn geworden, sinds 1990 is er bij het publiek nog altijd geen gevoel ontstaan dat hier een competitie gaande is die op de voet moet worden gevolgd.

Ook in het hardrijden op de schaats is de strijd om de wereldbeker nog lang geen succes. Een seizoen kent een Europees en wereldkampioenschap als hoogtepunt, de wereldbeker geldt als voorbereiding daarop. Zo weet ook Ab Krook, de bondscoach van de Nederlandse mannen schaatskernploeg. “Het zal nooit een vervanger worden van een EK of een WK. Langzaam maar zeker begint het iets meer waarde te krijgen. In vooral de Alpenlanden sprak het wel direct meer tot de verbeelding, omdat ze daar vertrouwd zijn met een wereldbeker skiën, die wel aanzien geniet. Daar is dit idee ook van afgeleid.”

Op national niveau rijzen de competities inmiddels ook de pan uit. De Pickwick Run Classics bijvoorbeeld van de KNAU (Atletiek Unie), een serie stratenlopen die door de bundeling en een interessant prijzenschema vooral veel Afrikaanse broodlopers naar de wedstrijden trekt. Hun namen spreken niet tot de verbeelding. Een aantal, geëxploiteerd door managers, werkt in een angstaanjagend tempo een veel te groot aantal wedstrijden (ook buiten Nederland) af om vervolgens geblesseerd of opgebrand in de vergetelheid te raken. “De herkenbaarheid gaat misschien een beetje verloren, maar Nederlandse lopers hebben altijd geklaagd dat ze sterke buitenlandse tegenstanders nodig hadden om zich daarmee te kunnen meten en daar sterker door te worden”, vertelt Bert Paauw, technisch directeur van de KNAU. Ook het veldlopen, een ondergeschoven kindje in de atletiek, kent inmiddels een competitievorm. “Je hebt wel eens de indruk”, zegt Van den Wall Bake dat een bond zegt: We hebben een sponsor, nu moeten we daar nog een klassement voor verzinnen.” En sportmensen krijgen een extra kans om hun geringe kwaliteit discreet te bedekken met nietszeggende rangschikkingen in klassementen.

“En, heb je nog iets gepresteerd dit jaar?”

“Ja, ik ben ex aequo twaalfde geworden in de Pickwick Run Classics. Een plaats hoger dan vorig seizoen.”

“Klasse”.

    • Peter de Jonge