HENRI POLAK

Terecht is bij het verschijnen van de dissertatie van Salvador Bloemgarten over Henri Polak opnieuw veel aandacht gewijd aan deze stichter van de ANDB en mede-oprichter van het NVV, zo ook door Florian Diepenbrock in het Boekenbijvoegsel van 23 oktober. Op één aspect is daarbij echter niet gewezen, hoewel juist dit op het ogenblik zeer actueel is.

Zoals gezegd, het is de onmiskenbare verdienste van Henri Polak dat hij in 1894 de diamantbewerkers, of althans een belangrijk deel van hen, wist te organiseren in de strijd voor hogere lonen, in 1910 voor een week, hoewel onbetaalde, vakantie, en in 1911 voor de 8-urige werkdag, verworvenheden die nu als meer dan vanzelfsprekend gelden, en die niemand zou wensen terug te draaien.

Echter, die strijd om steeds hogere lonen - die zelfs in 1955, toen de diamantindustrie in Amsterdam reeds zeer sterk was teruggelopen, opnieuw werd gevoerd - betekende ten slotte de genadeslag voor deze industrie in Amsterdam, welke reeds lang vóór 1940 over haar hoogtepunt heen was.

In 1919 waren er in Amsterdam nog circa 10.000 diamantbewerkers. Spoedig daarna trad echter de achteruitgang in. Deze werd gedeeltelijk veroorzaakt door de economische recessies van 1921, 1929 en 1935/6, maar gedeeltelijk ook doordat de lonen in Amsterdam veel hoger waren dan in Antwerpen en omstreken, waar de diamant nog gedeeltelijk in huis-industrie werd bewerkt. Veel diamanthandelaren gaven er de voorkeur aan om hun ruwe diamant, en vooral de kleinere en minder waardevolle steentjes, voor bewerking naar Antwerpen te zenden. Aldus ontstond er grote werkloosheid onder de Amsterdamse diamantbewerkers, van wie zich verscheidene, vooral joodse, in Antwerpen vestigden, daar zij de voorkeur gaven aan lager loon boven werkloosheid.

In 1939 telde de ANDB officieel nog 6.187 leden, van wie 3.887 opgaven dat zij joods waren. In feite waren in 1939 nog slechts minder dan duizend mensen, van wie 600 joden, als diamantbewerker in Amsterdam werkzaam.

De meesten van hen zouden ten slotte tijdens de bezetting omkomen. Maar ook zonder deze bezetting zou Amsterdam haar plaats als centrum van de diamantindustrie geleidelijk hebben moeten afstaan aan Antwerpen. En wel juist omdat de arbeidsvoorwaarden, dank zij Henri Polak, hier zoveel gunstiger waren.