Exodus van berooide gelukszoekers uit 'de Kaap'

De blijvers noemen het schertsend de 'chicken run'. De blanke exodus uit Zuid-Afrika komt op gang, versneld door stenen, benzinebommen en een hoogst onzekere toekomst. Dit jaar wordt een verdubbeling verwacht van het aantal Nederlanders dat terugkeert van de Kaap.

AMSTERDAM, 30 OKT. Na haar aankomst op Schiphol reisde Margot Verschoor (28) naar Maastricht. Dat had haar stiefvader haar geadviseerd. Leuke omgeving, wat bergjes om de aanpassing te laten vlotten “Een beetje naïef”, zegt ze bijna drie maanden later. Huisvesting en een baan zaten er voor haar niet in. Twee weken vond ze onderdak in een klooster in Zuid-Limburg. Inmiddels zit ze samen met haar zoontje in een opvangcentrum in Lelystad, wachtend op woonruimte, zoekend naar werk. “Ik pak elk baantje aan. Ook als aardappelschiller.”

In 1988 keerden 467 Nederlandse emigranten terug uit Zuid-Afrika. Vorig jaar waren dat er 887, in de eerste helft van 1993 al 627. “Vliegtuigen van Johannesburg naar Amsterdam zijn al maanden tevoren volgeboekt”, zegt E. Davids, directeur van een remigratiebureau in Naarden. Zij heeft zich gespecialiseerd in het zoeken naar huisvesting, maar richt zich steeds vaker tot opvanghuizen. “Mensen komen totaal onvoorbereid hier naar toe. Ze pakken hun koffer en nemen het eerste vliegtuig dat ze kunnen vinden”.

Ja, ze worden als lafaards gezien, zegt Margot Verschoor. Ze emigreerde op 16-jarige leeftijd met haar moeder en haar stiefvader. Na haar middelbare school werkte ze enige tijd als uitzendkracht. De geweldsuitbarstingen in Kaapstad dreven haar uiteindelijk het “paradijsachtige” land uit. “Ik was waarschijnlijk gebleven als ik alleen was geweest, juist omdat het nu een beetje normaal begint te worden in Zuid-Afrika”, zegt ze, doelend op het “historische keerpunt” en het einde van de apartheid. “Maar er zijn zoveel extremistische bewegingen, zowel blank als zwart. Het geweld is barbaars”. Autorijden in sommige delen van de stad is een hel. “Mensen staan op bruggen te wachten met mitrailleurs, met stenen, met petrol bombs. Dat kun je een kind niet aandoen. Het is moeilijk om alles op te geven, maar als het geweld dicht bij je bed komt word je vanzelf een chicken.”

Jan Keus (57) kwam samen met zijn vrouw drie jaar geleden al terug, na een verblijf van veertien jaar in Zuid-Afrika. “Ik kon mijn werk niet meer doen”. Keus werkte in de elektronika. “Ik kwam in zwarte en blanke dorpen. Toen al werd je op de weg overal beschoten, er waren opstanden, demonstraties. Het gebeurde steeds vaker dat ik mijn geld niet meer kreeg”. Keus en zijn vrouw probeerden in 1990 tevergeefs in hun vroegere woonplaatsen Heerhugowaard en Maassluis een huis te vinden. Uiteindelijk kwamen ze in Lelystad terecht.

Vorige week richtte Keus de Nederlandse Vereniging van Remigranten op, omdat hij inmiddels weet welke problemen de 'terugtrekkers' aantreffen. “Mensen zijn vaak helemaal berooid als ze terugkomen. In augustus mocht je per persoon voor 15.000 rand (7.500 gulden, red) meenemen uit Zuid-Afrika. Daar wordt heel streng op gecontroleerd. Veel remigranten spreken alleen maar Engels of Zuidafrikaans. We geven adviezen over taalcursussen en het zoeken naar een baan en een woning.”

De blik van de Nederlanders in Zuid-Afrika blijkt, ondanks de veelgehoorde verhalen over werkloosheid en woningnood, vertroebeld. “Ik had toch gedacht dat je wel een baantje en een huis zou vinden als je twee dagen goed zou zoeken”, zegt Verschoor.

Het is niet alleen wennen voor de terugkerende Nederlanders - “de helft van mijn cliënten gaat morgen terug als het geweld voorbij is”, zegt directeur Davids van het remigratiebureau. Ook de Nederlandse samenleving heeft haar bedenkingen. “Een teken van zwakte”, zegt een woordvoerder van het Komitee Zuidelijk Afrika over de massale terugkeer. “Het is niet helemaal in de haak dat mensen die nooit een vinger hebben uitgestoken om de apartheid te bestrijden nu op de vlucht slaan. Ze zouden nu juist moeten blijven om te helpen met de wederopbouw, maar ook om iets terug te doen”. Het Komitee heeft de indruk dat de terugkeerders “een gemêleerd” gezelschap vormen. “Niet in het bijzonder politiek conservatieven of apartheidsaanhangers. Ze vertrekken voor het geweld, maar bij sommigen speelt zeker ook de angst voor het verlies van economische privileges mee”.

Jan Keus zegt zich nog steeds te verbazen over het beeld dat in Nederland bestaat over de blanken in Zuid-Afrika. “Een groot huis met een zwembad en een stuk of vijf bedienden. Dat is er ingehamerd. Een droomwereld waarin mensen zich hebben verrijkt ten koste van de zwarte bevolking. Die zullen er best tussenzitten, maar velen hebben zich doodgebuffeld om de kost te verdienen”. Vlak voor zijn terugkeer zag hij “hele trieste gevallen, zowel blank als zwart”. Er waren gaarkeukens waarvoor kerkelijke instanties voedsel inzamelden. “Ja, ook voor blanken. Dat is iets wat men zich in Nederland niet kan voorstellen”.

De drukte aan haar remigrantenbureau in Naarden heeft Davids doen besluiten volgende maand naar Zuid-Afrika af te reizen om de Nederlandse missies in het land op de hoogte te brengen van de problemen waar terugkerende Nederlanders tegen aanlopen. Emigranten die na hun vertrek hun Nederlandse paspoort behielden kunnen terugkeren wanneer zij dat willen. Op het consulaat krijgen zij desgevraagd informatie over zaken als werkgelegenheid en de huizenmarkt, zegt een woordvoerder van Buitenlandse Zaken. Emigranten die de Nederlandse nationaliteit ooit opgaven kunnen, net als 'andere' buitenlanders, een visum van drie maanden krijgen en hoeven vooralsnog niet op een voorkeursbehandeling te rekenen.

Davids wil dat er van overheidswege “iets geregeld” wordt om de terugkeer te vergemakkelijken. “In Zuid-Afrika wordt totaal geen voorlichting gegeven aan mensen die terug willen. Iemand die op de Bijstand is aangewezen mag geen hogere huur hebben dan 620 gulden. Daar vind je niet zomaar een huis voor”. Zij pleit voor “een soort vluchtelingenregeling”, omdat het om mensen gaat die op de vlucht zijn. Margot Verschoor heeft in het opvangcentrum in Lelystad wel eens gedacht dat ze destijds beter de Zuidafrikaanse nationaliteit had kunnen aannemen. Dan was nu ze wellicht als 'asielzoeker' tot Nederland toegelaten en had ze misschien “vrij snel” een dak boven haar hoofd gehad.

Ze heeft al heimwee gehad naar “haar land”, maar uit de telefoongesprekken met haar zusje, die binnenkort ook naar Nederland terugkeert, is haar duidelijk geworden dat het geweld alleen maar toeneemt. “Er komt straks een echte burgeroorlog. Nee, ik ga voorlopig niet terug.”

    • Rob Schoof