Een polder als Alexander is nooit af

Tentoonstelling: De Alexanderpolder, waar de stad verder gaat. T/m 21 nov. in de Kunsthal, Westzeedijk 341, Rotterdam. Geopend: di t/m za 10-17 u, zon- en feestdagen 11-17 u.

Van de kreet dat Nederland af is wordt de laatste tijd weinig meer vernomen. En met recht, want het was een belachelijke gedachte. Neem bijvoorbeeld de Alexanderpolder, de verzameling van elf naoorlogse wijken in Rotterdam en Capelle aan de IJssel. De bebouwing van de polder is nu bijna voltooid; alleen aan de randen zijn nog wat woningbouwlokaties leeg en ook het bedrijvengebied is nog niet helemaal vol. Maar al is dan binnen afzienbare tijd de polder geheel bebouwd, af zal de Alexanderpolder dan zeker niet zijn. Drie problemen vragen nu al om een antwoord, aldus de organisatoren van AIR-Alexander, de langlopende manifestatie die de naoorlogse Rotterdamse uitbreidingswijken tot onderwerp heeft. In de eerste plaats heeft het stadsdeel geen eigen identiteit, merken zij op. Alexanderpolder heeft met zijn 140.000 inwoners de omvang van een middelgrote gemeente, maar is afhankelijk van de Rotterdamse binnenstad. Het tweede probleem is dat er weinig 'functionele en ruimtelijke samenhangen' bestaan: spoor- en snelwegen en gemeentegrenzen lopen dwars door de Alexanderpolder heen en werken als barrières. En ten derde vervaagt de grens tussen het verstedelijkt gebied van Alexanderpolder en het naburige groene hart van de Randstad. Nodig is een nieuwe definitie van het groene hart dat allang niet meer arcadisch is.

Air Alexander vroeg zes architecten (Robert Geddes uit de Verenigde Staten, de Spanjaard Manuel Solà-Morales, de Duitsers Klaus Zilich/Wolfgang Engel en de Nederlanders Adriaan Geuze, Rem Koolhaas en Endry van Velzen) om over deze problemen na te denken en voor verschillende gebieden in Alexanderpolder concrete ontwerpvoorstellen te doen. Daarnaast kregen vier fotografen (Nick Waplington uit Groot-Brittannië, Hans Aarsman uit Nederland, Manfred Willmann uit Oostenrijk en Jean-Louis Schoelkopf uit Frankrijk) de opdracht Alexanderpolder in beeld te brengen en werden de cineasten Albert Wulffers uit Nederland en Péter Forgács uit Hongarije gevraagd een film te maken over de wijk.

De resultaten van al deze opdrachten zijn nu samengebracht in de Rotterdamse kunsthal op de tentoonstelling De Alexanderpolder, waar de stad verder gaat, een van de laatste onderdelen van de manifestatie die dit voorjaar begon. Het is een expositie die veel eist van de bezoeker. De makers hebben de woorden van Rudi Fuchs dat van kunstminnaars mag worden verwacht dat ze veel moeite doen voor kunst heel letterlijk genomen. Dit geldt niet zozeer voor de foto's van de Alexanderpolder, al zijn die van Schoelkopf akelig klein, en ook niet voor de film, al moet men in het zijzaaltje wel zijn best doen om te verstaan wat vijf families vertellen over hun dagelijkse leven in de Alexanderpolder.

Het zijn vooral de architectenvoorstellen die een ongewone presentatie hebben gekregen. Waarschijnlijk was het ondoenlijk om de veelomvattende plannen op de gebruikelijke wijze te presenteren; de tentoonstellingsmakers hebben in ieder geval niet volstaan met tekeningen en maquettes. Wie een goede indruk van de ideeën wil krijgen, moet turen naar dia's die worden geprojecteerd op half doorzichtige schermen waardoorheen de interieurs van Waplington en de troosteloze tulpen van Willmann zichtbaar blijven. En bovenal moet men zijn oor letterlijk te luisteren leggen op een van de luidsprekers in zes palen waaruit stemmen klinken die in dor architectenproza de plannen toelichten.

Over de plannen zelf valt weinig te zeggen, zo divers en uiteenlopend zijn ze. Robert Geddes komt met het concrete plan om van de Alexanderlaan een 'science and technology corridor' te maken, omzoomd door middelhoge multifunctionele gebouwen. Manuel de Solà Morales stelt nieuwe aftakkingen van de snelwegen voor, Zillich en Engel willen een deel van de Alexanderpolder onder water laten lopen en drijvende steden bouwen en Rem Koolhaas laat zien hoe leeg Noord-Nederland wordt als alle vijftien miljoen Nederlanders in Zuid-Nederland gaan wonen.

Voor luie kunst- en architectuurliefhebbers, die zich liever niet begeven in de kakofonie van de Kunsthal, zullen de deelnemers aan de tentoonstelling hun bijdragen toelichten op een een symposium met dezelfde naam als de tentoonstelling dat op 18 en 19 november in Theater Lantaarn/Venster.

    • Bernard Hulsman