Couwenbergs misverstanden

S.W. Couwenberg sluit zich in de krant van 23 oktober aan bij een eerder betoog van Ger Groot (18 oktober), om de SGP niet te verbieden, maar hij wijst daarbij de strikt formele, procedurele opvatting van democratie af. Hij kiest voor een “materiële, op principes gebaseerde opvatting van democratie en rechtsstaat, zoals de Duitse Bondsrepubliek, die die principes verankerd heeft in haar grondwet. Die principes zijn daarin zelfs onttrokken aan een grondwetsherziening en tot onaantastbare kern van de grondwet verklaard...”.

Dat klinkt mooi, maar wat betekent het eigenlijk? Als een grondwettelijk verbod van anti-democratische partijen niet wordt gehandhaafd en als een Berufsverbot wordt gebruikt om regeringsonwelgevallige elementen maatschappelijk te elimineren, dan geef ik niet veel voor mooie formuleringen in een grondwet. Juist is dat de Duitse grondwet sommige principes zelf onveranderlijk verklaart, maar betekent dit dat die principes ook onveranderlijk zijn?

Dit is niet het geval. De geschiedenis kent veel voorbeelden van fraaie verklaringen en valse feiten. De wereld wordt niet geregeerd door definities en woorden in een grondwet, maar door mensen. Daarom is het jammer dat Couwenberg de zoveelste die beweert dat de Weimar Republiek door de 'formele opvatting van democratie' geen enkel principieel verweer had tegen de legale overgang naar het nazi-dom. Dat is nonsens. Lezing van bijvoorbeeld 'Der Widerstandgegen den Nationalsozialismus' (Piper, 1985) maakt duidelijk dat waarschijnlijk een groot aantal factoren deze fatale ontwikkeling hebben veroorzaakt. Daarbij speelden mensen en machten een beslissende rol. Niet de definitie van democratie, maar feitelijke omstandigheden en opvattingen maakten Duitsland tot de verderfelijke nazi-staat.

Couwenberg is geen liefhebber van het waardenrelativisme. De gelding van de principes als vrijheid en gelijkheid - waar men in de praktijk vele kanten mee op kan, zoals ook weer de geschiedenis leert - baseert hij op internationale erkenning en op de historische ervaring die leert “dat deze beginselen de beste garantie blijken te zijn voor een menswaardige samenleving”. Dit is een misverstand. Een menswaardige samenleving kan helaas niet gegarandeerd worden door principes; mensen moeten bereid zijn een dergelijke samenleving in stand te houden. Zoals Couwenberg zich baseert op erkenning en geschiedenis, baseert een aantal anderen, onder wie onze minister van justitie, zich op een moderne versie van het natuurrecht. Volgens Couwenberg baseren zij zich daarmee “op een objectieve grondslag”. Wat hij daarmee precies bedoelt is niet geheel duidelijk, maar alweer - in welke betekenis 'objectief' ook wordt gebruikt -, er is weer sprake van een misverstand. Wie kiest voor een natuurrechtelijke opvatting, kiest daarvoor, gelooft daarin.

Couwenberg stelt dat in het westerse beschavingsproces westerse beginselen van vrijheid en gelijkheid de toets van het 'Weltgericht' van de geschiedenis hebben doorstaan. Hij verzet zich tegen het waardenrelativisme dat naar zijn inzicht de verdediging van de democratische rechtsstaat “evenals in de jaren dertig” wankel maakt. Hij ziet kennelijk niet in dat degene die waarden als vrijheid en gelijkheid 'relativistisch' omhelst, deze net zo hartstochtelijk kan verdedigen als meer absoluut ingestelde figuren; het laatste misverstand.

    • Th. Degenkamp