'Campaigner' Gerrit Braks op weg naar een topfunctie; Ik doe niet mee aan stemmentellerij

Nog negen dagen, en dan weet Gerrit Braks of hij wordt gekozen tot directeur-generaal van de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Acht andere kandidaten zijn in de race voor deze internationale topfunctie. Na lang aarzelen van zijn campagnestaf ('de anderen zijn ook voorzichtig, want ieder woord dat jij in Nederland over de FAO schrijft wordt hier onmiddellijk tot in de details vertaald') een interview bij het FAO-hoofdkwartier in Rome, net terug uit Algerije, en met de koffer al weer klaar voor Marokko, Mauretanië en Mali.

'Het is allemaal zeer spannend en enerverend. Ik voel me net als vroeger, als je examen moest doen. Dan voel je dat je op veel plekken niet voldoende bent voorbereid. Je vraagt je af: heb ik die stelling wel goed begrepen, heb ik die bladzijde wel goed gelezen. Maar uiteindelijk viel het altijd mee. Ik ben altijd geslaagd en heb nooit een herexamen gehad. Dus daar moeten ze maar rekening mee houden. Ik ben er altijd doorheen gekomen.'

Gerrit Braks is nu zestig jaar en hij hoopt op een nieuw leven. In Rome, op de vierde verdieping van het in strak-fascistische stijl opgetrokken witte gebouw van de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties. De oud-minister van landbouw en voorzitter van de KRO is bezig met een intense campagne om andere landen ervan te overtuigen op hem te stemmen. Het vele reizen lijkt hem nauwelijks te hebben vermoeid. Ontspannen en wat afgeslankt vertelt hij op het Nederlandse hoofdkwartier bij de FAO, een ruime flat op een paar honderd meter van het hoofdkwartier, vol goede moed te zijn. 'Ik ben van nature een campaigner,'' zegt Braks. 'Ik ben zeer gemotiveerd en denk dat ik een goede kans maak. In de campagne sta ik bovenop de ketting, en met plezier.

'Natuurlijk was ik al langer aan het nadenken, maar ik heb de KRO nooit als een tussenstation gebruikt na mijn ministerschap. Ik ben gevraagd om bij de KRO te gaan werken. Ik doe dat met plezier, maar aan de andere kant heb ik van begin af aan gezegd dat ik het niet met een eeuwige gelofte zou doen. Ik heb steeds een slag om de arm gehouden.''

Zestig landen heeft hij de afgelopen maanden bezocht, en vele internationale topconferenties om daar weer vertegenwoordigers van andere landen de hand te drukken. 'Aanvankelijk had ik niet gedacht dat ik zoveel zou moeten reizen. Maar omdat een paar kandidaten, met name Moreno en Miller, al een paar jaar lang aan het actievoeren zijn en zeer intensief bezoeken hebben afgelegd, was het nodig dat ik ook zo'n programma ging doen. Anders kom je op achterstand. Ik refereer altijd aan Anton Geesinks antwoord toen iemand hem vroeg: Moet jij nu wel alle kandidaat-steden voor de Olympische Spelen bezoeken? Ja, zei Geesink, als ik er één bezoek moet ik ze allemaal bezoeken. We hebben dat ook gezien bij Boutros Boutros-Ghali. Bij zijn verkiezing tot secretaris-generaal van de VN is gebleken dat hij al een paar jaar bezig was met bezoekjes. Dat blijkt toch nodig te zijn. Normaal verloopt het diplomatieke verkeer in de wereld via laat ik maar zeggen 25 landen, dat zijn de hoofdrolspelers. Maar nu heeft iedereen een stem. Als je dan zo'n lidstaat zo serieus neemt dat je omwille van die stem ook nog een bezoek brengt, heeft dat betekenis. Dat is ook gebleken. Toen ik in een aantal landen op bezoek kwam zeiden ze: 'We hadden al een grote voorkeur voor je, maar dit bezoek is doorslaggevend.'

'Ik ben de kandidaat van de Nederlandse regering, en daarom worden de reis- en verblijfkosten betaald door de staat. Ik vind zelf ook, om je heel eerlijk de waarheid te zeggen, dat het reisprogramma nogal fors is. Maar als de anderen het doen en je wilt serieus meedoen, dan moet je wel. Wij doen het zeker niet royaler dan sommige andere kandidaten. Geen eerste klasse, maar business of economy.''

U bent vooral in Afrika op stemmenjacht gegaan, omdat het Afrikaanse blok naar verwachting snel uit elkaar valt en de stemmen vrijkomen. Met hoeveel bent u teruggekomen?

'Ik doe niet mee aan stemmentellerij. Ik heb wel ervaren dat mijn kandidatuur aanslaat. Nederland is een internationaal gerenommeerd landbouwland met een zeer substantiële bijdrage aan ontwikkelingslanden. Het feit dat wij zoveel doen voor de landbouw en de plattelandsontwikkeling en dat wij bij uitstek de FAO gebruiken als het multilaterale kanaal voor de uitvoering van onze projecten, dat maakt indruk. Wij staan veruit aan de top op de lijst van bijdragers aan de FAO-projecten. Mijn persoonlijke achtergrond, dat ik meer dan enig andere kandidaat politieke ervaring heb naast mijn landbouwervaring, heeft ook veel positieve belangstelling opgeleverd.''

Maar voor Edouard Saouma, de huidige directeur-generaal, was ook al een Nederlander, Addeke Boerma, de baas van de FAO.

'Die is 25 jaar geleden gekozen. Saouma heeft daarna drie termijnen gediend. Als je geen betere argumenten hebt om je kandidaat te kwalificeren ziet het er somber uit. Nederland heeft op dit moment geen enkele toppositie bij de Verenigde Naties, dus het wordt tijd dat wij daar iets verwerven. Dit is nu eenmaal een functie die bij Nederland past en daarom is men er ook nogal bevreesd over. Boerma wordt natuurlijk ook wel eens bekritiseerd, maar de objectieve beoordelers zijn van mening dat deze Nederlander het redelijk goed gedaan heeft.''

Beter dan zijn opvolger?

'Dat zeg ik niet. Ook de huidige DG heeft veel goede dingen gedaan.''

De Duitsers zeggen dat zij nu aan de beurt zijn voor een hoge VN-post.

'Dat speelt Duitsland sterk uit, maar ik wil er toch op wijzen dat ze in de totaliteit van de internationale organisaties wel de secretaris-generaal van de Nato hebben en overigens sterk vertegenwoordigd zijn in de subtop. Toch kan ik me daar wel iets bij voorstellen. Maar als dat een doorslaggevende kwalificatie moet zijn, dan denk ik dat men te weinig oog heeft voor de organisatie als zodanig. Het gaat ook over de geschiktheid van de kandidaat zelf. Als je dan ziet dat Nederland de FAO altijd zeer serieus heeft genomen, dan denk ik dat dat op zijn minst zo zwaar weegt dat het de situatie kan neutraliseren.''

Wedt Nederland niet op teveel paarden tegelijk? Wij zijn in de race voor de Europese politie en de Europese bank, en Lubbers heeft Brussel toch niet echt vaarwel gezegd?

'Wij zijn niet de enige die veel ijzers in het vuur hebben. Om die instituties wordt enorm hard gevochten. Maar instituties en personen worden zelden met elkaar verbonden. En Brussel is een geval apart, daar gaat het om een benoeming. We hebben recht op een lid in de Europese Commissie, en dat doet de Nederlandse regering alleen. De vraag is alleen welke functie je krijgt. Dat is wel een kwestie van een stoelendans natuurlijk. De FAO is een zodanig specifiek orgaan, dat men daar veel meer op achtergrond en persoonlijke credentials zal letten. Daar twijfel ik niet aan.''

Is het niet een nadeel om een kandidaat uit een EG-land te zijn, een vertegenwoordiger van de rijke boeren?

''Ogenschijnlijk is dat zo, maar in de praktijk zal het zo niet werken. Als jij hier in Rome een vertegenwoordiger hebt die de belangen van de anderen moet dienen en het is uitsluitend attaque, dat zal niet bij voorbaat vruchtbaar zijn. Ik denk dat het verstandiger is om de noodzakelijke aanpassing in de EG te laten bevorderen door iemand die zelf bij Brussel betrokken is geweest in plaats van door iemand die aan de buitenkant alleen maar kritiek uitoefent, zoals de Australische kandidaat. Die krijgt in de EG geen gehoor. Juist een Nederlander - iemand uit een land met een substantiële betrokkenheid bij de Europese gemeenschap maar ook een land dat duidelijk opkomt voor de belangen van landen buiten die gemeenschap, zowel van ontwikkelingslanden als in de internationale handelspolitiek - kan beter als een honest broker optreden. Dat wordt heel goed begrepen in veel ontwikkelingslanden.''

Sommigen zeggen dat u te weinig ervaring hebt als manager en dat u te laat bent begonnen met uw campagne. Veel landen hadden zich toen al vastgelegd op een kandidaat.

'Anderen zijn uit zwakte te vroeg begonnen. Latijns-Amerika en Afrika hebben vroeg consensus bereikt over een kandidaat. Daarom denk ik dat Moreno en Diouf in eerste instantie de meeste stemmen zullen krijgen. Er is een regionale politieke commitment. Maar ik merk in toenemende mate dat die niet zo hecht is als men graag doet voorkomen. Ik heb wel de indruk dat mijn kandidatuur, of liever gezegd de Nederlandse kandidatuur, met name in Latijns-Amerika en in Afrika tot de nodige onzekerheid heeft geleid of ze wel de goede keuze hebben gedaan. Verschillende malen heb ik gehoord: we hebben ons veel te vroeg gecommitteerd, op een moment dat we niet konden weten welke kandidaten er waren. De aanmeldingstermijn voor kandidaten sloot pas 2 april.''

Dat u niet naar Brussel kon, naar de Europese commissie, heeft ook een rol gespeeld bij de late beslissing om u kandidaat te stellen. U wilde eerst op Brussel wachten.

'Ja, dat was zo. Maar dat niet alleen. Ik heb thuis ook mijn verplichtingen. Je kan niet eeuwig bezig zijn met een alternatieve job. En wat dat management betreft: ik zou niet weten welke anderen over meer managementervaring beschikken. Degenen die zeggen over meer managementervaring te beschikken, hebben dat uitsluitend in de overheidsadministratie gedaan en in overwegende mate in de organisatie van de FAO zelf. Ik betwijfel ernstig of dat een goede kwalificatie is om met autoriteit de FAO te gaan revitaliseren, wat nodig is.''

Wat wilt u met de FAO?

'De FAO bestaat nu bijna vijftig jaar, en ik zou graag willen dat zij een meer uitgesproken positie zou kunnen innemen. De nieuwe politieke omstandigheden en de grotere integratie in de wereld, politiek en ook commercieel, brengen met zich mee dat de FAO op een andere manier kan en moet gaan opereren. Minder bureaucratie, minder centralistisch, geïntegreerd met andere internationale organisaties. Het is goed als de FAO projecten uitvoert, individuele projecten zijn nuttig, maar die moeten dan worden geïntegreerd in bredere programma's. Ik denk dat iemand met wat politieke ervaring veel beter op zijn plaats is dan iemand met uitsluitend adminstratieve managementervaring. Ik ben daar niet zo van onder de indruk, als ik het tableau de la troupe bekijk.

'De wereld was verdeeld. Vergeet niet dat de Sovjet-Unie nooit lid is geweest van de FAO. Waarom niet? Omdat de FAO zich bezig hield met oogstramingen en daar moest een buitenstaander zich niet mee bemoeien. Nu de wereld politiek steeds verder integreert zie je dat de voormalige satellieten stuk voor stuk lid worden en dat Rusland zelf het ook al overweegt. Dat is een nieuw politiek klimaat, en dat alleen al motiveert mij om het te doen.''

Critici van de huidige directeur-generaal zeggen dat de FAO de afgelopen jaren kwalitatief sterk is achteruitgegaan als technisch-adviserende organisatie op landbouwgebied.

'Ik wil dat niet zeggen. Ik geloof dat het in ieder geval niet alleen voor de FAO geldt.''

Heeft een directeur-generaal wel ruimte om beleid te maken of zijn de marges ook hier te smal?

'Als je in een situatie terecht komt waarin rond de DG gepolariseerd wordt in blokken, dan zal dat nooit erg vruchtbaar zijn. Als je daarentegen een positie probeert te verwerven als honest broker tussen de verschillende belangen, dan denk ik dat je nogal wat kunt doen. Een van mijn motivaties is om het zeer vitale wereldvoedselprobleem, de voedselzekerheid, nog meer onder de aandacht van een groot publiek te kunnen brengen.''

Bent u in de campagne buiten Nederland nog wel eens aangesproken over uw 'schandalen', de boterkwestie, de visserijfraude?

'Nee, en dat is begrijpelijk ook. Ik heb goede contacten in de wereld, ze wisten precies wat ze aan mij hadden. Ik hoor er nooit een woord over. Nu zal dat wel eens gebeuren, een beetje selectief, dat zie ik wel in, maar ik beschouw het hoogstens als pesterijtjes.''

Heeft de KRO niet geleden onder uw campagne, was die wel met uw werk als voorzitter te combineren?

'Ik heb er prioriteit aan gegeven om op cruciale momenten in Nederland te zijn. Ik ben er vrij trots op dat ik de KRO van een beschermde omroepsituatie naar een nieuw systeem heb geleid. We hebben een forse reorganisatie doorgevoerd op basis van een plan van aanpak dat pas ontwikkeld is nadat ik ben aangetreden en waar ik de volledige politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid voor heb genomen. De KRO doet het redelijk goed op dit moment. De programma's scoren voor een identiteitsomroep heel goed, op televisie, en op de radio hebben we nu een aanpak die ook vruchtbaar gaat worden. Het lijkt wel een wonder, maar wij groeien in ledenaantal.''

Heeft de KRO meegewerkt aan uw campagne, in tijd of geld?

'In de soepele invulling van mijn werktijd wel. Dat had ik ook uitdrukkelijk afgesproken met het bestuur. Maar in geld absoluut niet, geen cent. Zelfs geen chauffeur. De reis- en verblijfkosten zijn betaald door de staat.''

Volgende week is het reizen afgelopen en wordt er geluncht, geborreld en gedineerd in Rome, in het slotoffensief van de negen kandidaten. De Nederlandse delegatie naar de FAO-conferentie is een paar man groter dan gebruikelijk, en ook de strateeg achter de campagne komt naar Rome: Aart de Zeeuw, oud-directeur-generaal op het ministerie van landbouw, oud-voorzitter van het Gatt-comité voor landbouwzaken in Genève, nu met pensioen. Miller zal zijn boek met 74 foto's van hem uitdelen, Moreno verspreidt een boek waarin hij met de paus staat afgebeeld, en van Braks is er een zakelijk curriculum vitae en zijn visie op de FAO in twee kantjes, neergeschreven op een vlucht naar New York.

Redt Braks het, als op maandag 8 november wordt gestemd?

'Het is heel enerverend. De internationale context spreekt mij erg aan. Toen ik eenmaal afgestudeerd was in Wageningen heb ik het voorrecht gehad om naar Brussel te mogen (eerst als assistent landbouw-attaché, later, van 1969-1977, als landbouwraad, red.). Maar ik ben met een grote handicap begonnen, via een hele late studie. Ik was 22 jaar toen ik naar de avond-HBS ging en 25 toen ik er vanaf kwam. In de jaren daarvoor heb ik uitsluitend op de kleine boerderij van mijn ouders gewerkt, hand en spandiensten verricht. Ik ben van de generatie van direct na de oorlog, mensen die ongeschoold geëmigreerd zijn of in de industrie terechtgekomen, veelal de mensen die later langdurig werkloos zijn geworden omdat het vak dat ze nog gauw leerden al vrij snel niet meer bestond. Tot die generatie zonder opleiding heb ik tien jaar lang behoord, na de lagere school, voor zover ik naar de lagere school geweest ben, want dat was in de oorlogsjaren aan de rand van het vliegveld Volkel, toen we voortdurend voor bombardementen op de vlucht moesten. Als je erin slaagt om dan toch nog aansluiting te vinden bij de generatie van de jaren vijftig, is dat een doorbraak. Dat heeft mij altijd geweldig gemotiveerd om er hoe dan ook het beste van te maken.''

De stoel van Saouma

De FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, houdt zich bezig met landbouw en visserij, met een sterke nadruk op de ontwikkelingslanden. Doel is, al jaren, een einde te maken aan de honger in de wereld. De FAO geeft technische adviezen en voert een groot aantal projecten uit. Met ongeveer drieduizend stafleden is zij qua personeel de grootste gespecialiseerde VN-organisatie. Naast de contributies van de lidstaten, vastgesteld naar rato van het bruto nationaal produkt, krijgt de FAO geld via de zogeheten Trust Funds, voor de financiering van specifieke projecten. Nederland is wegens zijn voorkeur voor multilaterale hulp veruit de grootste Trust Fund donor van de organisatie. Vorig jaar financierde Nederland projecten ter waarde van ruim 52 miljoen dollar, meer dan twee keer zoveel als nummer twee op deze lijst, Italië, en vier keer zoveel als nummer drie, Denemarken. Ook als leverancier van technische experts staat Nederland bovenaan. De FAO heeft nu 160 lidstaten. Op de tweejaarlijkse conferentie, die volgende week begint, komen daar tien leden bij, waaronder een aantal Oosteuropese landen.

De verkiezing van een nieuwe directeur-generaal, op 8 november, luidt een nieuwe periode in voor deze VN-organisatie. De post wordt sinds 1975 bezet door de Libanees Edouard Saouma, die twee keer is herkozen. Saouma is in de jaren tachtig fel in aanvaring gekomen met een aantal Westerse landen, geleid door de Verenigde Staten. Zij hadden onder andere kritiek op de versnippering van kennis binnen de FAO en op het gebrek aan lijn in de projecten. Bovendien wordt de 66-jarige Saouma een bijna dictatoriaal bewind verweten: het kopen van politieke steun via projecten met FAO-fondsen, en een personeelsbeleid waarin een goede relatie met Saouma belangrijker was dan technische kwaliteiten. Mede onder druk van het westen heeft Saouma een ingrijpende reorganisatie doorgevoerd. Maar de kritiek op zijn persoon is gebleven. 'Uiteindelijk maakt het niet erg veel uit wie mijn nieuwe baas wordt, als Saouma maar weg gaat,'' zegt een lid van de FAO-staf.

Gerrit Braks is een van de negen kandidaten voor de stoel van Saouma. Hoewel de situatie verwarrend is en niemand zich aan een voorspelling waagt, wordt Braks in een kopgroep van vier geplaatst. Directe concurrenten zijn de Chileen Rafael Moreno, hoofd van het regionale FAO-kantoor voor Latijns-Amerika en het Caraibisch gebied; de Australiër Geoff Miller, secretaris-generaal op het Australische ministerie voor Primaire Industrie en Energie (waaronder ook landbouw valt); en de Duitser Christian Bonte-Friedheim, die ruim twintig jaar verschillende posities binnen de FAO heeft bekleed en nu directeur is van de International Service for Agricultural Research in Den Haag. De andere kandidaten zijn Salahuddin Ahmed (Bangladesh), Edward Cunningham (Ierland), Jacques Diouf (Senegal), Maharai Muthoo (India), en Konstantin Politis (Griekenland). De verkiezing van een nieuwe directeur-generaal gebeurt op maandag 8 november, volgens een systeem waarbij in iedere ronde een kandidaat afvalt.

    • Marc Leijendekker