Cadeaus

Het wordt steeds moeilijker mensen cadeaus te geven. Niet omdat we minder geld zouden hebben, maar omdat a. iedereen alles al heeft, b. de Bijenkorf alles in het buitenland koopt wat er leuk is in dat buitenland en c. omdat de mensen, juist vanwege het ontbreken van originele cadeaus, het maar gaan zoeken in extravagantie, in dure dingen.

Vroeger bestond het adagium dat het beste cadeau iets was wat je nergens voor kon gebruiken, puur nutteloos. Dat was het kenmerk van het pure luxe cadeau. Een mevrouw in Engeland die die stelling nog aanhangt zond mij derhalve een elektrisch plaatje waarop je 1 kop kon warmen.

U herinnert zich uit uw jeugd nog wel uw teleurstelling als je voor je verjaardag een paar 'stevige sokken' kreeg, tevens van zulk een stevige kleur dat je d'r ook nog geheid mee voor gek liep. Een nuttig cadeau heette dat. Daar had je wat aan. Het was de tijd van de Nieuwe Zakelijkheid in gebouwen. Mooi hoefde niet, als het maar 'functioneel' was (iets dat bloot gelukkig nooit geworden is, hoewel het dan al snel 'naakt' heette).

Het komt er langzamerhand op neer dat cadeaus alleen maar aan waarde winnen door originaliteit, niet door prijs. En door de moeite die de gever heeft moeten doen om het te verkrijgen of mee te nemen uit een ver land. Iemand die een merkwaardige vaas uit China meezeult voor een verjaardag van een vriendin, kan op applaus rekenen, louter en alleen vanwege het uitzoeken en het ongerief onderweg. Al is die vaas nog zo lelijk, hij vertegenwoordigt iets, hij staat als het ware bol van genegenheid.

En wat kan de gulle gever zich verkneukelen op het gezicht van de dankbare ontvanger!

Aan de andere zijde van de medaille staat de vaas die de gever zojuist heeft gekregen en nu aan een derde doorgeeft vanwege onhandigheid, lelijkheid of gewoon gemak: hij stond er toch net. Ooit heb ik met een directeur ener champagnemerk in de stad gegeten die aan een verre tafel een zakelijke vriend ontdekte. De champagneman stuurde de gerant bij de verre relatie langs met een aangeboden fles champagne. De verre klant verzocht de gerant hem ongeopend te laten: hij wilde hem graag meenemen naar een partijtje waar hij later op die avond heen zou gaan. Het zal iedereen duidelijk zijn dat de ontvanger puissant rijk was. Als ik zeg puissant dan bedoel ik puissant.

Het meebrengen van geschenken gaat terug tot de vroegste geschiedenis die we kennen. Er zijn veel spreekwoorden over en zegswijzen, van een gegeven paard tot de hebbelijkheden van Grieken. Zelfs zag ik eens een film met Walter Matthau, toch al een favoriet, die een verhouding aanknoopte met de even leuke Glenda Jackson (geboren in Birkenhead, hobby autorijden), en haar mee uit eten neemt bij een Grieks restaurant. 'Hou je van Grieks eten?'' vraag hij nog. 'Nee'', zegt Glenda. 'Mooi'', antwoordt Matthau, 'ik weet een hele leuke'' en daar aangekomen pakt hij het menu en waarschuwt ondertussen Glenda als de eigenaar, die op plateau-zolen loopt, weer verdwijnt. 'Beware of Greeks wearing lifts'', zegt hij dan, waarop Glenda woedend is dat hij haar louter en alleen voor die halve grap had meegetroond naar een restaurant dat voedsel serveert waar zij niet van houdt.

Ben Jonson, om hem te onderscheiden haast nooit als Johnson gespeld, had in zijn vrijwel eerste en bekendste toneelstuk, een sitcom, de zin: 'Blind Fortune still bestows her gifts on such as cannot use them'', een merkwaardige maar leuke zinswending in een stuk met een even merkwaardige titel: 'Every Man out of His Humour'', waarin de rol van Knowell (een naam met een mening) gespeeld werd door zijn nog onbekende vriend William Shakespeare.

We moeten, overigens, oppassen met gaven. Het 'dankbaar moeten zijn' heeft menig vriendschap verstoord. En we kennen allemaal de afwijkende mores in andere landen, waar gaven soms in zwijgzaamheid worden ontvangen, vaak niet eens uitgepakt, vaak zonder de uitroepen van dankbaarheid die in ons land opgeld doen, zelfs voor de eenvoudigste prullaria.

Bekend is ook het bezoek van Lubbers aan China, waartoe men met veel moeite een 'passend' cadeau voor de Chinese minister had uitgezocht. Maar, had men de entourage en Lubbers opgedragen: ze pakken het niet uit. Dus was het ook niet de bedoeling dat Lubbers 'zijn' pakje openmaakte.

Na de uitwisseling van, zeg maar, de vaantjes, bleken de Chinezen toch enigszins teleurgesteld. Toen de cadeautjes de volgende dag ter sprake kwamen, bleek dat ook zij hun huiswerk hadden gemaakt en er achter waren gekomen dat die Hollanders 'meteen uitpakken en zeggen wat ze ervan vinden''. Het Chinese hof had zich hierop enorm verheugd en men was vervolgens nogal teleurgesteld over de 'ingepakte' ontvangst.

Je weet het nooit.

Het naarste soort cadeau is eigenlijk nog de fles whisky, meegenomen van de luchthaven of uit het vliegtuig, of de parfum die door de secretaresse is uitgezocht. U mag kiezen.

    • van Lennep