Blanke grootgrondbezitter geeft kleurlingen land terug

WELLINGTON/KAAPPROVINCIE, 30 OKT. Pierre-Jeanne Gerber was elf jaar oud toen zijn loopbaan als grootgrondbezitter begon. Hij stal de zak aardappelen uit de keuken, maakte er kleine zakjes van, en verkocht ze met winst. Elk jaar kocht hij een stuk grond - lapjes van een paar honderd vierkante meter tot boerderijen van vierduizend hectare in de Kaap en de Karoo. Dat kon gemakkelijk, want land is goedkoop in Zuid-Afrika. En Pierre-Jeanne Gerber (31) is blank.

Hij kocht het land ongezien. Een stuk grond was een investering zonder historie. Tot hij jaren later voor het eerst zelf ging kijken. In Calvinia, een dorp in de Kaapprovincie, stond zijn erf vol onkruid. Hij kon niet weten dat in deze zevenhonderd hectare een bijzondere geschiedenis school van negentig jaar menselijk leed, door de blanke Afrikaner aangericht. “Wat stond hier vroeger”?, vroeg hij de buurvrouw. “Een hotnot-kerk”, zei ze.

Toen begon het Gerber te dagen. Zijn bezit was gegroeid op de vruchtbare bodem van de apartheid. Het lapje grond in Calvinia had hij als kind met aardappelwinsten en statiegeld kunnen kopen, omdat het onder de Groepsgebiedenwet tot blank gebied was verklaard. De gemeenschap van kleurlingen (in de volksmond hotnots) moest naar een township twee kilometer buiten het dorp vertrekken. Hun kerk was afgebroken. Zo ging dat volgens het Grote Plan van de afzonderlijke ontwikkeling, waarmee zijn voorvaderen 13 procent van de Zuidafrikaanse bevolking 87 procent van het land hadden toegekend.

Gerber besloot daar, met zijn voeten op eigen bodem, tot zijn hoogstpersoonlijke breuk met het verleden. Hij zou het land teruggeven aan de kleurlingen aan wie het behoorde. Hij zou alle stukken land teruggeven, die hij te danken had aan de Groepsgebiedenwet. Zonder zichzelf op de borst te kloppen of te profileren als een 'doorbraak-Afrikaner' vertelt Gerber dat hij slechts deed wat hij voelde als zijn plicht in het nieuwe Zuid-Afrika. Het was een van de talloze mini-omwentelingen die hier plaatshebben en een ongekende stap: grondbezit is een van de gevoeligste erfenissen van de apartheid. “Het is geen schuldgevoel”, zegt hij. “Ik was onschuldig. Ik was veertien toen ik dat stuk land kocht, ik wist van niets. Natuurlijk had ik nooit eigenaar van zo'n stuk land mogen zijn. Die kerk had nooit vernietigd mogen worden. De Groepsgebiedenwet was wreed en onnodig. Dit is mijn manier om een klein beetje goed te maken wat in het verleden verkeerd is gegaan.”

Als geboren handelaars bestaan, is Gerber er een. Op het voormalige treinstation in Wellington waar hij zijn huis bouwt tussen de Kaapse wijnvelden, liggen allerlei bouwmaterialen en schroot. Gerber - vrolijk rond gezicht met snor - zit tussen een lading oude wijntonnen die hij heeft opgekocht. Behalve handelaar is hij projectontwikkelaar van huizen en kampeerplaatsen. Hij behoort als voorzitter van de jeugdafdeling van de Nationale Partij in de Kaapprovincie tot een nieuwe generatie Afrikaner politici. Gerber bezweert dat het teruggeven van zijn land geen politiek geïnspireerde publiciteitsactie was - wat hem betreft was het stil gebleven. Maar een daad als deze trok vanzelf de aandacht.

“Ik wil er niet over opscheppen. Er zijn veel mensen die kleine dingen doen om de situatie recht te trekken. Op lokaal niveau hoor je zoveel van dit soort dingen, je leest er alleen nooit over in de krant. Er is veel meer goede wil onder de blanken dan mensen beseffen. Veel Afrikaners wisten ook niet wat er gebeurde onder de apartheid. 'Lees de Bijbel en geloof Die Burger (lijfkrant van de Nationale Partij, red.)', dat was het motto. Er waren geen televisiecamera's en verslaggevers toen die kerk in Calvinia werd gesloopt. Wij wisten niets.”

Wat Gerber bij voorbeeld niet wist, was dat op zijn grond een meer dan gewone kapel had gestaan. De kapel was in 1904 gebouwd ter nagedachtenis van Abraham Esau, een kleurling die in de oorlog tussen de Engelsen en de Boeren (1899-1902) de kant van de Engelsen had gekozen. De kleurlingen stonden in die tijd dichter bij de Engelsen, de heersers over de toenmalige Kaapkolonie. Onder Engels bestuur hadden ze nog stemrecht, de Afrikaners zouden het hun ruim vijftig jaar later afnemen.

Esau, een hoefsmid in Calvinia, wilde de gemeenschap verdedigen tegen de Boerenkommando's die door het land zwierven. Maar tot twee keer toe weigerden de Engelsen hem wapens te geven. Dit was geen oorlog voor 'anderskleurigen', dit was een blank conflict. Esau raakte wel bevriend met een Engelse officier, James Preston, die hem wierf als spion. De Boeren kwamen erachter en noemden Esau “die slim hotnot wat Engels praat”. Toen ze hem bij een aanval op Calvinia in februari 1901 te pakken kregen, werd Abraham Esau door een 'militair hof' ter dood veroordeeld. Ze bonden Esau met zijn armen aan twee paarden en reden hem tien kilometer over een zandweg, voordat ze hem fusilleerden.

Abraham Esau werd een legende. Zijn dood paste in de Britse propaganda tegen de wrede Boeren. Het British Illustrated News publiceerde een tekening van Esau in een plas bloed. De kleurlingengemeenschap in Calvinia herdacht haar held met een kapel. Uit de Engelse gedenksteen uit de kapel die is overgebleven is af te leiden dat zij met geld van overzee is gebouwd - de Britten moeten zich ongemakkelijk hebben gevoeld dat zij Esau gebruikten zonder hem de kans te geven zich te verdedigen. In 1970 onteigende de Nationale Partij krachtens de apartheidswetgeving de grond van de kleurlingengemeenschap in Calvinia. De kapel werd meteen gesloopt, als was het de tweede wraak op Abraham Esau. Zeven jaar later kocht een Afrikaner jongen van veertien jaar de grond van de staat.

“Het was een bijzonder traumatische ervaring voor de kleurlingengemeenschap”, zegt Austen Jackson, de priester van de anglicaanse kerk in Calvinia. “Er waren mensen bij die de oorlog nog hadden meegemaakt, nazaten van Abraham Esau. Ze stonden te huilen toen de kerk werd gesloopt. De kapel was een symbool van tradities en herinneringen, die een identiteit had gegeven aan de gemeenschap. De sloop was een vernietiging van hun geest: hun geschiedenis werd met de grond gelijk gemaakt.”

Jackson nam zich voor de kapel in ere te herstellen, toen hij in 1990 tot priester in Calvinia werd benoemd. Terwijl hij op zoek ging naar de eigenaar, ging Pierre-Jeanne Gerber op zoek naar de voormalige eigenaars. Ze vonden elkaar en besloten de grond in een kerkelijke plechtigheid symbolisch te overhandigen. De anglicaanse kerk organiseerde in juni vorig jaar een speciale dienst in de St. George's Cathedral in Kaapstad met aartsbisschop Desmond Tutu als voorganger. In een urenlange tocht per bus kwamen de kleurlingen uit Calvinia naar Kaapstad om Pierre-Jeanne Gerber te bedanken. “Het was een ongelooflijke ervaring. Ik moest naar de kansel om wat te zeggen. Toen ik me omdraaide was de hele kerk opgestaan. Ik kreeg overal hoendervel. Dan besef je pas wat er in dit land is gebeurd en wat een wreedheden er onder de Groepsgebiedenwet zijn aangericht.”

De behandeling van de kleurlingen is een teer punt in het geweten van de Afrikaner, meer nog dan de behandeling van de zwarten. Veel Afrikaners schamen zich omdat de kleurling zo dicht bij hen staat: zij spreken dezelfde taal, het Afrikaans, en zijn in de Kaap vaak samen op de boerderij opgegroeid. De 3,3 miljoen kleurlingen zijn mede het resultaat van de avontuurtjes van blanke boeren. Maar ook de “bruine broers” werden onder de apartheid weggecategoriseerd. “Dat is een enorme fout geweest”, zegt Gerber. “Misschien is het omdat de apartheidswetten werden gemaakt door Transvalers (de Afrikaners die in de negentiende eeuw wegtrokken uit de Kaap en zich in het noorden vestigden, red.). Onze buren waren kleurling. Op een ochtend werd je wakker en zag je de buren vertrekken. Je vroeg je ouders waarom, maar ze konden het niet uitleggen. Ik heb dat racisme nooit begrepen”.

Priester Jackson zoekt fondsen om de kapel te herbouwen. De tekening van de architect ligt klaar. “De herbouw heeft niet alleen betekenis voor Calvinia, maar voor alle niet-stemgerechtigden van Zuid-Afrika. Wij moeten onze geschiedenis reconstrueren. De kapel wordt een monument van verzoening in het land.” Pierre-Jeanne Gerber is consequent sinds zijn elfde: alles draait om land. In het nieuwe Zuid-Afrika staan talloze gemeenschappen die het land van hun voorouders terug willen hebben tegenover conservatieve boeren die van geen wijken willen weten. “Je kunt niet in de lucht hangen, je moet op land wonen. De politiek onderschat de landkwestie. Het is een zeer emotioneel onderwerp. Mijn droom is iedereen in Zuid-Afrika een stuk land te geven: one man, one vote, one plot.”