Begrafenis echtgenote mag niet in woonplaats

SURHUISTERVEEN, 30 OKT. Een inwoner van Surhuisterveen krijgt geen toestemming om zijn vorig jaar overleden echtgenote vanuit Noordbergum te herbegraven in zijn woonplaats. De afdeling rechtspraak van de Raad van State heeft het beroepschrift dat de man tegen de beslissing van de gemeente Tytsjerksteradiel had ingediend verworpen.

Volgens de man, J.W. Smits, verkeerde hij vorig jaar oktober na de plotselinge dood van zijn 28-jarige vrouw in een shocktoestand. Hij zou onder druk van zijn schoonfamilie die in Noordbergum woont hebben ingestemd met de teraardebestelling in dit dorp. Hij kampt naar eigen zeggen met grote schuldgevoelens dat hij zijn vrouw niet in Surhuisterveen heeft laten begraven. Volgens Smits had zijn vrouw als haar de keuze gelaten was het liefst dicht bij hem en hun twee kinderen begraven willen worden. “Ik krijg pas rust als mijn vrouw dicht bij ons is.”

Smits is van mening dat zijn gezin niet toekomt aan een adequate rouwverwerking, omdat hij dagelijks 17 kilometer naar Noordbergum moet rijden om het graf van zijn vrouw te bezoeken. Een emotioneel moeilijk te verteren punt is volgens hem dat zijn vrouw in een graf ligt waar al twee overleden kinderen van een oom van haar liggen. Dit was onvermijdelijk aangezien alle grafrechten in Noordbergum al verkocht waren. De burgemeester van Tytsjerksteradiel stemde volgens Smits eerst toe in een herbegrafenis. Toen hij echter de schoonfamilie hierover inlichtte protesteerde deze bij de gemeente. De gemeente ontkent de aanvankelijke toezegging en stelt dat de grafrust van de overledene niet verstoord mag worden en dat dit zwaarder weegt dan de wens van Smits voor een herbegrafenis. Volgens de advocaat van Smits, G.P. Wempe, was de eis van zijn cliënt billijk. “De afwezigheid van de vrouw wordt in het gezin het meest gevoeld. Het ligt voor de hand haar ook zo dicht mogelijk bij haar gezin te brengen.” Wempe zet vraagtekens bij het argument van de grafrust. “Dat begrip is betrekkelijk als je ziet dat volgens de Wet op de Lijkbzorging graven al na tien jaar geruimd mogen worden. Het ruimen van graven is natuurlijk een veel ernstiger schending van grafrust dan een herbegraving.”