Als dit geen Armageddon is

Het Noord-Ierse Belfast was de afgelopen week toneel van massale begrafenissen. Zeventien mensen kwamen om bij terreuraanslagen van nationalisten en loyalisten. De Britse overheid beweert dat er nog geen sprake is van 'anarchie of Armageddon'. Maar volgens de inwoners van Belfast ligt Bosnië 'hier om de hoek'. Na een aanslag op de tegenpartij doen ze de voordeur op slot, in afwachting van weer iets verschrikkelijks.

Premier Major en zijn Ierse collega Albert Reynolds bespraken gisteren in Brussel het laatste voorstel in een lange serie mislukte vredesinitiatieven. De Unionisten in Noord-Ierland zien dit met lede ogen aan en vrezen dat de IRA zich zo met geweld een weg naar de onderhandelingstafel baant.

Bronnen: David McKittrick: Despatches from Belfast. Blackstaff Press Ltd., Belfast 1989

Paul Bew en Gordon Gillespie: Northern Ireland. A chronology of the troubles 1968-1993. Drill & Macmillan Ltd., Dublin 1993

De politieman in de witte overall trekt met een krijtje een lijn op het asfalt. De lijn vormt - bijna - de omtrek van het lichaam dat op straat ligt. De politieman onderbreekt de lijn voor de plas bloed die op buikhoogte stollend op straat kleeft en maakt de tekening bovenlangs af. Dan loopt hij, kuierend bijna, naar de volgende gestalte, wiens naar buiten gedraaide voeten nog net zichtbaar achter een container uitsteken. Het toneel is het depot van de Gemeentereiniging in een middelgrote, Westeuropese stad, gelegen in een land waar de beschaving lijkt uitgevonden. Het tijdstip is dinsdag 26 oktober. Gemeentelijke vuilophalers en reinigingswerkers hebben zich net gemeld voor de ochtenploeg, het eerste bakkie thee uit de thermosfles is net ingeschonken. Dan komen door het hek twee mannen, die er op eerste aanblik uitzien als collega's: ogenschijnlijk dezelfde overalls en dezelfde schoenen. Op het moment dat de reinigers de bivakmutsen en de machinegeweren zien is het al te laat. De twee openen het vuur. Vuilophalers laten zich plat op de grond vallen of zoeken dekking achter vuilcontainers en reinigingskarretjes. Kogels treffen één man in de rug: hij valt dood neer. Een ander wordt in de maag en in een been geschoten. Naast hem sterft een oudere collega meteen. Zo onverwacht als de schietpartij begonnen is, zo eindigt hij ook. De twee overvallers maken rechtsomkeert en vluchten in een auto die loos en lawaaiïg gasgevend al die tijd op ze stond te wachten.

Als ze weg zijn worden de slachtoffers geteld: twee doden, vijf gewonden. Als de politie arriveert zijn er anderen die zich met de ontstelde getuigen van de schietpartij bezig houden. De man met het witte krijtje gaat onverstoorbaar zijn gang. In Belfast hebben hij en zijn collega's dit jaar al 58 burgers, allen slachtoffer van sektarisch geweld, op de plek waar ze vielen afgetekend.

De schietpartij op Kennedy Way was in zekere zin verwacht. Niet dat het reinigingspersoneel in dit katholieke gedeelte van de stad erop voorbereid was dat uitgerekend zij voor hun afkomst vermoord zouden worden, maar working class-katholiek Belfast hield al sinds vorige week de voordeur in het eigen getto op slot en de kinderen binnen. Het wachten was op iets ongedefiniëerd verschrikkelijks. Katholiek Belfast vreesde de ongerichte wraak van de Ulster Volunteer Force, alias Ulster Freedom Fighters, alias Ulster Defence Association, die gezworen heeft wraak te zullen nemen voor de bom die de IRA vandaag precies een week geleden onder haar hoofdkwartier, boven een viswinkel op de Shankill Road, binnendroeg. De bom explodeerde: te vroeg voor de daders om een veilig heenkomen te zoeken en tegelijkertijd te laat om de UDA-top nog te treffen - die had zijn bijeenkomst een uur eerder al opgebroken. In plaats daarvan trof de explosie de viswinkeleigenaar en zijn dochter en het winkelend publiek. Tien doden - inclusief één van de IRA-terroristen - en vijftig gewonden waren het gevolg.

Als altijd speelden zich onbeschrijfelijke taferelen af: de moeder die wanhopig zocht naar haar kind dat ze net voor een ons alikruiken naar de viswinkel had gestuurd, passanten die met blote handen in het puin groeven en daar resten aantroffen die niet herkenbaar waren als van een mens afkomstig. Het was een door mensenhand aangerichte catastrofe die iedereen, aan weerszijden van de sektarische scheidslijn katholiek-protestant, nationalistisch-loyalistisch, met tenminste mededogen vervulde. Onder de vele bloemen en boodschappen die de afgelopen week bij de plek zijn gelegd, waren er ook die van 'disgusted catholics', de groep die alle reden gehad zou hebben zich te verheugen als de inspirators van de loyalistische terreur tegen hun bevolkingsgroep van de aarde zouden zijn weggevaagd. Anderen, nationalisten uit Noord- en Zuid-Ierland, schreven en zeiden: 'De IRA spreekt NIET voor ons en heeft dat nog nooit gedaan ook.''

Toen begonnen de wraakacties van de UVF, op een katholieke taxichauffeur die een Chinese maaltijd kwam bezorgen, op een oudere weduwnaar in zijn tuin, op de reinigingswerkers.... West-Belfast was deze hele afgelopen week het toneel van massale begrafenissen en massale demonstraties. Politie en leger waren in grotere aantallen op straat dan in bijna 25 jaar het geval is geweest. Een Britse militair verloor zijn koelbloedigheid en schoot vanuit een leger-Landrover zonder aantoonbare provocatie op een groep jonge mannen in de republikeinse wijk Ardoyne. De kranten spraken van een 'spiraal van geweld' maar het hoofd van de Royal Ulster Constabulary (de politie in Noord-Ierland) Sir Hugh Annesley, en de Britse minister voor Noord-Ierland, Sir Patrick Mayhew, ontkenden dat ze de zaken niet langer onder controle hebben.

'Er is geen Armageddon, er is geen anarchie'', zei Sir Hugh. Maar beide bevolkingsgroepen in dit verdeelde stukje Groot-Brittannië vragen zich af: als dit geen Armageddon is, wat is het dan wel?

Onverschillig

Het conflict in Noord-Ierland is de kleine, vergeten oorlog van Europa. Opnieuw opgelaaid aan het eind van de jaren zestig, tot een hoogtepunt gekomen in het begin van de jaren zeventig en daarna met wisselend fanatisme gevoerd in Ulster zelf, op 'het vasteland'' van Engeland en bij tijd en wijle op het Europese continent, heeft de Ierse Kwestie zich nu in het collectief bewustzijn van de gemiddelde Europeaan vastgezet als een probleem dat geen oplossing kent.

Zelfs in het Verenigd Koninkrijk heerst grote onverschilligheid over wat er op dit stukje Brits grondgebied gebeurt. Britse belastingbetalers pompen jaarlijks 3,5 miljard pond in Noord-Ierland. Van dat bedrag wordt op dit moment onder andere een aanwezigheid van 19.000 Britse militairen en bijna 13.000 politiemensen op de been gehouden. De IRA, het (verboden) Ierse Republikeinse Leger, voert een guerrilla-oorlog tegen de Britse aanwezigheid. De terreurorganisatie streeft hereniging van Noord-Ierland met de zelfstandige staat van de Republiek Ierland na en meent dat die vanzelf tot stand zal komen als de Britten zich maar uit Ulster terugtrekken. Om dat te bereiken richt zij haar aanslagen in de eerste plaats op leger en politie in de provincie. Zij heeft echter inmiddels gemerkt dat één bom met slechts materiële schade langs een spoorlijn in Berkshire de Britse publieke opinie meer beroert dan een serie bommen met persoonlijke slachtoffers in Ulster. Zij heeft daarom haar bommencampagne de laatste jaren steeds meer verlegd naar Engeland, in de hoop dat de Britse publieke opinie zo genoeg krijgt van de troebelen in Ulster, dat de zittende regering met fatsoen van de verdeelde provincie afstand kan doen.

De onverschilligheid jegens het probleem Noord-Ierland heeft alles te maken met de ingewikkeldheid ervan. Niets is wat het lijkt, elke uitspraak blijkt geladen met symbolisme, elke stap is belast met een diep historische achtergrond. Politici aan weerszijden van the divide spelen hier, meer dan elders, met hun uitspraken in het openbaar voor het publiek en zeggen privé heel andere dingen. Horden academici en schrijvers verdienen een dikke boterham aan telkens nieuwe boeken over telkens andere aspecten van het conflict. In de universitaire boekhandel van Queen's University in Belfast alleen, is tien vierkante meter plankruimte ingeruimd voor de sector Ierse politieke geschiedenis. Wie een hooggeleerde aanklampt om een analyse van het waarom en waarheen, kan die krijgen. Maar wie op Queen's te rade gaat, wordt met zijn nieuw verworven kennis uitgelachen op de University of Ulster en omgekeerd. Waardevrije wetenschap is er hier niet bij: die historicus heeft het etiket 'unionist' en die socioloog staat bekend als 'nationalistisch' en moet om die reden - waarschuwt de andere zijde ernstig - met een fikse korrel zout genomen worden.

Zelfbestuur

De kiemen voor het huidige conflict tussen nationalisten ('inheemse'', naar cultuur Keltische- en naar religie katholieke bewoners van het eiland Eire) en op de blijvende Unie met Engeland gerichte loyalisten (afstammelingen van uit Schotland afkomstige, presbyteriaanse kolonisten die vanuit Noord-Oost Ierland het Keltisch gepeupel onder de duim trachtten te houden) liggen in de tweedeling van het eiland. Die dateert van 1921, de geboortedatum van de onafhankelijke Republiek Ierland met Dublin als hoofdstad.

Al vóór het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had Londen gespeeld met de gedachte aan zelfbestuur voor het eiland Ierland, maar de unionisten dreigden, ook toen al, met opstand. David McKittrick, de Ierland-correspondent van The Independent en een van de beste schrijvers over het conflict, zegt dat de unionisten alleen maar begrepen kunnen worden via herkenning van hun permanente siege mentality. Aanschouw ze in hun zelfgekozen isolement: op het eiland, maar naar eigen verkiezing niet van het eiland. Van het verre Engeland gescheiden door een diepe Ierse Zee en tegelijk aan alle kanten belaagd door een meerderheid van nationalisten. In die geestesgesteldheid past de neiging van unionisten om zelf naar de wapenen te grijpen en zichzelf te verdedigen. Honderdduizend van hen vormden in 1912 al onder Lord Carson en Sir James Craig een instant-leger, de Ulster Volunteer Force, en 25.000 geweren werden naar het eiland gesmokkeld om gereed te zijn voor de dag dat Londen home rule zou afkondigen. Dan zou er gevochten gaan worden tegen de Britten.

'I do not care tuppence if it is treason or not'', waarschuwde Lord Carson. 'We zullen onze eigen regering wel opzetten (als het zover komt).''

Het kwam niet zover, want de oorlog van 1914-1918 kwam tussenbeide. Daarna zocht Londen naar een compromis: 26 graafschappen in het zuiden kregen zelfbestuur, maar zes provincies in het noorden, met een in meerderheid protestante bevolking, mochten deel van het Verenigd Koninkrijk blijven. Dit deel heette voortaan Ulster of Noord-Ierland en het kreeg zijn eigen parlement, Stormont, dat ondergeschikt was aan de volksvertegenwoordiging in Westminster.

Beide partijen trokken hun eigen conclusies uit de uitkomst: de nationalisten zeiden dat Noord-Ierland iets onnatuurlijks en onwettigs was, want door dreiging met geweld afgedwongen (en daarom, volgens extremisten onder hen , met geweld terug te winnen). De unionisten waren ervan overtuigd dat alleen hun eigen harde, met wapens kracht bijgezette opstelling hen gespaard had voor een verenigd Ierland. En ze besloten dat ze overleving van Ulster als zelfstandig onderdeel van het Verenigd Koninkrijk alleen konden garanderen door die harde opstelling vol te houden.

Dat werd het noodlot van de half miljoen katholieken in Noord-Ierland. Bij de verdeling waren zij terecht gekomen in handen van een miljoen protestanten die hen met diepe vijandigheid en diepgeworteld wantrouwen tegemoet traden. En vervolgens trok Westminster zich terug.

Van het begin af aan behandelde de nieuwe unionistische regering de katholieke minderheid als vijand-binnen-de-muren: elke vorm van macht werd hen systematisch en openlijk onthouden, achtereenvolgende unionistische premiers raadden werkgevers openlijk aan geen katholieken in dienst te nemen en in de verdeling van werk en huisvesting kregen protestanten categorisch voorrang. Totdat enkele jaren geleden onder invloed van vooral Amerikaanse investeerders van Ierse afkomst de fair employment-wetgeving in Noord-Ierland werd aangescherpt, waren er hele bedrijfstakken (scheepsbouw, zware metaal) waar vrijwel uitsluitend protestanten werkten. Het Noordierse politiekorps, de Royal Ulster Constabulary (RUC), is nog steeds voor 90% protestant. Rechters en officieren van justitie zijn overwegend protestant en soms openlijk anti-katholiek. En tot op de dag van vandaag is de kans voor een katholieke werknemer om zonder werk te zitten 2,5 maal zo hoog als die voor een protestant.

De katholieke minderheid in Ulster verzandde, een enkele oprisping van de IRA daargelaten, in een jarenlange malaise. Daaraan kwam een einde door de opkomst van de civil rights movement, die onder invloed van de studentenrevoluties in 1968 in Parijs en elders naar het middel van de massademonstratie greep om aan de discriminatie een einde te maken. De gevolgen daarvan zijn bekend: het kwam tot bloedige onlusten tussen loyalisten en katholieke demonstranten, waarbij het dankzij de televisiecamera's voor de hele wereld duidelijk werd aan welke kant de RUC zich schaarde. De unionistische regering had de situatie niet langer in bedwang en hoewel noch zij, noch Westminster dat strikt genomen wilde, moest uit Engeland het Britse leger als versterking worden aangevoerd. De militairen werden aanvankelijk in de katholieke volkswijken ingehaald als beschermers tegen het loyalistisch geweld, maar dat duurde maar even. Toen 13 deelnemers aan een (nationalistische) demonstratie in Londonderry door Britse troepen werden doodgeschoten op wat nu nog heet Bloody Sunday (30 januari 1972), besloot de regering-Heath in Londen dat de unionisten het bestuur van Noord-Ierland niet langer aankonden. Datzelfde jaar werd Stormont, het eigen (protestante) parlement voor Ulster, met één handtekening van een Conservatief premier ontbonden.

Bareigenaars

'Ik denk dat het hier nu net zo erg uit de hand loopt als in het begin van de jaren zeventig,'' zegt de partijgenoot van dominee Ian Paisley, die voor diens Democratic Unionist Party (DUP) in de gemeenteraad van Belfast zit. 'Sommigen zeggen dat het hier inmiddels bijna Bosnië is. Ik ken mensen die niet in hun eigen buurt durven winkelen. Bareigenaars hebben de hele avond niet meer dan twee mensen in de zaak. Iedereen kijkt op als er een deur opengaat..''

'De situatie is uiterst ernstig,'' beaamt elders in de stad de partijgenoot van John Hume, die voor diens nationalistische Social Democratic and Labour Party (SDLP) in de gemeenteraad van Belfast zat, maar het in mei jl. na 12 jaar proberen heeft opgegeven ('De situatie werd eerder slechter dan beter''). 'Wil je straks een republikeinse begrafenis zien? Ik ga er naartoe om de regering in Dublin verslag te kunnen uitbrengen over het gedrag van de politie.''

'Ik haat terrorisme, van welke kant ook,'' zegt het DUP-raadslid. Hij spreekt in zijn rijk geornamenteerde kamer in het massief-Victoriaanse stadhuis van Belfast. Hier is, twee dagen na de aanslag van de IRA op de Shankill Road en één dag na de wraakactie door de UFF, de gemeenteraad in buitengewone vergadering bijeen geweest: 27 unionisten (DUP en UUP), 10 Sinn Fen (de politieke arm van de IRA), 9 SDLP en 5 ongebonden leden. De gemeenteraad van Belfast kan beslissen over zwembaden, parken, papierbakken en het plaatselijk museum. Het echte bestuur over de provincie wordt immers door de Britten gevoerd, vanuit het Northern Ireland Office in Belfast. Desondanks slaagt de raad er nog in permanent en over alles verdeeld te zijn. Zo ook maandagavond: bij een minuut stilte voor àlle doden van het weekend weigerde Sinn Fen te staan. Maar bij een motie van afkeuring van het gebruikte geweld kon de unionistische burgemeester het niet laten partijpolitieke punten te scoren. Ook de SDLP bleef toen zitten. De vergadering uit respect voor de doden ging vervolgens, als altijd, verdeeld uiteen.

'Je kunt het niet helpen,'' zegt de DUP-councillor. 'Telkens als de nationalisten elkaar bijvallen, voel je de schaduw van het terrorisme over je heen vallen. Wat zullen wij zaken doen met Sinn Fen over de ontwikkeling van de binnenstad, terwijl hun kameraden in de IRA nieuw gebouwde winkelcentra opblazen?''

'De unionisten worden steeds arroganter,'' zegt aan de andere kant van de stad het ex-SDLP-raadslid. 'Alleen omdat ze de meerderheid hebben, dicteren ze dat alles wat van onze kant komt alleen op hùn voorwaarden acceptabel is. Er zijn in Belfast twee gemeenschappen: 55% is unionistisch, 45% nationalistisch. Dat gebiedt gelijke status voor beide in de raad. Maar de unionisten zijn niet eens bereid de post van burgemeester (telkens voor een jaar benoemd) te wisselen. Nee, de burgemeester van Belfast is áltijd een unionist.''

'Kun je je voorstellen,'' zegt de DUP-vertegenwoordiger, 'dat de protestante arbeidersklasse teleurgesteld is? Dat jonge mannen, die ik misschien wel ken, naar de wapens grijpen om voor zichzelf op te komen? Wat hebben die niet allemaal zien gebeuren? De ontwapening van de RUC, de inmenging van Dublin in onze zaken, de gedwongen opheffing van het Ulster Defence Regiment, de aanslagen van de IRA op hun mensen, steeds meer Gaelic culture op de radio en televisie, steeds meer katholieken onder de ambtenaren en dan een Fair Employment Agency dat altijd weer moet rapporteren dat de katholieken zich zo achtergesteld voelen? Ik zeg niet dat ik hun acties goedkeur, maar het lijkt er wel op dat wij protestanten in de hoek zitten die altijd maar moet geven en die daar niets voor terugkrijgt.''

Oorlogsmachine

Sinds het begin van de troubles zijn in Noord-Ierland al twee generaties opgegroeid die nooit vrede hebben gekend. Die gewend zijn aan Britse militairen op straat, aan huiszoekingen en aan terreur aan weerskanten. Meer dan 3000 mensen zijn gedood, vele tienduizenden zijn gewond geraakt of van dierbaren beroofd en nog eens duizenden hebben in de gevangenis gezeten. De IRA is uitgegroeid tot een oorlogsmachine, die leger en veiligheidsdiensten permanent in actie houdt. De Republikeinen beschikken, dankzij hun connectie met kolonel Gaddafi in Libië, over grote (naar schatting 145 ton) wapenvoorraden, van Sam-7-grondraketten tot het reukloze explosief Semtex. De loyalistische Ulster Volunteer Force, die al naar het uitkomt ook andere namen aanneemt, heeft zich sinds vier jaar gereorganiseerd naar IRA-model en haalt snel in. Zij heeft dit jaar al meer mensen gedood dan de IRA. De loyalistische terroristen krijgen hun wapens onder andere uit Zuid-Afrika.

Het aantal vredesinitiatieven en pogingen tot onderlinge verzoening van partijen in de afgelopen vierentwintig jaar is niet te tellen. De positie van de Britse regering is al 60 jaar dezelfde: Noord-Ierland kan alleen deel gaan uitmaken van de Republiek Ierland wanneer een meerderheid van de bevolking in de provincie daartoe de wens te kennen geeft. Het gedwongen opleggen van een nationaliteit in een verdeelde gemeenschap wordt gezien als een recept voor blijvende bitterheid - en voortdurend geweld - en daarom afgewezen. Er zijn demografen die uitrekenen dat ergens in de volgende eeuw het dalend geboortecijfer bij de protestanten, gecombineerd met het hoge geboortecijfer bij de katholieken, een ommekeer in de machtsverhoudingen teweeg zal brengen. Maar ook die ontwikkeling is geen garantie voor vrede.

De positie van de Republiek is ambivalent: toen de Ierse grondwet in 1937 geformuleerd werd, werden daarin twee artikelen opgenomen die het natuurlijk recht van de Republiek op het grondgebied van het hele eiland formuleerden. Formeel blijft Dublin dus aanspraak maken op hereniging, maar emotioneel gezien blijft 'het Zuiden' liever verschoond van het bezit van Ulster en alle complicaties die dat bezit met zich meebrengt.

Door de jaren heen heeft Londen de politici in de provincie voorgehouden dat ze zichzelf weer konden gaan besturen, als ze maar in staat waren de macht gelijkelijk met elkaar te delen. Maar de Unionists weigerden een rol van gelijke statuur aan de SDLP en direct rule vanuit Londen bleef, enkele mislukte experimenten tot gedeeld zelfbestuur daargelaten, bestaan. Mrs Thatcher, in de elfeneenhalf jaar van haar bewind, kreeg al gauw genoeg van het probleem, zij het dat de IRA haar bij de les hield door enkele van haar politieke vrienden op te blazen en haarzelf (bij een bomaanslag op het Grand Hotel in Brighton) bijna te doden. De unionisten dachten dat zij hun vriendin was, maar in 1985 tekende zij met Dublin het Anglo-Irish Agreement. Dat gaf de regering in Dublin een zekere mate van inspraak in de belangen van de katholieke minderheid in het Noorden en verzekerde de Britten van een betere samenwerking in terreurbestrijding aan weerszijden van de grens over het eiland. Protestanten verbrandden haar beeltenis in de straten van Belfast en unionistische MP's hadden maar één term voor haar: 'Jezebel.''

Viswinkel

De auto - met donkere ramen - van het SDLP-raadslid staat geparkeerd langs de Old Park Road aan de rand van de Ardoynewijk, in afwachting van de komst van de rouwstoet voor Thomas Begly. Hij is één van de IRA-terroristen die zichzelf heeft opgeblazen bij het plaatsen van de bom in de viswinkel. Een vriendelijke, stille jongen die van kaarten hield en geen werk had. Nooit uit de wijk geweest, behalve één keer als jongetje op een zogeheten cross community-project in de Verenigde Staten. Dat is een door Amerikanen gefinancierde poging protestante en katholieke kinderen in een zomerkamp met elkaar te laten kennis maken.

Het is benauwd in de auto, maar het SDLP-raadslid wil het dak niet openschuiven, omdat het licht van boven dan op onze gezichten zal vallen. Op alle straathoeken staan politiepantserwagens, op het dak toegerust met camera, richtmicrofoon en schijnwerpers. In de lucht pal boven ons hangt meer politie, in een helicopter. Langs de route staan sjofele mensen: slecht gekleed, slecht gevoed en met vijandschap in de blik. Die komt van de wetenschap dat ze door de politie stuk voor stuk als potentiële verdachten gefotografeerd worden.

De begrafenisstoet laat lang op zich wachten. Wanneer Gerry Adams, de helft van het vredesinitiatief Hume-Adams, erop staat Begly de laatste eer te bewijzen door komend uit de kerk ook een stukje de kist te dragen, moeten de organisatoren van deze demonstratie-begrafenis opnieuw met de politie onderhandelen over de grenzen van wat is toegestaan: geen route die zelfs maar in de buurt komt van de protestante wijk en geen (nieuwe) IRA-saluutschoten over de kist.

Iemand tikt in het voorbijgaan met zijn ring op het raam van de auto. 'Move,'' zegt één van drie jongens in spijkerbroek en zwart jack alleen maar tegen het SDLP-raadslid. Die schokt op, start de motor en maakt dat hij wegkomt. 'IRA,'' zegt hij op een toon van daar-wil-ik-geen-ruzie-mee-hebben. 'Die willen de route vrij hebben.'' Om de hoek zien we het drietal even later een andere auto openbreken, van de handrem zetten en ver weg duwen. De sjofele moeders met wandelwagentjes langs de stoep kijken uitdrukkingsloos toe, net als, vanuit hun pantserwagens met spleetraampjes, de politie.

HOOFDROLSPELERS IN NOORD-IERLAND

Sinn Fen. Politieke zusterorganisatie van de IRA. Eén van de twee armen van de hard-republikeinse beweging, die een tactiek van the bom and the ballot-box hanteert om Noord-Ierland 'bevrijd' te krijgen. Politieke aanhang: zeventigduizend stemmen (dertig procent van het nationalistische kiezersbestand). Machtsbasis: West-Belfast. Verloor in 1992 zijn enige Lagerhuiszetel aan de Social Democratic and Labour Party.

Gerry Adams. Leider van Sinn Fen sinds 1984. Door West-Belfast gekozen als afgevaardigde naar het Lagerhuis in Londen in 1982 en 1987. Nam die zetel nooit op. Weigert categorisch het geweld van de IRA te veroordelen en weigert ook het geweld te staken om zo toegang te krijgen tot onderhandelingen. Onderhandelingen over de toekomst van Noord-Ierland zullen volgens Adams nooit lukken als Sinn Fen niet ook wordt toegelaten. Nam het afgelopen jaar deel aan geheime besprekingen met de leider van de Social Democratic and Labour Party, John Hume. Beloofde direct na de Shankill-aanslag van de IRA een staakt-het-vuren indien de Britse regering bereid was positief te reageren op de principeverklaring Hume-Adams.

Social Democratic and Labour Party. Gematigde nationalistische partij, voortgekomen uit de burgerrechtenbeweging van eind jaren zestig. Heeft 22 procent van het totale stemmenbestand in Noord-Ierland en vaardigt vier Lagerhuisleden af naar Westminster. Won in 1992 de zetel van West-Belfast van Sinn Fen 'omdat de vrouwen in de republikeinse beweging genoeg van het bloed hebben'. Is in feite de buitenlands-diplomatiek vertegenwoordiger van de republiek in het noorden.

John Hume. Oprichter en leider van de SDLP. Onvermoeibaar strijder voor vrede. Zocht herhaaldelijk gesprekken met Adams, die tot niets leidden. Na het afbreken van door Londen geïnitieerde besprekingen met de 'erkende' partijen, benaderde Hume Adams opnieuw. Het overleg leidde voor het eerst tot een gemeenschappelijke principe-verklaring, die naar inhoud nog steeds geheim is. Het initiatief bood een kleine opening, maar lijkt feitelijk getorpedeerd door de IRA-aanslag op de Shankill Road.

Democratic Unionist Party. De hardline-sectie binnen de unionistische beweging en een mengeling van religieuze beweging en politieke partij. Beschouwt het Anglo-Irish Agreement als 'overgave aan de IRA' en beschouwt de paus als 'de anti-Christ'. Streeft naar een zelfstandig Ulster. Bezet drie zetels in het Britse Lagerhuis.

Ds Ian Paisley. Oprichter van de DUP, bejaard, maar onvermoeibaar ageerder tegen 'republikeinen' en tegen de Republiek Ierland. Militante prediker met de grootste persoonlijke aanhang van alle Lagerhuisleden voor Noord-Ierland. Weigerde als enige om in het kader van een Brits-Iers vredesinitiatief vorig jaar naar Dublin te reizen en met de regering-Reynolds te speken.

Ulster Unionist Party. De oorspronkelijke Unionisten, iets milder van toon dan de DUP en strevend naar verdere integratie met Engeland. Bezet negen zetels in het Lagerhuis.

James Molyneaux. Eveneens bejaarde, maar meer terughoudende leider van de UUP. Lagerhuislid sinds 1970 en - tot de Anglo-Irish Agreement in 1985 - vast overtuigd van zijn 'speciale band' met de Britse premier van de dag.

De Unionisten. Hebben een inbreng van dertien stemmen in Westminster - er is één Ulster Popular Unionist in het Lagerhuis. De regering-Major heeft die stemmen hard nodig om aan de macht te blijven. Er is wijd verbreid geloof dat de Unionisten de afgelopen zomer met Major aan geheime koehandel hebben gedaan: steun voor het unionistische standpunt uit dankbaarheid dat Paisley en Molyneaux Major het debat om 'Maastricht' lieten winnen.