Wat Tarzan tot Tarzan maakt; Bernard Williams over schaamte, geduld en Griekse tragedies

Volgens het utilisme moet de mens doen wat het beste is voor het grootste aantal mensen. Dat kan tot onmenselijke handelingen leiden. Waarom zou een arts het leven van een verkeersslachtoffer redden, als met zijn organen tien andere patiënten geholpen kunnen worden? De arts redt het slachtoffer omdat hij integer is, net als Tarzan en de Griekse held Ajax, betoogt de Engelse filosoof Bernard Williams.

Bernard Williams: Shame and Necessity. Uitg. University of California Press, 254 blz. Prijs ƒ 68,90.

Meer dan 2500 jaar geleden legde Sophocles Ajax, voor deze zich op het strand bij Troje in het zwaard stortte, de volgende woorden in de mond: 'Nu ga ik daarheen, waar ik noodzakelijkerwijs heen moet gaan.' De Griekse tragedies worden nog steeds opgevoerd. De vraag is echter of wij Ajax nu nog net zo begrijpen als de Grieken hem begrepen.

Er zijn twee opvattingen die bestrijden dat wij Ajax' woorden kunnen begrijpen. Relativisten betogen dat er een kloof gaapt tussen ons en Sophocles. Wij zijn iets kwijtgeraakt waardoor wij de noodzaak van Ajax nooit meer op zijn manier kunnen ervaren. Het begrip noodzaak van Ajax verschilt volkomen van dat van ons.

Naast deze relativisten staan diegenen die geloven in vooruitgang. Zij kijken neer op de primitieve Grieken. In de loop der geschiedenis zijn wij niets kwijtgeraakt, we zijn juist rijker geworden. We hebben verder ontwikkeld wat bij de Grieken slechts in primitieve staat aanwezig was.

In Shame and Necessity betoogt de Engelse filosoof Bernard Williams dat geen van beide standpunten juist is. Williams is hoogleraar in de ethiek aan zowel de universiteit van Oxford als aan de universiteit van Californië te Berkeley. Naast een boek over Descartes en de essay-bundels Problems of the Self en Moral Luck geldt vooral zijn Ethics and the limits of philosophy als een hoogtepunt in de recente analytische wijsbegeerte.

Williams is bekend geworden door zijn aanval op het utilisme, de opvatting dat men datgene moet doen wat het meeste geluk brengt aan het grootste aantal mensen. Het is deze opvatting die ten grondslag ligt aan de conclusie van het rapport Kiezen en Delen dat in 1991 geschreven werd door de commissie Dunning. Deze commissie diende voor staatssecretaris Simons de grenzen van de medische zorg te bepalen. De conclusie luidde dat die ziekten bestreden moeten worden waar de meeste mensen aan lijden.

In het rapport spreekt de commissie Dunning een voorkeur uit voor wat zij noemt 'de gemeenschapsgerichte benadering van de gezondheidszorg'. Dit is een primitieve toepassing van utilistische beginselen. In een dergelijke benadering 'staan niet individuele voorkeuren en behoeften voorop, maar is de kernvraag welke zorg vanuit het belang van de gemeenschap noodzakelijk moet worden geacht,' aldus het rapport.

Geluk meten

Het utilisme was een populaire ethische benadering in de negentiende eeuw die in de afgelopen decennia echter nogal wat averij heeft opgelopen. Zo is een nog steeds onbeantwoorde vraag hoe men het geluk van de grootste groep mensen kan meten. Dat is voor het utilisme een noodzakelijk gegeven, want dat bepaalt immers volgens deze theorie wat men moet doen.

In de discussie binnen de medische ethiek duikt deze vraag op onder het begrip 'kwaliteit van het leven'. Dit is een nietszeggende uitdrukking binnen de utilistische theorie als geen duidelijke criteria worden gegeven op grond waarvan men die kwaliteit kan meten. Het utilisme kan niet zeggen dat de kwaliteit van het leven voor ieder mens verschillend is, want dan is het geen gemeenschapsgerichte benadering meer.

Wellicht dat het utilisme er ooit in zal slagen deze vragen te beantwoorden. Williams heeft echter op andere gronden aangetoond dat het utilisme onhoudbaar is. Wie zich laat leiden door het utilistische beginsel, het meeste geluk voor het grootste aantal mensen, kan zich gedwongen zien in bepaalde omstandigheden onmenselijke handelingen te verrichten. Waarom zou een arts het leven van een verkeersslachtoffer met een reeks dure operaties redden als met zijn organen een tiental andere patiënten geholpen kan worden?

Het utilisme laat de integriteit van de handelende persoon buiten beschouwing. Neem bijvoorbeeld het trieste dilemma van Tarzan. Onverhoeds wordt Tarzan gevangen genomen door een bendeleider die hem voor de volgende keuze plaatst. Of Tarzan snijdt de keel door van de lange, knappe dame die door de bende gegrepen werd toen ze water ging scheppen uit de snel stromende rivier. Of de bandiet vermoordt alle inwoners van de aan de oever gelegen nederzetting. Volgens het utilisme moet de mens doen wat het beste is voor het grootste aantal mensen, dus zou Tarzan het mes in de blanke hals van de dame moeten zetten. Maar dat doet Tarzan niet, omdat Tarzan dan niet langer Tarzan is.

Evenzo had generaal Van Speijk niet mogen uitroepen 'Dan liever de lucht in!', maar zich gewonnen moeten geven aan de opstandige Vlamingen. En een arts mag volgens het utilisme ook niet tegen haar patiënt met de zeldzame ziekte zeggen dat zij haar beter maakt. Nee, die arts moet van het utilisme en de commissie Dunning zeggen: 'Voor de kosten van uw behandeling kan ik twintig andere patiënten genezen, dus, het was aangenaam, maar daar is het gat van de deur!' In de woorden van de commissie Dunning: 'De noodzaak van zorg kan worden ingeschat door de ernst van de ziekte waarvoor de zorg nodig is te wegen en die af te zetten tegen het aantal patiënten dat aan die ziekte lijdt.'

Deugden

Williams' argument is terecht: het utilisme heeft geen plaats voor begrippen als integriteit. De positie van Williams is kenmerkend voor de zogenaamde deugden-ethiek, die in de jaren vijftig door Iris Murdoch en Philippa Foot ontwikkeld werd. Zoals de naam al aangeeft stelt de deugden-ethiek dat het in de ethiek gaat om integriteit, eerlijkheid, rechtvaardigheid, moed. Een belangrijke inspiratie-bron voor deze ethici is het werk van Aristoteles. Ook Williams neemt Aristoteles vaak als uitgangspunt voor het ontvouwen van zijn eigen ideeën.

In Shame and Necessity beperkt hij zich echter niet tot de Griekse filosofie, maar probeert hij ook in de tragedies de Griekse moraal te ontwaren. Hij kiest voor tragedies, omdat daarin de Griekse opvattingen over moraliteit niet slechts theoretisch uiteengezet worden, maar worden getoond. Niet de filosofie, maar het leven zelf! Indien we de tragedies begrijpen, kunnen we de moraal zoals die binnen de Griekse maatschappij leefde beter doorgronden.

De keuze van Williams voor de tragedies is enigszins willekeurig. Men kan zich afvragen of hij voor een volledig beeld van de Griekse moraal ook niet de Griekse historieschrijvers zou hebben moeten raadplegen. Een ander bezwaar tegen het gebruik van de Griekse literatuur als inspiratiebron voor het ontwerpen van een eigen ethiek is dat van de relativisten en van de gelovers in de vooruitgang. Zij stellen immers dat de ethische begrippen van de Grieken anders zijn dan die van ons. Het is helemaal niet mogelijk om je op de Grieken te baseren.

Williams zet in zes zorgvuldig geconstrueerde hoofdstukken uiteen dat dit wel degelijk kan. De eerste stap is het bevrijden van de Griekse oudheid uit haar isolement. De Grieken van de vijfde eeuw voor Christus zijn niet een ons wezensvreemd volk dat in zijn tragedies alleen iets over zichzelf vertelt. De Grieken vertellen ons ook iets over ons zelf, wie wij zijn en wie wij niet zijn. Natuurlijk zijn de Grieken anders dan wij, maar aan die verschillen liggen geen mysterieuze krachten ten grondslag, doch culturele en historische redenen die wij kunnen achterhalen en aanwijzen. Williams stelling is dat de ethische begrippen niet veranderd zijn, maar de omstandigheden.

Homerus

Zijn redenering voor deze stelling verloopt in grote lijnen als volgt. Williams weerlegt de idee van Bruno Snell dat in het grootste epos van de vroeg-Griekse cultuur, de Ilias van Homerus, de dramatis personae geen handelende personen zouden zijn, maar slechts pionnen van de goden. Dit is niet alleen in strijd met onze eerste indruk van het epos, maar ook met een close reading van de tekst. Toegegeven, het woord voor bedoeling, van plan zijn, komt in de Ilias niet voor, maar het begrip wel. Net zoals Homerus de begrippen willen, overwegen, besluiten kent.

Het sterkste argument voor de stelling dat de Grieken zichzelf als zelfstandige personen zagen ontwikkelt Williams in het tweede hoofdstuk. De helden van Homerus hielden zichzelf verantwoordelijk voor al hun daden, niet slechts voor de daden die zij met met voorbedachte rade voltrokken.

Van dit inzicht kunnen wij volgens Williams nog iets leren. De verantwoordelijkheid voor onze daden reikt verder dan alleen die daden die we opzettelijk uitvoeren. Artsen moeten in Nederlandse ziekenhuizen opereren met verpleegsters die zij zelf niet hebben aangesteld. Zij moeten hechten met draden van een merk dat zij zelf nooit zouden kopen, maar dat door het ziekenhuis verplicht wordt gesteld. Die arts blijft verantwoordelijk, want waar moet de patiënt anders heen als de wond openscheurt?

Hier dringt zich een onderscheid op waar Williams zijn mooiste hoofdstuk aan wijdt: het onderscheid tussen schaamte en schuld. Mijn handelingen kan ik op twee verschillende manier beoordelen. Ten eerste of het slecht is wat ik anderen heb aangedaan. Ten tweede of wat ik gedaan heb in overeenstemming is met het ethische ideaalbeeld dat ik van mijzelf heb. Schuld meet zich hoofdzakelijk met de eerste maatstaf. Daarom komen schuld en boete hand in hand. Schaamte wordt daarentegen gevoed door het ethische ideaal dat iemand van zichzelf heeft. De oorzaak van schaamte is niet alleen wat wij anderen hebben aangedaan. We kunnen ook tot de ontdekking komen dat de oorzaak van schaamte onze boze plannen of onze mislukte pogingen tot wraak zijn. Neem bijvoorbeeld de schaamte voor de boze ingezonden brief die gelukkig niet geplaatst wordt.

Door na te denken over onze schaamte kunnen we onszelf beter leren kennen en zo ook beter onze schuld begrijpen. Tegen de achtergrond van een ethisch ideaalbeeld krijgen schuldgevoelens betekenis. In Williams' woorden: 'Schaamte kan schuld begrijpen, maar schuld begrijpt zichzelf niet.' Dit ethisch ideaalbeeld maakt Tarzan tot Tarzan. Omdat zijn identiteit op het spel staat, omdat hij zich schaamt voor het verschil tussen wat hij gedaan heeft en wat zijn ideale ik zou hebben gedaan, stort Ajax zich in het zwaard.

Hiermee maakt Williams ook duidelijk waarom integriteit zo'n belangrijk ethisch begrip is. Ajax wil integer zijn ten aanzien van het beeld dat hij van zichzelf heeft. Dat beeld bepaalt wat hij noodzakelijkerwijze moet doen.

Eeuwige noodzaak

'Wie zijn lijden eeuwige noodzaak heeft bevonden, vraagt geen heul voor zijn gekneusde menselijkheid,' dichtte P.N. van Eyck. Volgens de voor-oorlogse Leidse hoogleraar moet de mens zich schikken in zijn noodlot. Is de eeuwige noodzaak van P.N. van Eyck dezelfde noodzaak die Ajax ervaart?

Een tragedie ontleent zijn dramatische kracht aan de onafwendbare afloop. Oidipoes moet zijn vader Laius vermoorden, Agamemnon moet Iphigeneia offeren, want ergens staat het zo geschreven. De Grieken geloofden zowel in een bovennatuurlijke noodzakelijkheid als in een innerlijke noodzaak. De bovennatuurlijke noodzakelijkheid is niet hetzelfde als de innerlijke noodzaak die Ajax ervoer en waardoor hij zich schaamde.

In de moderne wijsbegeerte sinds de Verlichting worden deze twee begrippen van noodzakelijkheid tegenover elkaar geplaatst. Ofwel alle menselijke handelingen liggen vast en dan doet wat het individu besluit niet ter zake; het maakt niet uit of we in de rooshof blijven staan of naar Isfahan vluchten. We kunnen maar beter berusten. Ofwel het leven ligt niet vast en wij dragen, zoals Ajax, zelf de volle verantwoordelijkheid voor de loop van de geschiedenis.

Williams verwerpt deze tegenstelling. Het begrip bovennatuurlijke noodzakelijkheid brengt de gedachte met zich mee dat de loop van de geschiedenis een bepaald doel heeft. Dat wil niet zeggen dat onze overwegingen en handelingen er niet toe doen. Het betekent dat op bepaalde ogenblikken in het leven aan de gebeurtenissen een bepaald plan ten grondslag lijkt te liggen. Gewoonlijk weten we niet precies wat die ogenblikken zijn, maar er zijn momenten waarop het besef doordringt dat de voorspelling van het orakel is uitgekomen.

Het grote verschil tussen de filosofen van na de Verlichting en de tragediedichters is dat de filosofen geloven dat er een manier moet zijn waarop de menselijke geest zelf het patroon kan voortbrengen dat betekenis geeft aan het leven. Voor de tragediedichters, daarentegen, is de wereld en het leven slechts voor een heel klein gedeelte door de mens te bevatten.

Het is om deze reden dat de Griekse tragedies ons nu nog aanspreken. Want wij leven niet in harmonie met de wereld. In de loop van de geschiedenis kunnen wij geen doel ontdekken. We kunnen niet op een Archimedisch punt buiten de werkelijkheid gaan staan om ons eigen bestaan vandaar zin te verlenen. Wij staan, kortom, ondanks alle verschillen, veel dichter bij de Grieken dan de progressieven en de relativisten ons willen doen geloven.

Williams heeft ons met common sense redeneringen geleid naar een verrassende conclusie. Shame and Necessity is niet alleen een geleerd, maar bovendien ook een mooi boek. Als alle waarachtig mooie dingen heeft het ook iets tragisch. Wie over de schouder van God meekijkt naar de menselijke moraliteit ziet dat het op het strand van Troje niet beter was dan in de Leidse studeerkamer van P.N. van Eyck. Het was 2500 jaar geleden ook niet slechter. De commissie Dunning kan de eed van Hippocrates maar beter serieus nemen.