Vrijdag 29; Het onmogelijke

Er kwam iets moois voorbij

zo aan mijn hoofd voorbij

zo aan mijn oor voorbij

maar 'k wist niet wat...

Vinaya heet de film waarin deze roerende woorden een paar maal worden gereciteerd, door de zoete, schorre stem van een spichtig Vlaams acteurtje van een jaar of tien. De woorden vormen het begin van een lang gedicht en ze karakteriseren het verhaal van de jongen die Vinaya heet. Het eenzame, wijze kind verliest zijn thuis en trekt mee met een rondzwervende man. Dat is geen lieve vaderfiguur, maar een zwijgzame vagebond met teveel gedachten, een oorbel en een vals gebit. We zien de zwerver en de jongen samen verkeren in een ruw, tijdloos land. Wat volgt, zijn snippers, fragiele kleine momenten, indrukken van peilloos verlangen. Van een lineair verhaal is geen sprake, wel van uitbundige poëzie, met de afzonderlijke scènes als de coupletten van een gefilmd lied.

Ik zag Vinaya bij toeval en voelde me zweven. Inderdaad: “er kwam iets moois voorbij .... maar 'k wist niet wat”.

Vinaya werd al ruim een jaar geleden gemaakt, als Nederlands-Belgische coproduktie. De Vlaamse acteur Josse de Pauw, ook in de Nederlandse theaters bekend en gewaardeerd, schreef een scenario of hij schilderde, regisseerde (samen met Kaai-theatermaker Peter van Kraaij) en vertolkte de rol van de zwerver zoals alleen hij dat kan: onweerstaanbaar en sterk als een stier.

Vinaya is nu in Nederland eenmaal te zien geweest, op het kinderfilmfestival Cinekid. Op maandagmorgen om half elf en voor een vrijwel lege zaal, want het publiek had gekozen voor Het kale spook of Lotta uit de kabaalstraat. Terecht. Dat Cinekid in een bijprogramma ruimte schiep voor Vinaya is prijzenswaardig, want ook daar realiseerde men zich dat hij volkomen misplaatst was op een festivalprogramma waarmee in de eerste plaats een jong publiek wordt bediend. Al heeft de film een kleine jongen als hoofdpersoon, het is alles behalve een jeugdfilm. Hij snijdt emoties aan die de kinderziel alleen impliciet kent, verhaalt over de zucht naar het onmogelijke die pas pijn gaat doen wanneer de kinderjaren voorbij zijn en hij doet dat met een gevoel voor details dat voor een kind gelukkig nog niet telt.

Verder zal Vinaya onzichtbaar blijven voor de bioscoopbezoeker. Zelfs het feit dat dit een juweel van eigen bodem is, heeft niet mogen baten. De distributeurs stelden zich weer eens op als veemarktkooplui. Geen van de Nederlandse distributeurs die beweren gespecialiseerd te zijn in wat ze altijd zo groots 'Art Films' noemen, stelde het belang van schoonheid voorop, geen gesubsidieerde filmverdeler gunde hem aan haar publiek.

Wie zich wil laten verlokken door Josse de Pauw en zijn melancholieke mannen-fantasie is aangewezen op het nauwe televisiescherm. De AVRO erkende de kwaliteiten van het scenario, stak geld in Vinaya en zal de film uitzenden. Wanneer is nog niet duidelijk, maar het zal op een middag worden, “voor het eind van het jaar”.

    • Joyce Roodnat