Verkapt afscheid

Het democratische deficit zit in de mens. Alleen: de grofste vormen van machtsmisbruik uiten zich meestal in privé-kring. Ik wil ze de kost niet geven, de fragiele dichters, schilders en denkers die, al dan niet beneveld, hun geliefde in de achterkeuken als houthakkers te lijf gaan. De volgende ochtend lopen ze door de stad als sepiakleurige bidprentjes. Alles is onschuld.

Er zijn er ook die graag komen vertellen dat ze in zwierige eigenwaan de democratie even opzij hebben gezet. E.E. Nordholt houdt niet op burgemeester Van Thijn voor het oog van de wereld te degraderen tot een stotterende waterdrager. Deze week rolde uit de ijzeren mondhoeken van Vredeling de triomfantelijke bekentenis dat hij ooit de hele regering, het parlement en de grondwet had gedribbeld. Zelfs Joop den Uyl had niet de kans gekregen Vredelings motieven te doorgronden. Zijn schuld volstond. Vervolgens nam Johan Cruijff het woord, ook op de televisie. “Een voetballer is een voetballer”, orakelde de Verlosser. “Hij moet spelen en verder zijn mond houden. Op het moment dat ik mijn nek uitsteek door als bondscoach naar het WK te gaan, gaat het volgens mijn regels. Dan heb ik volledig maling aan de mening van de spelers.”

Ik dank de hemel dat Fré Meis aan deze autoritaire schimmel op zijn dromen is ontsnapt. Verslagen worden door de baronnen van Shell en van het CDA, daar valt nog mee te leven. Verraden worden door Johan Cruijff - zovele jaren zelf de God van de straat - is niet te doorstaan. Zo zie je maar: revolutionairen kunnen in Nederland niet vroeg genoeg sterven. Alleen slechte boeken (De hut van Oom Tom bijvoorbeeld) zouden nog in staat kunnen zijn om de maatschappij te veranderen in de richting van gelijkheid en broederlijkheid. Maar zo slecht wordt hier niet meer geschreven.

Vanwaar toch dat gemelijk gekwaak, dat steno-taaltje uit de hoogte bij de beste voetballer aller tijden die in het Oranje-shirt heeft geschitterd als een dartele ster? De vraag of hij zijn gezin nog wel zal kunnen onderhouden is aan Cruijff al vele jaren niet meer besteed. Dat scheelt in de arrogantie. Niets werkt zo vervreemdend als materiële zorgeloosheid. Daar zijn hele godsdiensten op gekapseisd. Natuurlijk heeft Johan recht van spreken. Van Gaal kan een wedstrijd lezen, Cruijff kan hem nog zelf spelen - vertraagd weliswaar maar met alles erop en eraan. Hij heeft zelfs Ronald Koeman kunnen leren dat de enige goeie pass de eerste is; wat volgt is tweedehands. Hij ruikt talent, ziet sneller en scherper dan de halve wereld hoe een spelsituatie zich zal ontwikkelen en combineert in de dug-out beeldschone pantomines en visionaire ingrepen. In infra-rode kennis van voetbal en voetballers kent hij zijn gelijke niet.

Maar toch.

Roepen dat de internationals een balletje mogen trappen en verder hun mond moeten houden, is zelfs als provocatie niet meer acceptabel. Deze sportpolitieke variant van het manchesterianisme getuigt van een te groot misprijzen. De negentiende eeuwse uitspraken van Cruijff kunnen niet anders dan een verkapt afscheid zijn van Oranje. Eigenlijk zegt de maëstro van Barcelona: met deze selectie wil ik niet naar het WK in Amerika. Ik heb geen zin om mijn goede tijd te verprutsen aan zwervende stofzuigers. Ik wil niet op mijn bek gaan met gepermanente glimmongolen die amper een schijnbeweging in de benen hebben. Dàt was de boodschap.

Ik zit te knorren van genot als Cruijff weer eens staat te praten met dat air van: de dood moet zich met mij bezig houden, niet omgekeerd. Dat hij bestuursleden onherroepelijk naar hun donkere wijnkelders blijft verwensen is ook mooi meegenomen. Voetbalgesprekken met die pompeuze vrijetijdbesteders zijn inderdaad meestal zinloos. Jacques Ruts illustreerde dat gisteren nog bij zijn afscheid in Eindhoven. De ex-praeses proclameerde een bezoek van de PSV-selectie aan een overzees weeshuis en een ontmoeting met moeder Theresa tot de mooiste momenten van zijn tienjarig voorzitterschap. Het klonk als: liever de kruisdood dan de Cup.

Johan Cruijff had genoeg patriarchale bonhomie in huis om met enige elegantie te bedanken voor de eer van Oranje. Hij heeft gekozen voor de vernedering van een in zijn ogen plebejische selectie zonder raffinement en zonder virtuositeit. Dickie moet veel goed maken voor het zomer wordt.

    • Hugo Camps