Stijging van dollar kwam tot staan

AMSTERDAM, 29 OKT. De aanvankelijke verzwakking van de de D-mark en de gulden, na het verrassende rondje Europese renteverlagingen van eind vorige week, kwam de afgelopen dagen tot staan. Ten opzichte van de overige EMS-valuta's werd zelfs weer enige koersstijging geboekt. Per saldo resulteerde in de verslagperiode voor beide munten echter een koersverlies, vooral ten opzichte van de dollar, de yen en het pond.

De appreciatie van de dollar, van 1,80 gulden twee weken geleden tot bijna 1,90 gulden de afgelopen dagen, hoeft echter nog niet het begin te zijn van een stijgende trend. De koers van de Amerikaanse munt heeft zich in het afgelopen jaar namelijk steeds in de 'range' 1,80 - 1,90 gulden bewogen. Werd die 'range' doorbroken, dan volgde tot nu toe steeds weer een correctie. Belangrijkste oorzaak hiervoor was de wisselende inschatting van het toekomstige Amerikaanse conjunctuurverloop, in combinatie met het behoedzame tempo van renteverlagingen in Duitsland. De vraag is of deze omstandigheden snel zullen wijzigingen.

De Amerikaanse economische groei versnelde in het derde kwartaal naar 2,8 procent op jaarbasis (tweede kwartaal 1,9 procent, eerste kwartaal 0,8 procent). Dit was conform (het gemiddelde van) de verwachtingen. Analisten konden deze versnelling de afgelopen weken namelijk al zien aankomen, op grond van de positieve conjunctuurcijfers over september. Vandaar dat de dollarkoers ook reeds voor de Duitse discontoverlaging van vorige week donderdag een stijgende tendens vertoonde.

Het is echter de vraag of in het vierde kwartaal, zoals door velen gedacht, een verdere groeiversnelling in de VS zal optreden. De spaarquote van gezinnen daalde in het derde kwartaal namelijk naar het lage niveau van 3,7 procent (netto besparingen in procenten besteedbaar inkomen). We moeten terug naar 1989 om een (eenmalig) lagere quote tegen te komen. De geringe spaarneiging stimuleerde het consumptievolume, dat in het derde kwartaal dan ook maar liefst met 4,2 procent op jaarbasis toenam. Een terugkeer van de spaarquote naar meer normale niveaus is echter waarschijnlijk. In dat geval zal de consumptiegroei terugvallen, hetgeen negatief inwerkt op de totale economische groei. Wellicht dat daarom Phillips, bestuurslid van de Amerikaanse centrale bank, waarschuwde tegen de optimistische groeiverwachtingen voor het vierde kwartaal. Een tegenvallende economische groei zou op zijn beurt negatief uitwerken op de dollarkoers.

Een tweede factor van belang is het beleid van de Bundesbank. Door de verrassende renteverlaging van vorige week donderdag ontstond de indruk dat de Bundesbank was overgestapt van een behoedzaam naar een meer agressief tempo van renteverlagingen. Hierdoor deprecieerden aanvankelijk de D-mark en de daaraan gekoppelde gulden ten opzichte van zowel de dollar als de overige EMS-valuta's, ondanks het feit dat vrijwel alle EMS-landen de Duitse rentestap in meerdere of mindere mate volgden. Wellicht geschrokken van het dreigende verlies aan vertrouwen, liet Bundesbank-president Tietmeyer vervolgens weten vooralsnog geen ruimte te zien voor een verdere renteverlaging, terwijl collega-bestuurslid Issing nog eens bevestigde dat het beleid niet is veranderd.

Mede hierdoor daalden de D-mark en de gulden de afgelopen dagen niet verder in waarde. Wij menen dat de Bundesbank met haar recente officiële tariefsverlaging is vooruitgelopen op vertragingen in de inflatie en in de geldgroei in het vierde kwartaal. Voor de rest van dit jaar voorzien wij daarom geen verdere officiële tariefsverlaging meer, wel een verlaging van het Duitse en Nederlandse beleningstarief (thans respectievelijk 6,4 en 6,1 procent). Ook om die reden lijkt een verdere 'uitbraak' van de dollar niet waarschijnlijk.

Bron: Economisch Bureau ING Bank