'Rapport v.d. Zwan is onevenwichtig'

AMSTERDAM, 29 OKT. Het rapport van de commissie Van der Zwan over de uitvoering van de bijstandswet is onevenwichtig. De harde conclusies wijken af van de bevindingen van betrokken onderzoeksbureaus.

Dit stelt Divosa, de vereniging van directeuren van sociale diensten. “Uit overleg met de onderzoekers is ons gebleken dat de conclusies van de commissie op een aantal belangrijke onderdelen niet kunnen steunen op de onderzoeksresulaten”, aldus Divosa.

Volgens de schrijver van het rapport, prof.dr. A. van der Zwan, is er sprake van een “misverstand”. Naar aanleiding van het commissie-rapport heeft Divosa een brief gestuurd naar het accountantsbureau Moret Ernst & Young. In een eerste brief neemt Moret - zonder overleg met de commissie - afstand van de conclusies van de commissie.

In een tweede brief aan Divosa worden deze opmerkingen echter weer teruggenomen, aldus Van der Zwan. Volgens Van der Zwan heeft Moret “zich op een aantal punten laten verleiden expliciet of impliciet een oordeel te geven over het werk van de commissie waardoor twijfel wordt gezaaid over de mate waarin het commissierapport stoelt op het veldonderzoek”, schrijft Van der Zwan in een brief aan Moret. Aan het begin van de middag was niemand van Moret beschikbaar voor commentaar.

De Divosa heeft de afgelopen weken het bijstandsrapport besproken met de opstellers van de deelrapporten, het onderzoeks- en adviesbureau Regioplan en het accountantsbureau Moret. Moret heeft Divosa laten weten geen onderzoek ingesteld te hebben naar de omvang van onterecht gebruik en fraude met de bijstand. Regioplan heeft de omvang van de fraude evenmin onderzocht. Van der Zwan kwam tot de conclusie dat zeker in 25 procent van de 3.100 onderzochte dossiers sprake was van fraude. Deze schatting “kan als een ondergrens worden beschouwd” en ligt wellicht “substantieel hoger”, aldus de commissie.

De onderzoekers van Moret nemen in een eerste brief aan Divosa afstand van Van der Zwans conclusie dat de geconstateerde tekortkomingen in de uitvoering van de bijstand ook misbruik door betrokken ambtenaren in hand werkt. “In ons onderzoek zijn geen tekortkomingen geconstateerd die aantonen dat de deur open staat naar misbruik door de behandelende contactambtenaar”, aldus Moret, die daaraan toevoegt dat het 'veldonderzoek' niet op dit aspect was gericht.

Volgens Moret bieden de voorstellen van Van der Zwan geen uitzicht op uitsluiting van samenlevingsfraude volgens de wet. De commissie heeft voorgesteld het begrip gezamelijke huishouding in de bijstandswet anders te omschrijven. Samenwonenden zouden beiden een bijdrage in de kosten van dehuishouding moeten leveren, of op andere wijze “door gezamenlijke regeling of gedraging” blijk geven zorg te dragen voor elkaar.