Poezentrouw

Nog liever dan de schapendoes

Is het mirakelbeest, de poes;

Als je 'm roept komt hij veel gauwer,

En zijn oogopslag is trouwer.

Ach! honden zijn soms ook wel goed,

Hoe teder is vaak niet hun snoet;

Maar honden kijken soms zo honds

En ze brommen binnensmonds.

Honden moet je streng behandelen,

Want ze willen altijd wandelen;

Honden moeten altijd plassen,

Steeds moet er iemand op ze passen,

Of ze liggen ganse jaren

Op de sofa te verharen.

Nee, dan de poes, die geeft ook kopjes,

En speelt met balletjes en propjes;

En zoveel liever dan een hond:

Lievere oren, lievere mond,

Lievere poten, lievere staart,

Ja, poezen zijn miljoenen waard.

In den beginne was het Woord!