Pannen

Het begon op de lagere scholen. Toen heette het nog 'poorten'. Er werd een blikje platgetrapt tot een blikkie. De jongens - meisjes doen zelden mee - gaan met hun benen wijd staan, ze maken een 'poortje'.

Hij die het blikkie heeft, trapt dit naar een ander zijn poortje. Houdt de poortwachter het blikkie, dan mag hij schieten. Maar passeert het blikkie het poortje, dan slaan alle spelers de ongelukkige neer en als hij op de grond ligt trappen ze hem zo hard ze kunnen. Pas als hij een afgesproken boom of paal heeft bereikt, houdt het slaan en trappen op.

Op de middelbare school heet poorten: 'pannen'. De jongens staan niet meer wijdbeens, maar moeten het blikkie stoppen. Wie dat niet kan, wordt door de anderen ingemaakt, tot hutspot gestampt, in de pan gehakt.

Hoe harder je geslagen en getrapt bent, hoe harder je natuurlijk zelf gaat trappen en slaan.

In Joegoslavië is het pannen ook populair. Daar gebruiken ze er nog geweren en kanonnen bij.