Oss: havenarm zal oud zeer verzachten

OSS, 29 OKT. Met een breed armgebaar wijst de burgemeester van Oss, mr. E.P. van Veldhuizen tijdens een boottocht op de 'watergebonden' industrie. Ook dt is een kant van Oss, zegt hij om aan te geven dat de faam van de Brabantse industriestad zich niet alleen beperkt tot messentrekkerij en vechtpartijen en stoute voormalige fabrieksdirecteuren.

Daar vaart men langs een puinbreker, een meelfabriek, een vestiging van de Cehave, een zoutopslagplaats, een vetsmelterij en het transportbedrijf Harry Vos, die met 700 vrachtwagens de grootste nog puur Nederlandse onderneming in haar soort is en die binnenkort in de haven een distributiecentrum gaat vestigen voor de petrochemische industrie (verpakking en verzending van korrels) met 100 tot 150 werknemers.

Voor Van Veldhuizen is de happening eerder deze week een revanche op het onrecht zijn stad aangedaan. Insiders vertellen dat hij geen oog heeft dichtgedaan nadat er in de speciale aan het Benedenmoerdijkse gewijde bijlage van deze krant in het Klein ABC van het Zuiden onder de naam 'Oss' nog eens werd stilgestaan bij het enigermate duistere verleden.

Van Veldhuizen zit met de nodige notabelen op de futuristisch uitgevoerde boot Jules Verne bij het symposium Vervoer over water; vaart op de weg. Het symposium wordt gehouden ter gelegenheid van de opening van een tweede arm in de haven van Oss, die met een kanaal in verbinding staat met de Maas. De slogan van de feestelijke opening door minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) is uit Van Veldhuizens koker: Oss een havenarm rijker. De havenarm is op eigen last en rekening aangelegd voor 4,2 miljoen gulden. In ruil daarvoor vraagt Van Veldhuizen aan de minister om wat miljoenen guldens voor het spoorraccordement, sanering van een vervuild terrein, snelle bouw van de A50 over Oss naar Eindhoven en verbetering van de ANWB-bewegwijzering opdat ook de niet-Ossenaar deze van dadendrang bruisende stad sneller kan vinden. En hij haalt er nog maar eens de 2000 jaar oude geschiedenis bij, waaraan in het Osse Jan Cunencentrum tot 5 december een tentoonstelling is gewijd. “Wie Oss niet kent”, aldus de burgemeester in zijn openingstoespraak, “die is geen vent”.

Oss was lange tijd een broedplaats van criminaliteit. Het was de woonstede van de legendarische Toon de Soep, leider van de Bende van Oss. Toen Veldhuizen de inmiddels overleden Toon eens bezocht, had hij hem de vraag gesteld of zijn gedrag wellicht te maken kon hebben met de gigantische werkloosheid die er in de jaren dertig heerste en toen had Toon dat in ieder geval niet ontkend.

De geschiedenis van Oss keerde woensdag terug bij de officiële opening van de tweede havenarm met 20 hectare bedrijfsterrein, volgens een van de sprekers tijdens het symposium “een van de weinige nog beschikbare plaatsen aan het water tussen Utrecht en Maastricht”. Aan het einde van de vorige eeuw hadden de twee oervaders van de Osse industrie Van den Bergh en Jurgens (margarine), de oprichters van wat later Unilever zou worden, al eens uitvoerig gebakkeleid over een verbinding tussen Oss en de Maas. Omdat die er niet kwam, zocht eerst Van den Bergh en later Jurgens Rotterdam op waar ze wél konden beschikken over ligging aan het water. En toen was het leger werklozen in Oss op slag met duizenden toegenomen. (De haven kwam er pas in 1968). En toen ook werden de wonden toegebracht, die Oss later zo'n slechte naam zouden bezorgen.

De Osse bevolking heeft zich óók qua stemgedrag altijd wat eigenzinnig gedragen. De Socialistiese Partij, die in Oss haar bakermat heeft, haalde er tijdens de laatste verkiezingen 28 procent van de stemmen en moet met acht zetels in de raad alleen het CDA voor laten gaan. Al vóór de oorlog had het anti-semitische Zwarte Front er een aanzienlijke aanhang en na de oorlog toen de Boerenpartij van Koekoek nog bestond stemde dertien procent van de kiezers erop. Volgens kenners van Oss ging en gaat het veelal om spijtstemmers.

Oss is altijd nogal eenzijdig gericht geweest op de industrie: Bergoss en Desso (tapijten), Organon (farmacie), Unox en Zwan (vlees), Philips en Thomassen en Drijver (blik). De dienstensector is altijd wat achtergebleven. Het midden- en kleinbedrijf is er heden ten dage sterk vertegenwoordigd.

Op het ogenblik is de werkloosheid elf procent. Volgens directeur W.J. Vaneker van de gemeentelijke dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijft het percentage ondanks de economische recessie stabiel. Dat komt doordat de gemeente een 'activerend' arbeidsmarktbeleid voert. Daarvoor heeft men de zogenoemde inpassingsprojecten ontwikkeld. Dat wil zeggen dat men werklozen die gemiddeld vijf jaar geen werk hebben weer aan een baan probeert te helpen. Daardoor kwamen er sinds 1 maart van dit jaar 220 nieuwe arbeidsplaatsen bij. Vaneker: “Dat is verschrikkelijk veel”.

    • Max Paumen