Nog nooit had iemand zich zo geschaamd; Oidipoes in een praatprogramma

De Oidipoes-verfilming van Pasolini, Edipo Re, draait momenteel in de filmhuizen.

Vorige week was er een wel heel bijzondere gast op bezoek bij de presentatrice van de dichtstbekeken praatshow. Zijn leeftijd was moeilijk te schatten. Hij kon veertig zijn maar ook zeventig. Hij had het verwilderde, morsige van een zwerver, maar zat goed in het pak, ook al was dat verfomfaaid. En hij was blind.

Onze gast van vanavond, kondigde de presentatrice aan, met haar speciale, twinkelende trots, is niet zomaar blind. Hij heeft zich zijn eigen ogen uitgestoken.

Er klonk een applaus dat beslist warm te noemen was.

Ze schoof de man een glaasje water toe en stelde haar eerste vraag. En zoals altijd bij haar, was het de vraag die ook ons op de lippen brandde.

Hoe hebt u, vroeg ze, zoiets vreselijks kunnen doen? Wie steekt er nu zijn eigen ogen uit?

Ze klonk hartelijk, maar ook enigszins neerbuigend, alsof ze een antwoord verwachtte dat haar voor niet al te grote problemen zou plaatsen. Dat was immers de opzet van haar programma: vragen stellen aan mensen die, als ze de vragen niet zouden kunnen beantwoorden, helemaal niet uitgenodigd zouden zijn.

De man sprak langzaam, in een gebroken maar zorgvuldig Nederlands. Het was raar om naar iemand te kijken die zich niet bewust leek te zijn van de Grote Mechanische Blik die op hem gevestigd was.

Ik schaamde me, zei hij.

Dit antwoord beviel de presentatrice, dat merkte je. Ze zei, met een geruststellende floers in haar stem: aha. Het klonk ook een beetje triomfantelijk. Want om schaamte, daar draait het om, niet alleen bij haar in haar show, maar ook bij, zeg, Paul de Leeuw, en bij Fiolet Valkenburg, en indertijd bij Henk Mochel. Hoezeer hun shows ook van toon verschillen, altijd is de dramaturgie dezelfde: de gast wordt een scène in gepraat waarin hij of zij met iets voor de draad komt. Dat iets is eigenlijk een geheim, 'het ligt moeilijk', altijd zijn er anderen, en die denken er wat van, of kunnen er niet mee omgaan, of willen het niet erkennen. Maar nu is er het praatprogramma, en dat is een soort vrijplaats, net als twee generaties geleden het biechthok. Geholpen door de blikken van miljoenen anderen komen ze uit, om een anglicisme te bezigen. Het feit dat iedereen kijkt, houdt een soort toestemming in. Of het nu gaat om de geamputeerde borst, of de vader die vroeger sloeg, of over het verlangen naar bloot door een park lopen - altijd draait het om de speciale spanning die ontstaat wanneer iemand zich over zijn of haar schaamte heen zet. En op het vermogen om deze schaamte op een zaterdagavond in een studio te overwinnen, worden de gasten geselecteerd. Een praatprogramma waarin iemand zich blijft schamen, dat is een praatprogramma waarin een stilte valt, en dat is pas echt pijnlijk.

Pest

En nu zat daar ineens die man met de akelige oogkassen van een zelfverblinding in zijn gezicht, en hij vertelde zijn ongelooflijke verhaal: vroeger was hij de machtigste man van zijn land, maar er brak pest uit, en iedereen wist dat hij uitgebroken was omdat iemand ergens iets afgrijselijks had gedaan.

De presentatrice knikte belangstellend. Zo'n pest, die kon je mooi overdrachtelijk opvatten. Er is wel iets te zeggen voor de gedachte dat er ook in ons Libidineuze Westen een soort pest is uitgebroken. Maar de gast had duidelijk nog nooit van aids gehoord, en vervolgde onverstoorbaar zijn verhaal. Er heerste pest, en dus gelastte hij een diepgravend onderzoek naar de oorzaak ervan. De man die het afgrijselijkste had gedaan, die moest worden opgespoord.

Het afgrijselijkste? vroeg de presentatrice.

Jazeker, het afgrijselijkste. U weet toch wel wat dat is?

Het kostte de blinde man, na al die jaren, nog altijd moeite om te zeggen wat dat was, het afgrijselijkste. Hij haperde, vermoedelijk omdat hij wilde zeggen: als u niet zelf huivert bij de gedachte aan het afgrijselijkste dat u bedenken kunt, en andere mensen nodig hebt om het voor u te verwoorden, wat moet ik hier dan nog?

Hij wist niet waar hij was, hij had nog nooit televisie gekeken, en hij was door de redactie van het programma van straat opgepikt, waar hij had liggen slapen in een van overheidswege verstrekte kartonnen doos, in het portiek van de artiesteningang van de Stadsschouwburg. Hij moest wennen aan het idee dat een interviewer hem zomaar plompverloren het afgrijselijkste wilde laten benoemen.

En terwijl de blinde vertelde, pakte zich een misverstand samen boven het gesprek. Wat voor hem het afgrijselijkste was, de schending van twee taboes, dat op vadermoord, en dat op de liefde bedrijven met je moeder, daarover wilde de presentatrice steeds maar méér weten. Waren deze mensen, in deze studio, nergens beschaamd over? Zelfs niet over hun ergste gedachten? Konden zij heus zomaar alles bij naam en toenaam noemen?

Gelukkig begreep de presentatrice dat de oorzaak van de pest opgespoord moest worden - al was het maar om hem in een praatprogramma te kunnen laten verschijnen. En als hij was opgespoord, dan zou hij, zei ze, mooi berecht kunnen worden. En als hij een man uit politieke kringen was, dan zouden er hoorzittingen, met tv erbij, aan hem gewijd kunnen worden, of een parlementair onderzoek.

Maar de blinde man leek iets anders te bedoelen. Hij probeerde uit te leggen dat het afgrijselijkste niet alleen de overtreding van het taboe was, maar nog iets anders. Naarmate het onderzoek vorderde, was het namelijk steeds duidelijker geworden dat de dader helemaal niet had geweten dát hij de dader was.

In de fout

De presentatrice keek ongelovig, en beslist ook teleurgesteld. Maar dan was er toch helemaal geen probleem! zei ze. Als je niet weet wat je doet, dan ben je ook niet schuldig. In onze samenleving wordt iemand die een moord heeft begaan tijdens bijvoorbeeld een psychose niet in een gevangenis, maar in een psychiatrische inrichting gestopt. Hij wordt behandeld. En trouwens, meer in het algemeen is het zo dat als we begrijpen waarom iemand in de fout is gegaan (dat zei ze: in de fout gaan), bijvoorbeeld omdat zijn vader zich aan hem vergreep in zijn jeugd, dat we hem dan niet zozeer verantwoordelijk houden voor zijn daad, als wel begrijpen.

Je zag aan de blinde frons van de man dat hij zich nu ernstig begon af te vragen of hij deze vrouw uit zou kunnen leggen waar het hem om ging.

De dader, zei hij, was niet gek. Hij had niet een bijzonder wrede jeugd achter de rug. Hij wist alleen maar niet dat de man die hij tijdens een toevallig gevecht min of meer per ongeluk had doodgeslagen, jaren eerder, dat die zijn vader was. En daarna was hij getrouwd, in een land waar hij nog nooit was geweest. Met een koningin die hij totaal niet kende. Toch bleek die koningin zijn moeder te zijn.

De presentatrice keek een beetje verwilderd om zich heen. Men had haar een geval beloofd, een slachtoffer, een krasse, maar vertederende figuur uit de marge van de verzorgingsstaat maar nu zat er een fantast tegenover haar.

Wat was het probleem nu nog? vroeg ze. De omstandigheden waaronder de man waar u het over heeft zijn daden pleegde waren toch zo verzachtend als het maar kon? Als hij die moord had gepleegd zonder te weten dat het zijn vader was, en eigenlijk ook zonder dat je kunt zeggen dat het echt een moord was - dan was het allemaal toch mooi opgelost?

De presentatrice was zelfs onmiskenbaar kribbig geworden. Haar programma had z'n succes te danken aan mensen die zich op een hanteerbare wijze schaamden, en die, na een min of meer dramatische ondervraging, voor de draad plachten te komen met hun problemen, en die problemen waren altijd herkenbaar. Na afloop kon de kijker verzuchten: het kan dus, leven met deze last, als je je maar niet schaamt.

Het probleem, zei de gast onverstoorbaar, was dat de dader zich ging schamen zoals nog nooit iemand eerder zich had geschaamd.

Maar waaróm dan, vroeg de presentatrice.

En weer probeerde de gast het uit te leggen. Als je het morele besef hebt dat vadermoord iets vreselijks is, dan kan je niets ergers overkomen dan horen dat je, zonder het te weten, vadermoord hebt gepleegd. Dat is erger dan welbewust zo'n moord plegen.

De eindtune van het programma was begonnen. Er was nog maar een halve minuut over om de hamvraag te stellen, die dezelfde was als waarmee het gesprek was begonnen: maar waarom hebt u uw ogen dan uitgestoken? Maar de gast was in een koppig zwijgen vervallen. Hij wiegde met zijn hoofd, alsof hij nu definitief niet meer wist waar hij was. Er klonk een slotapplaus. Dat was de macht der gewoonte. De presentatrice wenste haar kijkers toe dat ze gezond zouden opstaan de volgende morgen.

De gast wist niet goed wat erger was - de hoofdpersoon zijn van de Oidipoes, en moeten beseffen dat hij hoogstpersoonlijk degene was die eens, in alle onschuld, het ergste wat hij zich voor kon stellen had begaan, - of hier in deze studio moeten zitten, waar hij niet uit kon leggen dat er, als het er op aan komt geen verzachtende omstandigheden bestaan. Wat is er gebeurd met de mensen, dacht hij, dat ze niet meer begrijpen dat je de verantwoordelijkheid van een daad op je hebt genomen, omdat je je schaamde? Denken ze hier heus dat schaamte iets is wat je moet overwinnen?

    • Willem Jan Otten