Ministerie en asiel

DE JONGSTE OPHEF over de opvang van asielzoekers geeft nog eens een onthullend inzicht in de bestuurlijke organisatie van Nederland. Het huidige systeem staat onder druk, heet het bij het ministerie van WVC eufemistisch. Dweilen met de kraan open, zou het ook kunnen worden genoemd. Momenteel zijn er dagelijks honderd opvangplaatsen extra nodig. Plaatsen die er niet zijn, en de tenten zijn dan ook al weer in aantocht.

De indeling van de stroom asielzoekers in categorieën en sub-categorieën kan één ding niet verhullen: het worden er steeds meer. Nederland is slechts een van de vele plaatsen in de Westerse wereld die als uitstapstation dienen voor de mondiale migratiestroom die op gang is gekomen. Waarmee slechts gezegd wil worden dat het ook een nauwelijks voor één land afzonderlijk hanteerbaar probleem is. In die zin kan het nationale asielbeleid in feite niet meer dan volgend zijn.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) was bijzonder snel met een afwijzende reactie op het voornemen van minister d'Ancona om de gemeenten meer dan thans het geval is te betrekken bij de opvang van asielzoekers die in afwachting zijn van een toelatingsbesluit. Nu hebben lokale overheden in het kader van de 'twee promille' regeling voor deze categorie nog slechts een beperkte verantwoordelijkheid. In het kader van deze afspraak zijn 23.000 asielzoekers in diverse plaatsen gehuisvest. Pas volledig verantwoordelijk worden gemeenten als asielzoekers volledig zijn uitgeprocedeerd en de verzekering hebben dat ze in Nederland kunnen blijven. Als het aan minister d'Ancona ligt krijgen gemeenten een grotere rol toebedeeld bij het opvangen van asielzoekers die nog 'in de procedure' zitten. De VNG staat op het standpunt dat deze groep een verantwoordelijkheid moet blijven voor het rijk.

DE GESCHEIDEN behandeling van asielzoekers, die de VNG wil blijven nastreven, is geïnspireerd op een volledig bestuurlijke benadering. Het toelatingsbeleid is een kwestie van het rijk, pas aan het eind van de procedure, als de asielzoeker een verblijfsstatus heeft gekregen, is er een taak weggelegd voor de gemeenten. Er zit logica in dit onderscheid, alleen is de praktijk anders. De woningen die beschikbaar zijn voor mensen die nog niet zijn uitgeprocedeerd, worden bijvoorbeeld voor een belangrijk deel bevolkt door mensen die inmiddels officieel zijn toegelaten. Dat is de gemeenten te verwijten, maar anderzijds zijn zij voor hun woningbouwplannen weer afhankelijk van het rijk. En dan komt de beruchte departementale verkokering weer om de hoek kijken. De minister van WVC is wel verantwoordelijk voor de opvang, maar niet voor de woningen.

Het permanent heen en weer schuiven van verantwoordelijkheden maakt vooral één ding duidelijk: het probleem heeft onhanteerbare vormen aangenomen. Europa wordt veelkleuriger en Nederland dus ook. Die erkenning kan worden uitgesteld door asielzoekers zo lang mogelijk buiten de gemeentegrenzen te houden. Dat betekent tevens een keuze voor overvolle opvangcentra, inclusief uitingen van spanning zoals die zich de afgelopen week hebben voorgedaan. Het alternatief is dat asielzoekers in een eerder stadium worden voorbereid op hun mogelijke nieuwe toekomst door hen beter gespreid alvast in gemeenten op te nemen. Maar dat kan niet betekenen dat de verantwoordelijkheid van het rijk wegvalt. Wat dat betreft is een duidelijker uitleg van d'Ancona's bedoelingen dringend gewenst.

Asielzoekers zijn er en zullen blijven komen, uiteindelijk in de gemeenten. Bestuurlijk wegdefiniëren, zoals de VNG en de minister elk op hun eigen manier doen, is kortzichtig en versterkt slechts het beeld dat de wanhoop nabij is.