La Belgique, het andere België

Honderd jaar geleden was de Belgische cultuur voor een belangrijk deel Franstalig. Verhaeren, Maeterlinck, Rodenbach, Vlamingen en Walen, of ze nu in het noorden woonden of in het zuiden, in de stad of op het platteland, ze schreven en spraken in het Frans.

Sindsdien heeft dank zij de Vlaamse Beweging het Nederlands en de Nederlandstalige literatuur veel terrein gewonnen. Er is goed Nederlandstalig onderwijs gekomen, het Nederlandstalig toneel bloeit, en er is ook een Nederlandstalige literatuur die binnen en buiten de eigen grenzen wordt gelezen.

Wat is er ondertussen van de Franstalige cultuur geworden? Bij de recente staatsrechthervormingen heeft de Franse taal in het zuiden en in Brussel wettelijk een eigen plaats gekregen. Ministers van de Franse Gemeenschap zetten zich nu speciaal in voor de cultuur en het onderwijs van de 4 miljoen Franstaligen.

In dit CS Literair aandacht voor La Belgique, het andere België. Waarin onderscheiden de huidige Franstalige schrijvers zich nog? Hoe staan ze tegenover het grote buurland Frankrijk? Hoe gaan ze om met hun Nederlands- en Duitstalige landgenoten? En wat is er geworden van de enige Belgische Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck? “Als Maeterlinck een gedicht moest schrijven op de magnetron, dan zou de eerste regel luiden: O, Magnétron! waarna twintig regels zouden volgen, die allemaal met een uitroepteken eindigen. De laatste regel zou luiden: Magnétron, grand magnétron...”