'Jeltsin maakt landbouw kapot'

LENIN-SOVCHOZ, 29 OKT. Even buiten Moskou, daar waar de sneeuw al blijft liggen, is Pjotr Rjabtsjev sinds twintig jaar directeur van zevenhonderd boeren, arbeiders en winkelmeisjes die samen de 'Sovchoz genaamd Lenin' vormen. En als het aan Rjabtsjev ligt, verandert het nieuwste presidentiële decreet over privé-grondbezit daar helemaal niets aan.

“De oekaze van Jeltsin kan de mensen die het land bewerken alleen maar schade berokkenen”, waarschuwt hij. “Slechts speculanten zullen eraan verdienen.” Gelukkig meent de directeur erop te kunnen vertrouwen dat de werknemers van zijn staatsboerderij geen gebruik zullen maken van de nieuwe mogelijkheden om land te kopen en te verkopen. “Ik ken mijn mensen, dat willen ze niet.”

President Jeltsin heeft woensdag bijna alle beperkingen op privé-eigendom van grond afgeschaft, na meer dan zestig jaar van staatsmonopolie. De president hoopt met zijn maatregel het ontstaan van particuliere en daarom efficiëntere landbouwbedrijven te stimuleren. Boeren van de grote collectieve- en staatsbedrijven, die in Rusland meer dan negentig procent van de landbouwgrond bezitten, is een certificaat beloofd dat recht geeft op een deel van de grond die zij sinds jaar en dag bewerken.

Jeltsin heeft al eerder gedecreteerd dat landbouwers op een dergelijke manier voor zichzelf mochten beginnen, maar van die mogelijkheid is het afgelopen jaar maar spaarzaam gebruik gemaakt. Volgens radicale hervormers omdat directeuren van de staatsbedrijven jonge starters geen of uitsluitend slechte stukken grond willen meegeven. Sommige adviseurs van Jeltsin hadden dan ook een gedwongen ontbinding van de kolchozen en sovchozen bepleit, maar zover is de president in zijn decreet niet gegaan.

Op staatsboerderij Lenin is een directeur meer directeur dan boer. De zestigjarige Rjabtsjev heeft een secretaresse voor de deur, een stropdas om en hij zit achter een groot bruin bureau vol paperassen. Zijn kantoor zou net zo goed ergens in de stad kunnen staan, ware het niet dat mannen in boerenkiel af en toe om een stempel en handtekening komen vragen.

Maar Rjabtsjevs sovchoz is ook meer dan een boerderij. 'Lenin' is een dorp van 3.000 hectare, met flats van vijf verdiepingen, een winkel, een school en een paleis van cultuur. Vanaf dat laatste gebouw knikt een veel meer dan levensgrote afbeelding van de stichter van de Sovjet-Unie de boeren en arbeiders nog bemoedigend toe. In eigen fabriekjes worden de appels en aardbeien die hier worden gekweekt, tot sap en jam verwerkt. Als het fruit uiteindelijk in flessen en potten de sovchoz-poort verlaat, zitten de etiketten er al op.

“Wat een ramp zou het zijn als deze economische en sociale gemeenschap kapot wordt gemaakt”, verzucht Rjabtsjev. Toch is dat precies wat Jeltsin volgens hem voor ogen staat. Als het tenminste waar is wat de sovchoz-directeur over het presidentiële decreet heeft gehoord, want Rjabtsjev en de zijnen is nog helemaal niets verteld. “De president beslist maar in zijn eentje daar in het Kremlin. Hij houdt geen enkele rekening met de mening van de mensen op het land”, zegt Rjabtsjev. “En dat noemen ze nou democratie!”

Maar laat hij zich beperken tot de economische kant van de zaak. Opsplitsing van 'Lenin' in private levensvatbare bedrijven is eenvoudig onmogelijk. “Natuurlijk kan ik iedereen een stukje van het land geven. Maar verstrekt de president ze dan de kredieten om kunstmest, zaaigoed en machines te kopen?” Nee, antwoordt hij zelf. Zijn landbouwers hebben dus het geld niet om een eigen bedrijf te beginnen. Alleen mensen uit de stad hebben geld, maar die hebben niet de bedoeling het land te bewerken. Zij willen het alleen maar kopen om dure huizen op te bouwen, of om het braak te laten liggen totdat de grondprijs strijgt. “Zo maakt Jeltsin de landbouw kapot. Uiteindelijk zal Rusland zijn voedsel in het Westen moet kopen”, vreest Rjabtsjev.

Die verwachtingen over hoge grondprijzen vervullen de directeur met grote zorg. Hij vreest dat zijn werknemers op een dag hun deel van het land komen opeisen, met het doel het voor goed geld te verkopen. Dat zou het einde van de landbouw op 'Lenin' zijn. En Rjabtsjev kent die verleiding tot verkoop maar al te goed. Hij is zelf namelijk in onderhandeling over de vestiging van een bezinestation op een stuk sovchoz-land dat langs de snelweg ligt. Hij moet wel, zegt hij, want vorig jaar zijn de prijzen van de produktiemiddelen verdertigvoudigd, terwijl de opbrengt van agrarische produkten slechts met negen keer toenam. Daar komt bij dat 'Lenin' sinds een jaar, zoals alle staatsboerderijen na een bevel van Jeltsin, officieel als coöperatie is geregistreerd, wat hoofdzakelijk betekent dat het bedrijf zichzelf moet kunnen bedruipen. Met melkvee is het collectief dus al gestopt, want het houden van koeien begon meer te kosten dan de verkoop van melk opbracht.

Maar goed, voorlopig overheerst nog de Russische traditie om samen het land te bewerken, zegt Rjabtsjev. “Hier heeft elke arbeider vijftien vierkante meter voor eigen gebruik, en dat vindt iedereen genoeg.” Het afgelopen jaar zijn slechts “één of twee jongeren” bij hem geweest om te vragen naar de mogelijkheden om voor zichzelf te beginnen. Die mogelijkheden zijn uiterst beperkt, zo heeft Rjabtsjev toen uitgelegd. En ook in de toekomst zal de directeur “al zijn overredingskracht gebruiken” om leden van de sovchoz er van af te houden het collectief te verlaten. “Die dromers denken alleen maar aan het geld, niet aan alles wat bij bedrijfsvoering komt kijken. In deze moeilijke tijden moet het collectief gewoon bij elkaar blijven.”

Buiten op de besneeuwde paden, in de eetzaal en ook in het appelsapfabriekje zijn alleen mensen te vinden die de mening van hun directeur onderschrijven, als ze al een mening over het decreet van Jeltsin (“welk decreet?”) willen geven. Dat was ook de ervaring van journalisten die de afgelopen weken andere collectieve boerderijen bezochten: de opvatting dat de collectieve landbouw na eeuwen van tasaristisch gezag en zeven decennia communisme nu eenmaal bij de nationale cultuur hoort, en dat in je eentje beginnen vooral een zwaardere werklast betekent, leeft nog sterk op het Russische platteland.

Niet bij Vladimir Kroetsjov. Deze 31-jarige onderhoudsmonteur heeft een jaar geleden samen met een vriend een oude tractor op de kop getikt en hij was één van de jongeren die zich bij directeur Rjabtsjev hebben gemeld. Kroetsjov en naar zijn zeggen vier anderen hadden het plan opgevat samen hun eigen kwekerij te beginnen. Zo moeilijk kon dat toch niet zijn: Kroetsjov is geboren in deze sovchoz en hij heeft zijn hele leven niets anders gezien dan aardbeien en appels.

Maar hij zit nu nog steeds in de werkplaats om auto's en tractoren te repareren, onderwijl zijn tijd verdoend met het staren naar de pin-ups aan de muur. “Tsja, de directeur was heel vriendelijk en ook bereid om adviezen te geven”, vertelt Kroetsjov. Maar elke keer als ter sprake zou komen voor welk stuk grond ik in aanmerking zou kunnen komen, liep het gesprek dood.”

Zou hij, met het nieuwe decreet van Jeltsin in de hand, het nog een keer willen proberen? Als hem is uitgelegd wat in het decreet staat, zucht de monteur eens diep, om dan te antwoorden: “Ach, de president zegt vandaag dit en morgen beslist een ander weer iets anders. Je weet tegenwoordig niet meer waar je aan toe bent. Ik wacht het eerst maar een jaartje of twee af.”

    • Hans Nijenhuis