'Japan bleef veel te lang aanvallen'

TOKIO, 29 OKT. Wie las vanmorgen in de ondergrondse van Tokio niet de Nikkan Supootsu, alsof door allemaal hetzelfde, treurige verslag te lezen het verdriet een beetje kon worden verzacht. Want het verdriet in Japan was enorm, nadat het nationale elftal gisteravond in de allerlaatste minuut van de wedstrijd tegen Irak zijn kans op het wereldkampioenschap voetbal verspeelde.

Na het stroeve begin en het daaropvolgende, bewonderenswaardige herstel dat Japan bovenaan bracht, geloofde iedereen dat ook de laatste wedstrijd zou worden gewonnen. De tv-stations voerden de stemming gekmakend op. Het stond vast, Japan zou zich plaatsen en volgend jaar naar Amerika gaan en voor het eerst deelnemen aan het grootste voetbalevenement. “Let's go to America, let's go to America”, werd de hit.

Msschien was er één die twijfelde: Hans Ooft, de Nederlandse trainer. Aan de vooravond had hij geprobeerd olie op de golven te gooien. Maar in het media-tumult bleef diens nuchterheid onopgemerkt. Liever werden avond aan avond de Japanse doelpunten uit eerdere wedstrijden getoond. Keer op keer op keer.

Geen wonder dat de nederlaag hard aankwam, als een schok, te meer omdat die viel vlak voor het eindsignaal en het spel al gewonnen leek. “Het was als in een akelige droom”, schreef vandaag de krant Asahi Shimbun. En uiteraard pas vandaag klonk voor het eerst kritiek door, omdat na de 2:1 voorsprong in de tweede helft de tactiek niet was gewijzigd, het elftal was doorgegaan met aan te vallen en daarbij wel erg vaak slechte passes waren afgegeven, vooral door de enige genaturaliseerde Japanse speler, wat nog waar was ook.

In elk geval heeft Japan één ding bereikt, het heeft Amerika van een lastig dilemma verlost. Irak is ook uitgeschakeld. In Washington hoeft men zich niet meer het hoofd te breken of sportief Irak straks wel of niet welkom is. En Heineken zal vast naarstig de affiches uit de Japanse café's weghalen waarop Hans Ooft in trainingspak het Nederlandse bier aanprijst.

    • Paul Friese