Homo's eisen recht op adoptie, wijzen 'beetje' gelijkheid af

Enkele weken geleden lanceerde het kabinet voorstellen om het samenlevingscontract van homo's en lesbiennes gelijk te stellen met het huwelijk van hetero's. Wel moeten homo's - in tegenstelling tot hetero's - de wetgever in de toekomst toestemming blijven vragen om een kind te mogen adopteren. Dat komt neer op het toekennen van 'een beetje' dezelfde rechten. En dat riekt naar discriminatie.

Wanneer ik over het huwelijk spreek, heb ik het bewust niet over het kerkelijk huwelijk, niet over de bruiloft en zeker niet over allerlei uiterlijkheden. Als ik het heb over 'het huwelijk' dan bedoel ik het wettelijk huwelijk: de regeling die twee mensen kunnen treffen. Een verbintenis met rechten en plichten, niet alleen voor de betrokkenen zelf maar ook voor derden.

Het burgerlijk wetboek dat het huwelijk regelt, is al meer dan 150 jaar oud. In de periode waarin dit wetboek werd geschreven waren openlijk homoseksuele en lesbische relaties onbestaanbaar. Tegenwoordig is dat gelukkig anders. We weten inmiddels dat bijna 10 procent van de bevolking homoseksuele gevoelens heeft en dat zo'n 5 procent openlijk homoseksueel wil leven. Dat heeft gevolgen, ook voor de wetgever. Ik wil mij nu beperken tot de groep homoseksuelen die een wettelijke relatie met een ander wil aangaan en dat tot op heden niet kon.

In de zomer van 1987 rijpte in kringen van De GAY Krant het idee dat het toch wel aardig zou zijn wanneer twee jongens of twee meisjes, die bewust hebben gekozen voor een relatie, ook zouden kunnen trouwen. Het was toen voor hen alleen mogelijk om bij de notaris een samenlevingscontract op te stellen. Dat was voor veel mensen al een geweldige stap voorwaarts, maar het regelt alleen zaken naar elkaar. Anderen, derden dus, hebben daar geen boodschap aan. Juist daar zit het wezenlijke verschil met het burgerlijk huwelijk. Het contract biedt geen garantie voor een goede pensioenvoorziening, geen gelijkschakeling op het gebied van AWW-voorzieningen, niet dezelfde verzekeringsvoorwaarden, zelfs geen automatische vrije dagen wanneer er iets is met je partner. Bovendien is een huwelijk bij de ambtenaar van de burgerlijke stand een stuk goedkoper dan het samenlevingscontract bij de notaris.

Vervolgens deden we enkele 'ontdekkingen' in het burgerlijk wetboek. Daarin staat in artikel 31: “Om een huwelijk te mogen aangaan moeten een man en een vrouw de leeftijd van 18 jaren hebben bereikt.” Dat artikel bepaalt wel de leeftijd, maar niet het feit dat een man absoluut met een vrouw moet huwen. Artikel 32 gaat over het geestvermogen van de partners. En artikel 33 bepaalt dat een man tegelijkertijd slechts met één vrouw, de vrouw slechts met één man door het huwelijk verbonden is. De nadruk hoort te liggen op het woordje 'tegelijkertijd', het was door de wetgever immers bedoeld om polygamie uit te sluiten. En ook de volgende artikelen bepalen niets over de voorwaarde dat het huwelijk uitsluitend bestemd zou zijn voor man én vrouw.

Intussen gingen we achter de schermen kijken wat we met die wetenschap konden doen. We zochten een vriendenpaar - dat werden Gerard Kuipers en Frans Stello - dat de kar wilde trekken en we besloten de zaak voor te leggen aan de rechter. Tegelijk probeerden we de politiek te winnen voor het idee. Het huwelijk geeft, voor mensen die dat willen, nu eenmaal meer mogelijkheden dan het samenlevingscontract. Minister Hirsch Ballin wilde de zaak eerst afdoen met de melding dat de Nederlandse bevolking niet rijp was voor de gedachte dat ook homo's en lesbiennes officieel zouden kunnen trouwen. Om die misvatting te logenstraffen liet De GAY Krant samen met Veronica een opinie-onderzoek doen. Daaruit bleek dat een duidelijke meerderheid van de bevolking juist heel positief stond tegenover onze plannen. Vanaf dat moment werkte ook het ministerie van justitie mee.

In 1990 diende de zaak bij de meervoudige kamer van de rechtbank in Amsterdam. Stello en Kuipers eisten, namens de Stichting de Vrienden van De GAY Krant, dat de burgerlijke stand van Amsterdam hun het huwelijk niet zou mogen ontzeggen. De rechter ging in zijn uitspraak heel ver. Hij wees die eis af, maar zei wel dat de wet op dit punt niet duidelijk was. Hij achtte de wens gerechtvaardigd en oordeelde dat de wetgever 150 jaar geleden ongetwijfeld niet de bedoeling had om het huwelijk ook voor niet-heteroseksuelen open te stellen. Dat zou in deze tijd best wel mogelijk moeten zijn. Het woord was aan de politiek, zo meende de rechtbank. Als die niet binnen afzienbare tijd met een oplossing komt, kunt u in de toekomst altijd nog terugkomen en kan de rechter alsnog rechtscheppend optreden, zo kregen zij te horen. Een enorme winst. Politici moesten zich wel met de zaak gaan bezighouden om ervoor te zorgen dat zij op den duur niet door juristen zouden worden ingehaald.

Om de druk op de politiek te vergroten, hebben we toen alle 650 Nederlandse gemeenten aangeschreven met het verzoek om een officiële registratie op gemeentelijk niveau al wel toe te staan. Dan zou er naast een huwelijksregister in elke gemeente een zogenaamd trouwregister kunnen ontstaan. Die twee registers zouden op den duur kunnen samengaan in een groot partnerregister. Bijna zestig gemeenten reageerden vrijwel ogenblikkelijk positief. Zij erkenden de wens van bepaalde burgers en werkten mee aan dit verzoek. Tweehonderdachtenvijftig gemeenten (samen goed voor 63,5 procent van de Nederlandse bevolking) lieten ons en de coördinerende gemeente Beverwijk weten dat ze achter deze wensen stonden, maar vaak wilden ze eerst nog even wachten op initiatieven uit Den Haag.

Twee weken geleden kwam het kabinet met voorstellen ter gelijkstelling van het samenlevingscontract met het huwelijk - met uitzondering van het adoptierecht - die in de volgende regeerperiode in beide Kamers zullen worden behandeld. Ze zijn verreikend, maar nog steeds onvoldoende. Opnieuw spitst de discussie zich toe op adoptieproblemen. Natuurlijk moet het belang van het kind altijd centraal staan. Kinderen horen thuis in een warm nest. Dat hoort te tellen, niet de seksuele geaardheid. Wetenschappelijk onderzoek heeft duidelijk aangetoond dat die geaardheid er ook niets toe doet. Paren die geschikt zijn horen dat recht wel te krijgen, paren die ongeschikt zijn (homoseksueel of heteroseksueel) horen dat recht niet te krijgen. Dat hoef je dus niet te regelen in de huwelijkse wetgeving, dat hoort thuis in de regels voor adoptie.

Toch hebben homo's - in tegenstelling tot hetero's - voor adoptie toestemming van de wetgever nodig. Het kabinet wil homo- en lesbienneparen dus 'een beetje' dezelfde rechten geven. Dat is een vorm van discriminatie en past niet meer in deze tijd.

    • Henk Krol