Hogeschool vecht terug met HBO-plus

ROTTERDAM, 29 OKT. Met het eigen plan voor een 'HBO-plus', een zwaardere opleiding voor hun beste studenten, is het hoger beroepsonderwijs weer 'uit het 'hok'. “Het HBO moet kennelijk terug in het hok”, was een maand geleden de verongelijkte reactie in kringen van de hogescholen toen staatssecretaris Cohen (hoger onderwijs) zijn plannen bekendmaakte om universiteiten en hogescholen scherper van elkaar te onderscheiden. Hij onderstreepte daarbij de noodzaak het wetenschappelijk gehalte van de universiteiten te versterken, maar het in de jaren tachtig sterk gegroeide hoger beroepsonderwijs, zo luidde de klacht, kwam er maar bekaaid af.

Als de staatssecretaris de potentie van het hoger beroepsonderwijs niet uit eigen beweging “optimaal benut”, doen we zelf een voorstel, zo lijkt de gedachte bij de vereniging van hogescholen, de HBO-Raad. Met het voorstel voor een 'HBO-Plus' sluit de raad naadloos aan bij Cohens suggestie om aan de universiteiten een onderscheid te maken tussen een algemene opleiding en een 'excellente' leerweg voor degenen die later wetenschappelijke arbeid zullen verrichten.

“Wij hebben een heel breed orgel aan studenten”, zegt W.B. Rietvelt, voorzitter van het college van bestuur van de Hogeschool Holland in Amsterdam en bestuurslid van de HBO-Raad. “Met dit plan krijgen we de gelegenheid excellente studenten bovengemiddeld op te leiden. Daar kan Cohen toch moeilijk bezwaar tegen maken.” Eerder deze maand kwam de HBO-Raad overigens ook met een suggestie voor de zwakkere studenten: uit onderzoek bleek dat HAVO-leerlingen (bijna veertig procent van de eerstejaars) maar weinig kennis hebben van maatschappij en cultuur. Een nieuw, verplicht 'cultureel-maatschappelijk' vak in het voortgezet onderwijs zou dat kunnen verhelpen, aldus de raad.

In de plannen voor een 'HBO-Plus' zouden zeer goede studenten, waarschijnlijk na het algemene eerste jaar, kunnen kiezen voor een verzwaarde opleiding die voorbereidt op zelfstandige, innovatieve beroepen in het bedrijfsleven of bij de overheid. Rietvelt: “Een voorbeeld: ik ken een afgestudeerde die bij zijn bedrijf een systeem heeft opgezet voor elektronische datacommunicatie.” Hij vermoedt dat het al met al zal gaan om ongeveer tien tot vijftien procent van alle HBO-studenten (nu ongeveer 250.000). In het studiejaar 1991/92 stroomde overigens een vergelijkbaar percentage (14) van de HBO-afgestudeerden door naar een universiteit.

Het plan heeft voor de hogescholen ook een ander, strategisch voordeel. Het zou kunnen voorkomen dat begaafde studenten 'weglekken' naar de universiteiten. Staatssecretaris Cohen wil weliswaar een einde maken aan het 'stapelen' van volledige studies, maar het blijft mogelijk na één jaar HBO over te stappen naar de universiteit. Rietvelt: “Dat gaat soms om tientallen procenten, ook door studenten die uitgeloot zijn aan de universiteit en dan eerst maar een jaar HBO gaan doen. Met een zwaardere opleiding zou je duidelijk kunnen markeren dat het HBO adequaat eindonderwijs is.”

Voor de hogescholen zou een 'HBO-Plus' ook de kans bieden beter aan te sluiten op nieuwe inzichten in het bedrijfsleven en nauwer samen te werken met universiteiten. “We zouden ons dan beter en diepgaander kunnen bezighouden met de toepassingen van het wetenschappelijk onderzoek dat de universiteiten doen.” Dat zou ook de aansluiting op de arbeidsmarkt nog verbeteren: ook afgestudeerden van de hogescholen ondervinden de gevolgen van de economische recessie, volgens recente cijfers is de werkloosheid onder afgestudeerde voltijd-studenten in 1992 verdubbeld (tot twaalf procent) ten opzichte van het jaar daarvoor.

Hoe het 'HBO-Plus' er gaat uitzien, is nog niet duidelijk. Rietvelt denkt dat de studenten in elk geval andere werkvormen zullen krijgen. “Hun kenmerk moet juist zijn dat ze zelfstandiger kunnen werken en meer eigen initiatief tonen. Dat betekent dat je ze niet uitsluitend kennis kan laten consumeren in het klaslokaal.”

Staatssecretaris Cohen, die gisteren met de HBO-Raad over het idee heeft gesproken, is naar verluidt “nog niet over de streep getrokken”. Een woordvoerder van het ministerie wijst erop dat de besprekingen nog informeel van aard zijn. “Het voorstel wordt bestudeerd. De staatssecretaris moet natuurlijk eerst goed de consequenties bekijken, bijvoorbeeld voor de titulatuur, en nagaan of het past binnen de rol van het hoger beroepsonderwijs zoals hij die voor zich ziet.”