Het fluisterende beige, het tsjilpende oranje, het lispelende geel; Museum voor Giorgio Morandi in Bologna

Giorgio Morandi besteedde dagen aan het rangschikken van de voorwerpen die hij wilde schilderen: een fles, een vaas, een kan, een theepot met een wonderlijk tuitje, een kom, een doosje of een vreemd geribbeld, bolvormig rammelaartje. In het nieuwe aan hem gewijde museum in Bologna zijn zijn modellen in het echt aanwezig.

Museo Morandi, Palazzo d'Accursio, Piazza Maggiore 6, Bologna. Dagelijks geopend van 10 tot 18 uur, op maandag gesloten.

De weg naar het nieuwe Morandi-museum, gelegen in het oude stadscentrum van Bologna, voert door een labyrint van zuilengalerijen. In de stad waar de Italiaanse schilder Giorgio Morandi (1890-1964) werd geboren en stierf, bestrijkt het netwerk van 'portici' zo'n 35 kilometer. Deze vroege zondagochtend is Bologna uitgestorven. Er valt een lichte motregen maar in de schimmige galerijen die tevens de fundamenten van de bovenhuizen vormen, blijft de hemel vergrendeld. De winkels zijn gesloten en gaan schuil achter een wal van ijzeren rolluiken. Het is alsof je door de verlaten gangen van een klooster doolt. In de diepte doemt soms als een muur een vuilgrijze lichtstrook op, gesitueerd op een plek waar de gaanderij doorsneden wordt door een onoverdekte zijweg.

Hoe ingrijpend de architectuur van de zuilengalerijen de waarneming beïnvloedt, wordt gaandeweg duidelijker. Vanuit de beslotenheid zie je door de boogvormige poorten tussen de zuilen een gefragmenteerde omgeving. De buitenwereld dient zich aan als een reeks geïsoleerde beelden die omkaderd zijn als een voorstelling op een schilderij. De onwezenlijke sfeer die hierdoor wordt opgeroepen, krijgt het karakter van een hallucinatie wanneer de wandelaar aan de andere zijde van de straat een identieke collonade waarneemt. Een verdubbeld aantal boogvormen en zuilen lijkt eindeloos door elkaar heen te schuiven. Steeds zie je dezelfde architectonische elementen terugkeren die altijd anders in het (boogvormige) vlak staan en net iets anders zijn belicht, waardoor ze via een vreemde omweg herinneren aan de poëtische, in series geschilderde flessen en kommetjes op de stillevens van Morandi.

De architectuur van de zuilengalerijen heeft de eigenschap het netvlies op maat, zo niet aan repen te snijden. Opvallend genoeg spreekt uit de zo uiteenlopende oeuvres van schilders als Giorgio Morandi en Giorgio De Chirico die met deze architectuur zeer vertrouwd waren, hetzelfde diepgaande wantrouwen jegens de zichtbare werkelijkheid. Van De Chirico, uitvinder van de term 'pittura metafisica', de 'bovennatuurlijke schilderkunst' die ook door Morandi nog een korte tijd is beoefend, is de uitspraak: “Wij die de tekens van het metafysische alfabet kennen, weten welke vreugden en smarten er besloten liggen in een zuilengang (-).” Morandi hield het eenvoudiger, hij sprak consequent over de 'cosidetta realtà', de zogenaamde werkelijkheid. Het fascinerende van Morandi is dat hij zijn eeuwige twijfel aan de betrouwbaarheid van zijn visuele indrukken tot een schilderkunstige strategie wist uit te bouwen. De strategie van de herhaling.

Het 'Museo Morandi' dat deze maand is geopend, geeft daar uitgelezen voorbeelden van. De fraaie museumverzameling is met 59 schilderijen, 59 tekeningen, meer dan 70 etsen en een klein aantal aquarellen bescheiden te noemen, althans gemeten aan de totale produktie van de twintigste-eeuwse meester. Morandi heeft in zijn leven zo'n 1360 schilderijen en meer dan 1000 tekeningen gemaakt. Maar door de samenstelling van de verzameling die ook voorwerpen uit het dagelijks leven van Morandi omvat, krijg je een zeldzaam genuanceerd beeld van de schilder. Het is alsof je even bij Morandi thuis bent maar de schilder zelf is helaas net de stad ingegaan om een paar boodschappen te doen.

Koopmanszoon

Het Morandi-museum vormt een onderdeel van het Palazzo D'Accursio. In dit palazzo dat al sinds de dertiende eeuw als stadhuis in gebruik is, is veel te zien: de stedelijke kunstcollectie met Tintoretto en andere schilders uit de periode 1400-1900, een zaal met zeventiende-eeuwse fresco's die belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van de stad afbeelden, een trap die als pronkstuk geldt en een voorportaal met het standbeeld van de hervormer van onze kalender, de uit Bologna stammende Paus Gregorius XIII.

In een royale zijvleugel op de eerste verdieping van het paleis is het Morandi-museum ingericht. In de moderne, witte zalen is soms een klein restant van de oorspronkelijke beschildering intact gelaten als een summiere verwijzing naar de historie. De geschiedenis van Morandi zelf begint hier in 1907 met een fijnzinnige tekening van een jongen met een in zichzelf gekeerde blik. In het genoemde jaar liet de 17-jarige koopmanszoon zich inschrijven voor een opleiding als tekenleraar aan de kunstacademie. Daar schijnt men in het algemeen geen hoge dunk van zijn talenten te hebben gehad. Een enkele leraar nam het voor hem op waardoor hij toch nog zijn diploma als tekenleraar kreeg uitgereikt. Lange tijd gaf Morandi tekenles op lagere scholen in zijn geboortestad en in de direkte omgeving tot hij, in 1930, benoemd werd tot hoogleraar in de etstechniek aan de Academie van Bologna. Maar een leerstoel voor de schilderkunst die hem in het begin van de jaren vijftig werd aangeboden, wees hij van de hand. Morandi achtte zich alleen geschikt om technisch onderwijs te geven.

Morandi was een laatbloeier. Het grootste deel van zijn oeuvre ontstond toen de schilder de vijftig al gepasseerd was. En na zijn zestigste maakte hij zelfs bijna net zoveel schilderijen als in de daaraan voorafgaande decennia. Toch ontdekte Morandi zijn eigenlijke thema al in een vroeg stadium. Het museum toont een in 1910 geschilderde, alleszins herkenbare voorstelling van een eenvoudig bomenlaantje. Waarom is dat toch zo'n vreemd laantje geworden, vraag je je af. Tot je ontdekt dat het eigenlijk niet om de afbeelding van een bomenlaantje gaat maar dat het laantje het hulpmiddel is geweest om de ruimte gestalte te geven die de kruinen en stammen omringt.

Morandi benaderde de 'cosidetta natura' op dezelfde strikte manier als de 'cosidetta realtà'. De zuivere waarneming daarvan was al hoofdbrekend genoeg, hij hield zich aan de gegeven verschijningsvormen. Als Morandi in het nabij Bologna gelegen bergdorp Grizanna, waar hij vaak zijn zomers en een groot deel van de Tweede Wereldoorlog doorbracht, tijdens het schilderen van het landschap ontdekte dat een reeds door hem vereeuwigde boom onverhoeds was gekapt, maakte hij de voorstelling opnieuw. De ruimte gedraagt zich tegenover een boom nu eenmaal heel anders dan tegenover een open plek, zal hij gedacht hebben.

Rangschikking

Voorwerpen kun je naar je hand zetten. Je kan ze selecteren op hun vorm of hun kleur. Morandi koos voor zijn stillevens alledaagse voorwerpen als een fles, een vaas, een kan, een theepot met een wonderlijk tuitje, een kom, een doosje of een vreemd geribbeld, bolvormig rammelaartje. Van deze voorwerpen heeft hij honderden schilderijen gemaakt, soms in series die twintig werken omvatten. Hiervan geeft het museum overigens geen voorbeelden. De schilder besteedde dagen aan de rangschikking van de voorwerpen, wat in de praktijk vaak neerkwam op het omdraaien van een schenkkan, waardoor het handvat aan de andere kant kwam te zitten, of het verschuiven van een kommetje. Het schilderen van het onderwerp nam soms niet meer dan twee uur in beslag maar was afhankelijk van de lichtval die Morandi bij een bepaalde compositie voor ogen stond.

Transparant

De stillevens tonen de voorwerpen veelal op ooghoogte. Je kijkt er tegen aan terwijl je tevens de ruimte overziet waarin ze zich bevinden. Een geheimzinnige ruimte die de voorwerpen omheint of met tederheid omringt maar ook voor de voorwerpen moet wijken. Op de stillevens van Morandi zie je dan ook nooit transparante voorwerpen waar de ruimte zo maar even in en uit kan wippen, zelfs een fles blijft een gesloten vorm. Aan de poëzie van Morandi's stillevens draagt niet in de laatste plaats zijn kleurgebruik bij. De fluisterende beige- en grijstinten, het tsjilpende oranje, het wit dat aan ivoor herinnert, het onnadrukkelijke blauw en het geel waarover iemand ooit schreef dat het 'lispelde'.

Het Morandi-museum dankt zijn gevarieerde collectie voor het leeuwedeel aan de genereuze schenkingen van Morandi's zuster, Maria Teresa. De teruggetrokken levende Morandi, wiens bestaan wel vergeleken is met dat van een kloosterling, woonde meer dan een halve eeuw met zijn drie eveneens ongetrouwde zusters in een appartement aan de Via Fondazza 36 in Bologna. Na zijn dood moeten zijn zusters alles wat hen aan hem herinnerde, hebben gekoesterd. De schenking van het familiebezit omvatte dan ook meer dan een mooie collectie schilderijen en aquarellen, prachtige tekeningen en etsen met opvallende arceringen. Behalve zijn etspers, zijn boeken, documenten, werden ook kostbare voorwerpen en door Morandi verworven werken van andere kunstenaars aan het museum afgestaan. In een aparte museumzaal die is ingericht als een kapel wordt Morandi's privé-verzameling getoond: fragmenten van vroeg-Italiaanse fresco's met religieuze voorstellingen, een vijftiende eeuws paneel waarop Johannes is afgebeeld, etsen van Rembrandt en Ingres en een klein doek met een verfijnde, door Pietro Longhi geschilderde voorstelling van een vrouw aan een tafel met bloemen.

Een enerverend onderdeel van het museum is het gereconstrueerde atelier van Morandi met een eenpersoonsbed, een nachtkastje, een ezel, penselen en op de muur geprikte notities. Zijn modellen zijn hier allemaal lijfelijk aanwezig. De pot met het vreemde tuitje, de vazen, de kommetjes. Sommige modellen zijn voorbewerkt, de flessen zijn aan de binnenkant met witte verf behandeld, een kan en een blikje zijn eveneens wit gestreken. Een aantal voorwerpen staat op ooghoogte op een houten blad dat naar achteren oploopt. Achter de voorwerpen is als een scherm een met stof beklede plank neergezet. Een stuk papier schermt de ruimte onder het houten blad af. Aldus creëerde Morandi de ruimte waarin zijn voorstellingen zich moesten afspelen en die minstens zo dwingend is als de boogvormige kaders van de zuilengalerijen.

Morandi heeft zich ooit laten ontvallen dat hem het geluk was beschoren om een leven zonder gebeurtenissen te hebben mogen beleven. Zijn biografie vermeldt slechts universele rampen als ziekte, waardoor zijn inlijving bij het tweede Grenadiers-regiment in Parma in 1917 voortijdig werd beëindigd en zijn dood aan longkanker, een maand voor zijn 75-ste verjaardag. De schilder lijkt het avontuur hoofdzakelijk binnen de muren van zijn atelier te hebben gezocht. Hij verliet zijn geboortestad zelden. In zijn hele leven maakte hij één buitenlandse reis, in 1956, naar Winterthur, waar hij een museumexpostie had. Morandi zag daar onder meer werk van de achttiende-eeuwse Franse schilder Jean-Baptiste Chardin die door hem werd beschouwd als 'de grootste van alle stillevenschilders'. Overigens schijnt Morandi bij die gelegenheid hoofdzakelijk te hebben gekeken naar een genrestuk van Chardin met de intrigerende titel 'Knaap met het kaartenhuis'. “Niets is abstracter en onwerkelijker dan wat je daadwerklijk ziet,” was de overtuiging van Morandi. Als ik mij opnieuw in de zuilengangen begeef om mij naar Morandi's huis in de Via Fondazza 36 te laten voeren, schiet die uitspraak mij te binnen. Morandi's laatste zuster blijkt er niet meer te wonen, het naambordje is van de deur gehaald. Het pleintje net om de hoek dat naar Morandi is vernoemd, is een parkeerplaats met daarachter een enorme, half ineengestorte katholieke kerk.