Gevaarlijke wereld

Wij leven in een gevaarlijke wereld en wij weten het. Waarschijnlijk is dat altijd zo geweest, sinds mensenheugenis en lang daarvoor, maar het bijzondere van de gevaren die ons in deze tijd bedreigen is dat zij voor een belangrijk deel voortkomen uit technische ontwikkelingen die we alleen van de buitenkant kennen en waarop we weinig invloed kunnen uitoefenen.

Hoe gevaarlijk is een kerncentrale? Sinds Harrisburg en Tjernobyl weten we dat we de gevaren niet moeten onderschatten. Maar wat kunnen we eraan doen? We zijn afhankelijk van de technici die het ding bouwen en beheren. Voor zover de politiek enige invloed heeft blijkt deze afhankelijk van economische factoren. Kortgeleden nog hebben we mogen vernemen dat Tjernobyl open blijft omdat sluiting economisch niet verantwoord is. Maar zo slecht bewaakt wordt dat gauwdieven een paar staven splijtstof onder hun jas hebben kunnen meenemen. Morgen komt u ze tegen in de Kalverstraat. Als ze nog niet verbrand zijn.

Hoe gevaarlijk is een Boeing 747? Hoe gevaarlijk de asbest-dakisolatie in uw fabriek? Hoe gevaarlijk was uw laatste bloedtransfusie en hoe gevaarlijk zijn de geneesmiddelen die al jaar en dag op voorschrift van uw kundige huisarts gebruikt? Wat weet u trouwens van de gevaren die uw eigen dure automobiel voor u inhouden?

Spectaculaire ongelukken leiden telkens weer tot spectaculaire processen. Materiële en immateriële schade moet worden vergoed. De jurist neemt dan het voortouw maar hij weet dat zijn rol een bijrol is want de uitkomst bevredigt zelden iedereen en het echte leed wordt nooit vergoed.

Een drama uit de jaren zestig vond op 1 oktober jl. zijn juridisch hoogtepunt - voorlopig hoogtepunt - in een uitspraak van de Hoge Raad. Ditmaal was het geen atoomcentrale die klapte, geen helse machine die neerstortte, geen geneesmiddel dat neveneffecten bleek te hebben maar een metalen met heet water gevulde kruik, die een ervaren kraamverzorgster zorgzaam in de wieg van een twee dagen oude baby had gelegd. De kruik lekte, volgens een TNO-rapport uit die jaren omdat de schroefdop slecht paste. Een fabrieksfoutje dus. Al in 1973 had de Hoge Raad zich over deze affaire moeten uitspreken in een procedure die de ziektekostenverzekeraar tegen de fabrikant van de kruik had aangespannen. Dat leidde tenslotte tot een veroordeling van de fabrikant tot vergoeding van de ziektekosten. Maar dit keer was het de baby zelf, Tamara heette ze, intussen een volwassen vrouw, die een procedure begon. Niet tegen de fabrikant - die bood geen verhaal meer - maar tegen de voormalige werkgeefster van de kraamverzorgster.

Aan de kraamverzorgster werd verweten dat zij de kruik in de wieg had gelegd tegen het uitdrukkelijke in de kraamverpleging gebruikelijke veiligheidsvoorschrift in om uitsluitend gebruik te maken van door het kraamcentrum ter beschikking gestelde veiligheidskruiken (geheel afgesloten, met olie gevulde, in water op te warmen kruiken), waarvan de kraamverzorgster er twee bij zich had.

Het ongeval vond plaats in 1965, de procedure werd aangespannen in 1989, was dat niet een beetje laat? De neiging om zo te denken vervliegt wanneer men leest dat Tamara destijds ernstig verbrand is, dat het vlees van het rechterzitvlak geheel verdwenen is, dat zij een ernstige verkromming van de wervelkolom heeft opgelopen en blijvend invalide is geworden.

Hoe erg ook de gevolgen, de rechter-jurist die uitspraak doet moet afstand bewaren, dat is zijn lot. Hoe te oordelen? Heeft de kraamverzorgster een zo ernstige fout gemaakt dat deze aan haar als onrechtmatige daad kan worden toegerekend? Zij kon toch niet weten dat de kruik lekte. Hoe vaak komt dat voor? TNO stelde destijds vast dat de kruik niet lekte als men hem ondersteboven hield, wèl als men hem plat neerlegde. Misschien heeft de kraamverzorgster de kruik wel ter controle ondersteboven gehouden. Ze is nu tachtig. Ze weet het niet meer. Gezegd wordt dat zij de confrontatie met deze zaak geestelijk nog steeds niet aan kan.

Rechtbank en hof hebben de vordering van Tamara afgewezen. Volgens hen lag de fout primair bij de fabrikant. Maar de Hoge Raad stelt een regel op. De kraamverzorgster heeft een uitdrukkelijk en streng geformuleerd veiligheidsvoorschrift overtreden dat klaarblijkelijk strekt tot bescherming van - uitermate hulpeloze - baby's. Wanneer zo'n veiligheidsvoorschrift wordt overtreden is daarmee in beginsel aansprakelijkheid voor de schadelijke gevolgen gegeven. Degene die wordt aangesproken moet dan stellen en zonodig bewijzen dat er voldoende klemmende redenen bestonden om het veiligheidsvoorschrift niet in acht te nemen en dat daarbij de nodige voorzorgsmaatregelen zijn genomen. De zaak werd terugverwezen naar een ander hof voor nader onderzoek.

Dat de wereld gevaarlijk is weet Tamara nu maar wist zij het toen zij erin stapte?

    • P. van Schilfgaarde