Fur Therese; Bijna alles over Beethoven

Barry Cooper (red.): Het Beethoven compendium. Uitg. Tirion. 352 blz. Vert. M.M.C. Mengelberg e.a. Prijs ƒ 79,50.

Ludwig van Beethoven scoort hoog op de ranglijst van meest beschreven componisten aller tijden. Hij legt het af tegen Wagner, maar wint gemakkelijk van Bach en waarschijnlijk zelfs van Mozart. Het valt dan ook niet mee om wegwijs te worden is de immense Beethoven-bibliotheek. Een redelijk succesvolle poging daartoe wordt gedaan in Het Beethoven compendium, samengesteld onder redactie van de Engelse musicoloog Barry Cooper, die in 1988 een reconstructie maakte van het eerste deel van Beethovens Tiende symfonie.

Op nuchtere toon worden in veertien hoofdstukken (secties) facetten van leven en werk van de componist belicht. Naast een chronologisch overzicht, een stamboom van zijn familie en een alfabetisch geordend 'Who's who onder Beethovens tijdgenoten', worden de historische en muzikale achtergronden van de tweede helft van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw geschetst, Beethovens karakter, uiterlijk, financiën en ideeën beschreven, en zijn muziek geanalyseerd. Het compendium geeft een helder overzicht van de bronnen waarop het meeste onderzoek is gebaseerd.

Naast de muziek zijn het vooral een aantal biografische feiten die hebben geleid tot wildgroei in de Beethoven-literatuur. Een onuitputtelijke bron is natuurlijk de ziekte die hem uiteindelijk stokdoof maakte. Op zichzelf spreekt dat al genoeg tot de verbeelding, een toondichter die zijn eigen muziek niet meer kan horen. Maar de doofheid had ook een belangrijke praktische consequentie.

Beethoven kon na 1818 geen normale gesprekken meer voeren, wie het woord tot de meester wilde richten moest dat op papier doen. De componist gebruikte daarvoor speciale schriften, die de geschiedenis zijn ingegaan als Konversationshefte en die hij allemaal keurig voor het nageslacht bewaarde. Veel van die schriftelijke gesprekken zijn nu nog na te lezen - dat wil zeggen de helft ervan, want Beethoven zelf hoefde zijn woorden natuurlijk niet te noteren.

In de Konversationshefte kunnen de Beethoven-archeologen eindeloos blijven spitten. Ze lezen als een telefoongesprek, waarin de componist de onhoorbare stem is aan de andere kant van de lijn. Zoals iemand die in een kamer zit waarin getelefoneerd wordt vermoedens heeft over wat degene zegt die hij niet hoort, zo bieden de conversatieschriften volop de gelegenheid tot een reconstructie van Beethovens helft van het gesprek, of, wat in de loop der jaren maar al te vaak is gebeurd, tot wilde speculaties daarover.

Frauenzimmer

De brieven, en één in het bijzonder, behoren tot de populairste bron voor Beethoven-exegeten. In de liefde was de componist weinig gelukkig. Hoewel hij volgens Ferdinand Ries, een van Beethovens eerste biografen en een goede vriend, altijd verliefd was en graag naar Frauenzimmer keek, is een huwelijk er nooit van gekomen. De verwarring was dan ook groot toen na Beethovens dood tussen zijn papieren ineens een brief opdook aan een 'unsterbliche Geliebte', waarin hij ondermeer schreef: “Wees rustig - hou van mij - vandaag - gisteren - wat een schreiend verlangen naar jou - naar jou - jou - mijn leven - mijn alles (-) oh, ga door van me te houden - vergis je nooit in het trouwe hart van je geliefde.” Niemand heeft tot nu toe kunnen achterhalen aan wie deze bouquet-reeksige woorden gericht waren, zodat er een onophoudelijke stroom van suggesties over het liefdesleven van de componist is ontstaan.

Voor musicologisch ingestelde Beethoven-vorsers is het geschreven woord van minder belang, zij hebben hun tanden stukgebeten op de muziekschetsen. Stapels werden er na de dood van de componist gevonden. Beethoven leed aan een grote bewaardrift, die te verklaren valt uit zijn werkwijze. Hij maakte dagelijks lange wandelingen, kreeg dan allerlei muzikale invallen die hij later gebruikte in zijn composities. Hij had dus altijd een notitieblok bij zich, waarin hij regelmatig krabbelde. Meestal zijn het niet meer dan een paar noten, een snelle oplossing voor een muzikaal probleem, of een kort thema. Lang niet alle ideeën gebruikte hij daadwerkelijk in composities. Uiteindelijk zijn er in de loop der jaren tientallen schetsboeken van Beethoven ontdekt, met duizenden muziekfragmenten. Alleen al het achterhalen van een chronologische volgorde en het terugvinden van fragmenten in bestaande composities heeft jaren gekost, laat staan het classificeren van noten die nooit door Beethoven zijn gebruikt (uit die laatste categorie verzamelde Barry Cooper zijn materiaal voor een reconstructie van een zogenaamde Tiende symfonie).

Morsig

Voor Beethoven-beginners is Het Beethoven compendium handig omdat het niet alleen een overzicht geeft van de stand van het onderzoek, het legt ook uit welke valstrikken de onderzoeker zoal kan tegenkomen. De belangrijkste is misschien wel Beethovens handschrift. Dat is zo slordig dat het alleen al jaren van studie kost om het te kunnen lezen. Dan nog zijn vergissingen niet uitgesloten. Door dat morsige handschrift heet Beethovens bekendste pianowerkje tegenwoordig Für Elise, terwijl het vermoedelijk geschreven is voor een van zijn grote liefdes, Therese Malfatti, de dochter van zijn arts Giovanni Malfatti.

Van een andere orde zijn de problemen die Anton Felix Schindler veroorzaakte. Deze (tweederangs) violist en dirigent functioneerde een tijdlang als een soort secretaris van Beethoven. Schindler beweerde dat hij sinds 1814 met Beethoven bevriend was, maar onderzoek heeft aangetoond dat Schindler loog. Daartoe heeft hij bijvoorbeeld valse aantekeningen gemaakt in de Konversationshefte, die hij na de dood van Beethoven wist te bemachtigen - misschien heeft gestolen. Hij suggereerde allerlei diepzinnige gesprekken waarin Beethoven hem zou hebben ingewijd in de geheimen van zijn werkwijze (waarover hij zelden iets losliet) en waaruit de waardering van Beethoven voor Schindlers werk moest blijken. Andere delen van de schriften heeft hij verdoezeld omdat er minder vleiende woorden over hem instonden. Dat uitgerekend Schindler de eerste Beethoven-biograaf werd, was op zichzelf al aanleiding tot een stroom boeken, waarin het geïdealiseerde beeld dat de schrijver had gecreëerd moest worden gecorrigeerd.

De beschrijvingen in Het Beethoven compendium zijn helder en onopgesmukt. Op één uitzondering na. De Nederlandse uitgever gaf de vertaling als ondertitel 'volledig overzicht van leven en muziek van Ludwig van Beethoven'. Dat is gezien de rijstebrijberg van Beethoven-boeken onmogelijk. Het Engelse origineel is nuchter: 'a guide to Beethoven's life and music' en dat is precies wat dit compendium is.

    • Paul Luttikhuis