Een meisje vreest haar straf; Charles Simic over het luchtbellenuniversum van Joseph Cornell

Charles Simic: Dime-Store Alchemy - The Art of Joseph Cornell. Uitg. The Ecco Press, 100 West Broad Street, Hopewell, NJ, U.S.A., 1992. Prijs ongeveer ƒ 48,10.

Charles Simic: In den beginne was de radio. Vert. Peter Nijmeijer. Uitg. Meulenhoff. Prijs ƒ 24,50.

Aan het eind van de jaren veertig spijbelt een jongen in zwartwit Belgrado. 's Nachts luistert hij naar de jazzmuziek op het American Forces Network uit Duitsland, overdag gaat hij naar een oud filmpaleis met door ratten aangevreten roodfluwelen gordijnen en krakende houten stoelen.

Soms komt hij midden in een film binnen. Hij begrijpt niets van het verhaal, het is niet meer in te halen, het Engels of Frans verstaat hij niet en de ondertitels zijn vervaagd. Sommige bezoekers kunnen de verwikkelingen op het doek nog minder volgen, ze vallen in slaap, worden weer wakker, kwamen misschien uit de nachtdienst.

Een paar jaar later vlucht de jongen met zijn moeder en broertje uit Joegoslavië naar Parijs. Die stad is niet hun eindbestemming. Ze wachten er op hun papieren die hun overtocht naar Amerika wettelijk zullen maken. De vader was daar al veel eerder naar vertrokken.

De hotelkamer in Parijs is zo klein dat de vluchtelingen zelfs als het regent 's avonds gaan wandelen. Geld voor vertier is er niet en daarom bekijken ze in de schemer de mooiste etalages, zoals andere mensen naar de bioscoop gaan. Ieder van hen heeft een favoriete winkel.

Als ze een paar dagen op zee zijn begint het al te stormen. De bioscoop is leeg, maar de mensen op het doek blijven met volmaakte kalmte doorpraten, al beuken de golven tegen de wanden van het schip.

Dit zijn enkele beelden uit In den beginne was de radio, de jeugdherinneringen van Charles Simic. Hij is vijftien als hij in 1953 Manhattan met zijn wolkenkrabbers ziet opdoemen en hij weet dat hij hier wil blijven. Het is net als de bioscoop, maar dan echt.

Simic is nu een Amerikaanse schrijver en dichter. Deze zomer trad hij op bij Poetry International in Rotterdam. Het is niet verbazend dat iemand die zijn jeugd met zulke scherpe voorstellingen oproept zich ook aangetrokken voelt tot de beeldende kunst. In New York leerde hij het werk van Joseph Cornell (1903-1972) kennen en hij werd er zo door geraakt dat hij een afzonderlijk boek aan de dozen, kasten en films van deze Amerikaan heeft gewijd.

Dime-Store Alchemy heet Simics eerbetoon aan Cornell en aan New York. Die stad is op de meeste bladzijden aanwezig. Cornell woonde het grootste deel van zijn leven in de wijk Bayside, Queens. In de jaren twintig trok hij er elke dag op uit om huis aan huis textiel te venten en tussen dat werk door kocht hij in uitdragerijen, tweedehandsboekwinkels, grammofoonplatenzaken en op markten de meest uiteenlopende dingen.

In die tijd, zegt Simic, prezen straatdokters in New York nog bloedzuigers aan en werd er in gordeldiervlees en struisvogeleieren gehandeld. Miss Delphine Binger verzamelde het vorkbeen van kalkoenen, ganzen en kippen. Dat kookte en polijstte ze en daarna versierde ze het met linten en een amulet om het in haar kraam te verkopen of aan een president of een filmster te sturen. Cornell zond de kleine voorwerpen die hij samenvoegde vaak naar een beminde danseres. Hij hield van ballet.

Simic schrijft als een wandelaar, als iemand die z'n pas bij het geringste inhoudt. Hij stelt zich voor hoe Cornell zijn huis aan Utopia Parkway verlaat zonder te weten wat hij zoekt of wat hij zal vinden. Misschien wordt het vandaag zoiets gewoons en belangwekkends als een oude vingerhoed. Het kan jaren duren voor die gezelschap van iets anders krijgt. De stad bezit een oneindig aantal voorwerpen op de meeste onwaarschijnlijke plekken, toch zijn er maar een paar geschikt.

Begoocheling

In het midden van Dime-Store Alchemy staan zwartwitfoto's van zeven Cornell-taferelen. Door het gebrek aan diepte schieten ze tekort bij het origineel. De verhouding tussen de verschillende dingen is vervlakt en de gebutste kleuren zijn verdwenen. Wat niet verdwijnt is hoe nauwkeurig Cornell zijn voorwerpen begoochelt.

Het universum verandert in luchtbellen, ze kunnen elk ogenblik uiteenspatten, een lange stenen pijp en een oude kaart van de maan zijn immers bijeengebracht.

Een meisje vreest haar straf, haar lippen zijn misschien te rood geverfd, met angstige ogen gluurt ze tussen een paar stammen van het dichte bos, een pop is in een bundel twijgen geschoven.

En in een kabinet dat Le Piano heet zijn de eenvoudigste vormen klankrijk, voor een wand van bladmuziek studeren een paar kleine dozen, ze zijn in notenbalken gehuld.

Die drie samenvattingen zijn te grof. Cornell zorgt altijd voor een voorwerpzijweg. In de Piano-kamer leiden een blauwe cupido en een elektrische bel de beschouwer naar andere domeinen.

Simic gaat zelden rechtstreeks op een werkstuk in. Bij Le Piano begint hij over het klavier in een cel. Een gevangene heeft de witte en zwarte toetsen op een stuk karton getekend, het stilste spel.

In sommige andere teksten komt Cornell ook niet voor. Dime-Store Alchemy is een feeëriek album. De dichter verkleint zich, gaat een kast of een doos in en beschrijft de voorvallen die hem overkomen, meer niet.

Een jongen speelt op de grond. Zijn ouders rusten in dezelfde kamer na de lunch. Hij duwt een lucifersdoosje voort, het is een auto, hij zit er zelf in. Het voertuig gaat langzaam vooruit, de wielen zitten vast in het zand. Er is niets dan de wind, de hemel en nog meer zand. De auto moet toch nog een beetje lawaai maken. “Sst,” roept de vader streng tegen de woestijnwind.

Simic opent het miniatuurtheater van Goethe, Andersen en Carroll. De literatuur en de geschiedenis van een bepaald tijdperk worden bestudeerd, maar we weten niets van de toneelstukken die in deze theaters voor een publiek van slechts één bezoeker, die ook nog de directeur was, werden gespeeld.

Van allerlei weggegooide beeldjes uit Hollywood-produkten maakte Cornell nieuwe films. Acteurs spreken tegen onzichtbare medespelers, de plaats van handeling blijft onbekend, steeds valt Simic midden in een gebeurtenis.

Net als in zijn jeugd, in de filmpaleizen van Belgrado. Ook de dozen en kasten van Cornell bevatten maar een deel van een veel langer verhaal. Een oud medicijnflesje en een lang geleden opgezette vogel slepen een niet meer te achterhalen geschiedenis met zich mee. Als Cornell die twee in elkaars nabijheid plaatst, vermengt hij wat afzonderlijk verloren is gegaan.

Wat er van een stad overblijft, net voor het voorgoed van het toneel verdwijnt, dat verzamelde Cornell. In al die kasten vangt hij het geringste van New York, maakte hij een opera van wat zonder hem stom zou blijven.

Simic verwisselde het Kroatisch voor het Frans en het Frans voor het Engels. Landen en talen botsen op elkaar. De vroegere Joegoslaaf zoekt de fragmentarische wereld van Cornell en citeert uit diens dagboeken, laat hem zien op 24 januari 1947 toen de schilder bij Penn Station op een goederentrein het woord 'Jane' zag staan, heel even, 'in grote letters, rood met een zweem van rose'.

Het is mogelijk dat ze elkaar voorbij zijn gegaan, in de jaren 1958-1970 had Charles Simic allerlei baantjes midden in Manhattan. Mannen als Cornell lopen daar nu nog, ze dragen een regenjas die al lang uit de mode is, eten cake in een cafetaria, hun ogen staan vermoeid en op hun revers zitten kruimels.

Een van hen maakt zich van de anderen los, het is 1940, de arm van een pop, rood zand, kamelen en kettingen, spiegelsplinters, blauw celluloid, drie tinnen lepels, een houten bal en talrijke andere dingen plaatste hij in een doos die hij 'l'Egypte de Mlle Cléo de Mérode cours élémentaire d'histoire naturelle' noemde.

Aan het eind van de vorige eeuw was zij een bekende danseres.

    • K. Schippers