Dwingeland met driftbuien; Elvis in Duitsland

Andreas Schroër, Michael Knorr en Oskar Hentschel: Private Presley. Elvis in Duitsland, de verzwegen jaren. Uitg. M&P, 160 blz. Prijs ƒ 49,90.

Toen hij in maart 1958 in militaire dienst moest, was Elvis Presley nog een schuchtere jongen uit het Amerikaanse zuiden, die weliswaar opwindend en schaamteloos hitsig kon zingen, maar tegen zijn interviewers netjes sir bleef zeggen. Toen hij twee jaar later afzwaaide, was het precies andersom: als zanger kwam hij nu zelden meer uit de plooi, maar op de persconferentie bleek hij een charmant causeur te zijn geworden die diplomatiek enkele moeilijke klippen omzeilde en de pers - met al of niet gemeende confidenties - uit zijn hand liet eten.

Het verschil is te horen op een cd'tje achterin het koffietafelig uitgegeven foto-album Private Presley, geheel gewijd aan de achttien maanden die Presley als dienstplichtige 53310761 doorbracht bij de Third Armoured Division van het Amerikaanse leger, nabij Friedberg. Wonderlijk dus, hoe onderbelicht deze periode in de meeste Elvis-biografieën is gebleven, want er moet in die anderhalf jaar heel wat gebeurd zijn. Sterker nog: er is heel wat gebeurd. Maar het kon blijkbaar pas grondig geboekstaafd worden toen bleek dat drie Duitse fans er jarenlang materiaal over hebben verzameld. Fans, ja, maar geen blinde bewonderaars. De toon van hun relaas is journalistiek en ze waren er zo te zien niet op uit om de minder glanzende episoden weg te poetsen.

Op aandringen van zijn manager, de omstreden Colonel Parker, leek Presley zich strikt te houden aan de policy dat hij niet anders behandeld wilde worden dan iedere andere soldaat. “I tried to make it straight, you know, just like everybody else,” zei hij op de persconferentie ter afsluiting van de diensttijd. Hier wordt dat beeld danig genuanceerd: overdag deed hij gehoorzaam mee met alle oefeningen, maar de nachten bracht hij thuis door - eerst in een hotel, daarna in een eigen huurhuis in Bad Nauheim - en daar gebruikte hij bijna dagelijks ook de lunch. In de entourage bevonden zich voorts zijn vader, zijn oma en zijn lijfwachten, die menigmaal de legerlaarzen van hun werkgever te poetsen kregen. Veelzeggend is het hinniklachje waarmee Presley blijkens de cd reageerde op de vraag hoe sobering hij het legerleven had gevonden. Het viel blijkbaar nogal mee met die ontnuchtering. In het boek is te zien dat het zelfs tijdens de militaire operaties lang niet altijd doordeweeks toeging: het Amerikaanse leger, middenin de koude oorlog, gaf maar al te graag gelegenheid tot het maken van foto's van hun beroemde soldaat op oefening.

Kennelijk ontwikkelde Presley zich in Duitsland, ver buiten de invloedssfeer van Colonel Parker, tot een andere man dan zijn manager voor ogen stond: niet langer de smetteloze all American boy, maar een aan driftbuien onderhevige dwingeland met veel verschillende vriendinnetjes en een royale voorraad dexedrine, die oogluikend toestond dat zijn onbehouwen lijfwacht-vrienden overal de bloemetjes buiten zetten. Het is allemaal vastgelegd zonder de scandaleuze toonzetting van een biograaf als Albert Goldman en bovendien uitbundig geïllustreerd, met honderden snapshots die nooit eerder werden gepubliceerd. Op de meeste poseert hij al met de uitdrukkingsloze ogen die ons pas heel wat jaren later zouden opvallen.

    • Henk van Gelder