De waterfietsen zijn het drijven verleerd

JEREVAN, OKT. Het Sevan-meer in Armenië is mooi en groot, maar als de oorlog in Nagorny Karabach doorgaat is het over twintig jaar leeg. De waterkrachtcentrales bij het meer vormen namelijk een van de weinige overgebleven energiebronnen van het land, samen met de bomen in de bossen en binnenkort een oude kerncentrale, als het opnieuw opstarten daarvan tenminste lukt. Zo vecht het volk en verliest het land.

Sinds de strijd over de Armeense enclave Nogorny Karabach in 1988 begon kampt Armenië met een nijpend energietekort. Azerbajdzjan levert geen olie aan de vijand. Georgië is zelf in oorlog en dat hindert de doorvoer van gas uit Turkemenistan en van olie uit Rusland. Iran levert slechts mondjesmaat. En een haven, die Armenië in staat zou stellen olie van elders te importeren, heeft het land niet. Het moet dus een beroep doen op de eigen natuurlijke hulpbronnen, en die zijn beperkt. Milieubescherming is nu een luxe geworden die Armenië zich niet kan veroorloven.

Als extra brandstof voor verwarming dienen dus de bomen. Afgelopen winter zijn er anderhalf miljoen omgehakt, zegt minister van milieu Karine Danieljan. Door de regering, wel te verstaan. Hoeveel er daarnaast nog illegaal is gekapt, is moeilijk te tellen. “We kunnen niet naast elke boom een agent neerzetten.”

De houtkap had vooral plaats in de (schaarse) bossen rondom Jerevan, maar ook in de lommerrijke straten van de oude hoofdstad zelf. Die bomen in de straten stonden er niet alleen voor de sier: in de zomer, wanneer de temperatuur oploopt tot boven de veertig graden, moeten zij voor schaduw zorgen. Vandaar dat de ambtenaren van Danieljan dit voorjaar twee miljoen nieuwe bomen hebben geplant. Daarmee waren de kwekerijen echter in één keer door driekwart van hun voorraad heen en hoe het volgend voorjaar moet weet niemand.

“Ik heb al drie keer mijn ontslag ingediend”, zegt Danieljan, die maar moeilijk kan aanzien hoe de natuur van Armenië onder de oorlog lijdt. “Maar ik ben zelf ook moeder en heb begrip voor de energieproblemen.” Alle drie de keren haalden de collega-ministers haar terug. Ze probeert er nu het beste van te maken. Zoals met oproepen aan de bevolking het kappen over te laten aan de experts, die inplaats van hele bomen om te zagen, proberen zoveel mogelijk alleen takken te snoeien.

Bomen kun je kweken, maar hoe lang duurt het om een meer bij te vullen? Dat is de tweede zorg van de minister, nu de stuw in het Sevan-meer zo wijd is opengezet dat er sneller water het meer uitstroomt dan er via rivieren en regenval bijkomt. Het is noodzakelijk, begrijpt ze, want de zes waterkrachtcentrales stroomafwaarts zijn de bron van elektriciteit waar het hele land op draait. Maar intussen is het wateroppervlak van het meer sinds het begin van de oorlog al met anderhalve meter gezakt.

Het waterreservoir, 1.916 meter boven zeeniveau, 75 kilometer lang, gemiddeld 19 kilometer breed en gemiddeld 41 meter diep, kampte al met hetzelfde probleem toen onder leiding van Moskou nog voortvarend industriële vijfjarenplannen werden vervuld. In 1975 werd een kerncentrale gebouwd om de waterkrachtcentrales te ontzien. In 1982 werd vanaf de rivier de Arpa nog een 49 kilometer lange pijpleiding door de bergen aangelegd om aan te vullen wat het meer aan de landbouw verloor. De aanleg van een noodzakelijke tweede pijpleiding is nu wegens de oorlog stopgezet: geen geld. En de kerncentrale werkt niet meer sinds de aardbeving van 1988.

Het is mooi maar treurig, het Sevan-meer. Microbiologe Katja Alexanjan wijst vanuit de auto op de algenvorming en op een schiereiland dat vroeger een eiland was. Uit de luidsprekers van de cassetterecorder schalt het verloren geluk van de zanger Haroute, die zingt over hoe hij met zijn meisje verliefd wandelde langs de oevers van Seva-a-a-a-n. Waar die oevers waren is vijftien jaar geleden een nieuwe weg aangelegd, en die loopt ook al niet meer langs het water.

Katja had hoog opgegeven van het beroemde strand bij hotel-Sevan, maar badgasten zijn er niet. Bijna niemand kan de benzine voor de rit vanuit Jerevan nog betalen. Als voor de zestig kilometer zes liter nodig zijn, kost een enkele reis met de huidige lonen en prijzen precies één gemiddeld maandsalaris: zes dollar. De honderden ligbedden op het strand zijn inmiddels zo verwaarloosd dat de meeuwen veiligheidshalve maar op het afdak zijn gaan zitten. De waterfietsen lijken het drijven te zijn verleerd. Als de oorlog nog lang duurt wordt het een hele toer om ze ooit nog van het strand in het water te krijgen: het meer is steeds verder weg.

Minister van energie Sepik Tasjan doet natuurlijk alles om de bomen en het meer te redden. Tasjan is, zoals je dat aan de rand van de voormalige Sovjet-Unie wel meer ziet, een Amerikaans staatsburger die het geboorteland van zijn ouders is komen helpen. Maar hij stuit op onverwachte problemen uit het Sovjet-verleden. Zo is het niet mogelijk huishoudens die hun energierekening niet betalen verwarming te onthouden, omdat er geen individuele aansluitingen zijn. Het communisme kende immers stadsverwarming, waarbij de hele wijk tegelijkertijd werd in- en uitgeschakeld. Energie is duur, de lonen zijn laag en, vertelt Tasjan, “er is bijna niemand meer die nog voor zijn verwarming betaalt”. De onbetaalde rekeningen belopen dit jaar inmiddels acht miljard roebel, geld dat de regering goed zou kunnen gebruiken om olie te kopen in Iran.

De distributie van de schaarse elektriciteit kent een vergelijkbaar probleem. Elk huishouden krijgt in een roulatiesysteem twee uur per dag stroom, vitale industrieën en diensten, zoals broodfabrieken en ziekenhuizen, 24 uur per dag. Maar wie op dezelfde elektriciteitskabel is aangesloten als zo'n vitaal adres krijgt automatisch ook 24 uur stroom. Tasjan noemt als voorbeeld de iets buiten de stad gebouwde woonwijk Araratjan, waarin een ziekenhuis ligt. “We werken aan de aanleg van een apart kabelnetwerk naar vitale adressen, pas dan kunnen we efficiënter distribueren.”

Niet bekend

Het in bedrijf stellen van de kerncentrale is niet onomstreden in Armenië. Minister van milieu Danieljan bijvoorbeeld is samen met haar collega van volksgezondheid een verklaard tegenstander. Zelfs als de reactor nog veilig blijkt te kunnen werken, zal de centrale een nieuwe aardbeving zeker niet meer doorstaan, vreest zij. De minister had dan ook een vlammend betoog voorbereid toen het parlement in april over het besluit zou debatteren. Maar het parlement debatteerde niet.

“De meerderheid van de regering vond een politiek debat niet gewenst”, vertelt Danieljan. “Nadat de premier in het parlement de kwestie had uitgelegd, was de zaak afgedaan.” Zijn woorden hadden aan duidelijkheid dan ook niets te wensen overgelaten. De bevolking staat op de rand van de afgrond, had hij gezegd. “We kunnen dus niet anders dan risico's nemen.”