Advies: bus en tram gemeenten moeten in vier jaar zelfstandig

DEN HAAG, 29 OKT. De gemeentelijke vervoerbedrijven moeten binnen vier jaar zelfstandig zijn. Dit is zowel in het belang van de gemeenten als van de vervoerbedrijven.

Dit schrijft een commissie onder leiding van G. Brokx, burgemeester van Tilburg, in een vanmiddag aangeboden advies aan minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat). De verzelfstandiging is volgens de commissie noodzakelijk omdat de vervoerbedrijven de toekomstige concurentie met particuliere vervoerorganisaties alleen aan kunnen wanneer ze geen rekening hoeven te houden met gemeentelijke belangen.

In een vorig advies, dat wordt gesteund door Maij-Weggen, pleitte de commissie ervoor binnen vier jaar concurrentie in het openbaar vervoer in te voeren: het bedrijf dat de goedkoopste vorm van vervoer en de beste voorzieningen aanbiedt, mag vijf jaar lang het openbaar vervoer in een bepaalde regio leveren.

Vervoerregio's bepalen welk vervoerbedrijf het openbaar vervoer mag verzorgen. De vervoerregio's bestaan uit meerdere gemeenten en hebben de bevoegdheden van provincies en gemeenten. Om strijdige belangen te voorkomen is het van belang dat een vervoerbedrijf los staat van de gemeente waar het is gevestigd.

Een gemeente kan alleen objectief beoordelen welk vervoerbedrijf het meest geschikt is, als het gemeentelijk vervoerbedrijf “geen verlengstuk is van het eigen beleid”, stelt de commissie. Een “sterke verstrengeling” van politieke autoriteiten en vervoerbedrijven gaat ten koste van de kwaliteit van het openbaar vervoer. Wanneer de vraag naar openbaar vervoer alleen wordt bepaald door de reiziger en niet door de gemeentelijke autoriteiten, zal het vervoer meer naar de wensen van de passagier worden ingericht, aldus het rapport.

Om te voorkomen dat vervoerbedrijven alleen de winstgevende lijnen willen verzorgen, moet het bedrijf een offerte uitbrengen op een 'netwerk' van verbindingen. Hierin zitten zowel winst als verliesgevende lijnen. De overheid betaalt een vooraf vastgestelde vergoeding aan het bedrijf. Met de winst op de drukbezette lijnen kunnen de onrendabele verbindingen worden gefinancieerd. Ontstaat de situatie dat er in dunbevolkte gebieden “maatschappelijke behoefte” aan openbaar vervoer is, dan moet volgens de commissie de overheid voor die verbindingen aparte contracten afsluiten.