Westers wantrouwen jegens Moskou

Wel of niet in Haïti, wel of niet in Somalië, wel of niet in Bosnië, ruzie met China, toenadering tot Peking, de Amerikaanse buitenlandse politiek volgt een zig-zag-koers. Er is evenwel een constante: steun aan president Jeltsin. Tijdens de troebelen van vorige maand rondom Moskou's Witte Huis week Clinton geen moment van de zijde van zijn Russische ambtgenoot. Jeltsin stond voor een democratisch, op de vrije markt gericht Rusland, daaraan bestond in Washington geen twijfel. Vorige week kwam minister van buitenlandse zaken Christopher Amerika's gevoelens van vriendschap nog eens in gloedvolle bewoordingen in Moskou bevestigen. Een topbijeenkomst werd aangekondigd.

Het Amerikaanse beleid jegens Jeltsin staat niet open voor bedenkingen. Maar die worden elders wel degelijk geuit. De wijze waarop de Russische president niet alleen het verzet heeft gebroken, maar vervolgens ook een flink deel van de oppositie monddood heeft gemaakt, heeft vragen doen rijzen over zijn democratische gezindheid. De geloofwaardigheid van de aangekondigde verkiezingen staat op het spel. Daarnaast meent menigeen een herleving van Russisch imperialisme te bespeuren. Interventies van Russische strijdkrachten in de burgeroorlogen in Moldavië, Tadzjikistan, Azerbeidzjan en nu ook Georgië en in de oorlogen tussen Armeniërs en Azeri's en tussen Georgiërs en Abchaziërs worden als voorbeelden aangevoerd van een nieuw vanuit Moskou gevoed hegemonisme.

Het wantrouwen gaat nog verder. Onder de kop "De verharding van de Russische diplomatie' schreef Le Monde vorige week een commentaar bij het bezoek van de Russische minister van buitenlandse zaken, Andreï Kozyrev, aan Parijs. Het was de krant opgevallen dat de bewindsman - die voorheen in eigen land voor een blinde volgeling van het Westen is uitgemaakt - verschillen van mening met het Westen "onvermijdelijk' had genoemd. In de kwestie-Libië had hij zich onbuigzaam getoond, en in plaats van nieuwe verzoeken om hulp legde Kozyrev de eis op tafel dat Russische produkten onverwijld tot de wereldmarkt moesten worden toegelaten. Wat betreft de conflicten in hun periferie gedragen de Russen zich volgens het Franse dagblad als brandweerlieden die van een brandje houden.

Volgens de Frankfurter Allgemeine Zeitung stond ook het Internationale "Bertelsmanm Forum' 1993, dit weekeinde op de Petersberg gehouden, in het teken van bezorgdheid over een nieuw Russisch imperialisme. Henry Kissinger, voormalig adviseur van president Nixon en minister van buitenlandse zaken, meende daar dat het Westen Rusland zelfs aanmoedigt zijn suprematie in het gebied van de vroegere Sovjet-Unie te herstellen. Kissinger verwees daartoe naar het vorige week door de NAVO in Travemünde aan Oost-Europa (Rusland incluis) aangeboden "partnership'. Volgens hem is Moskou er in de Kaukasus op uit de conflicten op kookpunt te houden om zichzelf vervolgens als waarborg voor veiligheid en stabiliteit onontbeerlijk te maken.

De kritiek op Rusland richt zich op drie aspecten die niet allemaal dezelfde betekenis hebben. De mate van Jeltsins democratische gezindheid kan slechts worden afgeleid uit zijn daden. De Russische president stuurde zijn tanks af op het parlement, maar de democratische statuur van dat lichaam was evenzeer omstreden. Onder de gegeven omstandigheden is het onzeker dat verkiezingen naar evenwicht in de staatkundige verhoudingen zullen leiden. Het Westen zal er rekening mee moeten houden dat die vraag straks ontkennend moet worden beantwoord.

Vervolgens de beschuldiging van imperialisme. De keerzijde van dit verwijt is de veronderstelling dat de verwezenlijkte zelfbeschikking in Ruslands zuidelijke en westelijke periferie moet worden gewaardeerd. Maar de bloedige werkelijkheid laat het plaatsen van vraagtekens toe. De zelfbeschikking van het grotere volk blijkt steeds weer ten koste te gaan van het kleinere, en in de etnische versplintering van het gebied is dat proces voorlopig zonder einde. Het recht op zelfbeschikking is verworden tot een recht op meedogenloos geweld over en weer. De Russische troepen die worden ingezet, zijn niet zo machteloos en onpartijdig als blauwhelmen. Zij zijn wellicht in staat het bloedvergieten te beperken.

Dan de geconstateerde verharding tegenover het Westen. Het zou onwezenlijk zijn als niet op een of ander moment fricties zichtbaar zouden worden in de onderlinge verhouding. Die zijn er tussen de partners van het Atlantische bondgenootschap, die zijn er tussen West- en Midden-Europa en die zijn er tussen Rusland en, zo men wil, het Westen. Dat binnenlandse politieke verhoudingen een factor zijn in dergelijke fricties is geen nieuws.

Rusland heeft een aantal keren tegen zijn zin ingestemd met VN-maatregelen tegen Servië/Montenegro. Maar nu is de maat vol. Moskou heeft zich inmiddels gekeerd tegen opheffing van het wapenembargo tegen Bosnië en tegen het bombarderen van Servische stellingen in Bosnië, en daarbij stond het samen met Frankrijk en Groot-Brittannië tegenover de Verenigde Staten, bien étonnés de se trouver ensemble. In zijn verzet tegen het NAVO-lidmaatschap van Polen en andere Middeneuropese landen vond het Duitsland tegenover en de VS naast zich. Het Russische verlangen naar afzetmogelijkheden in het Westen weerspiegelt zich in de gelijke wens van landen die Rusland anderzijds wantrouwen.

Het is verleidelijk Rusland tegemoet te treden alsof het de Sovjet-Unie was, weliswaar nu ernstig verzwakt, maar een gevaar in de toekomst. Het beeld wordt dan sterk vereenvoudigd, en dat is aantrekkelijk. Het is om dezelfde reden verleidelijk Rusland te karakteriseren als een bijna voltooide democratie die bovendien haar verantwoordelijkheid kent bij het handhaven van de vrede en veiligheid in de wereld. Het zijn twee beelden die niet door de werkelijkheid worden gedekt.

Rusland en de andere staten die uit de Sovjet-Unie zijn voortgekomen, zijn niet zeker van hun politieke en economische voortbestaan. Dat heeft zijn gevolgen voor hun onderlinge verhouding en voor hun relatie met de buitenwereld. Overspannenheid is het kenmerk. Niemand kan voorspellen waar, wanneer en hoe die spanning zich zal ontladen, niemand weet nog of de gebeurtenissen rondom het Witte Huis een voorspel waren of een keer ten goede. Het oordeel over Rusland kan beter nog even worden opgeschort.

    • J.H. Sampiemon